vrijdag 17 november 2017

Voorstelling "Jaarwerk MMXVII"

Zondag 19/11/2017 e.k. om 10:30 u stelt de VWS (Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers) "Jaarwerk MMXVII", het nieuwe jaarboek voor. In het kader, én volledig in het plaatje passend van "Krombeke Retour", is de plaats van afspraak: CC Ghybe in Poperinge. Zelf schreef ik voor het boek een inleiding die ik zondag graag wil en mag toelichten. Scriptomanen is de uitgever. Samen met de voorstelling wordt ook de VWS-prijs (een schitterend beeld van Renaat Ramon) toegekend. Na de eerdere laureaten Walter Haesaert en Willy Spillebeen gaat de eer dit jaar geheel en al terecht naar dichter-schrijver Luuk Gruwez.

De volledige inhoud van "Jaarwerk MMXVII" kun je nalezen via deze Schaal van Digther-link.



zaterdag 4 november 2017

Belgian rules/Belgium rules




Gisteren was ik een van de gelukkigen, jazeker, zo wil ik mij in deze context graag noemen, die in het Brugse concertgebouw de Belgische première van "Belgian rules/Belgium rules", mocht meemaken. Laat ik meteen maar zeggen dat de nieuwste voorstelling van Jan Fabre/Troubleyn er een is die ik niet had willen missen. In dit wervelende theaterstuk brengt Fabre zowat de hele Belgische geschiedenis in beeld. Vanaf de “stomme van Portici”, over “The last post” tot en met “het lied van de burgermannetjes” en de liederlijke exploten van het carnaval van Aalst en Geel. “Belgian rules/Belgium rules” is dan ook, zo blijkt, een schitterend fresco dat aan de hand van het werk van Vlaamse Meesters een historisch én actueel beeld schetst van het België dat we kennen, haten soms, maar – Ceci n’est pas un pays - eigenlijk onbewust meer liefhebben dan dat we dat beseffen.

Met gepaste ironie, exorbitant mededogen en snuivend cynisme houdt Fabre ons een spiegel voor waarin we moeiteloos onszelf en onze lot- en soortgenoten herkennen. Maf, surrealistisch, gelaten, wuft, grotesk… Alles kan op gepaste wijze en in overmatige dosis in dit stuk. Er is geen stijl- of glijmiddel dat niet wordt aangewend. Niets dat niet wordt gehanteerd.

Met nieuwe muziek van Raymond Van het Groenewoud en Andrew Van Ostade die ook heel straf acteert, een sterke tekst van Johan de Boose en dans- en vliegwerk van de hele Troubleyn-groep. Van wat “forbidden” is naar wat “obliged” om tenslotte te eindigen bij “what’s possible”, dat is de lijn die door Fabre voor ons wordt uitgezet. De hele voorstelling, zegmaar performance, duurt 3 uur en 45 minuten maar wegdommelen is er niet bij. Wel waar is dat een aantal passages (de ‘rules-gedeelten’) wat al te lang worden uitgesponnen maar dit gegeven doet nauwelijks afbreuk aan het spelplezier dat van deze voorstelling een fabelachtig totaalspektakel maakt.

Belgen en andere buitenlanders: ga dat zien!

(P.R.)




zaterdag 28 oktober 2017

Atelier

Wat je erft is waar je aan moet komen.
Een plek, een taal, dingen die getuigen.
Dit heet wat ooit een smidse was
in een dorp vol regen. Dat hier ooit
een man bewoog die leefde van en met

het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
De klank van hamers in een atelier
dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
het dak. De wind giert door alle kieren.

Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
De jongen die hapert aan de bramen.
De man die breekt en davert en weet
hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!

Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.


© Paul Rigolle


Vindplaats: Turingwedstrijd 2013 - Top 100

donderdag 12 oktober 2017

De Vlaamse Poëziedagen anno 2017

Ooit had ik het genoegen om mezelf de laureaat te mogen noemen van zowel de Basiel de Craeneprijs (1976) als de prijs van de Vlaamse Poëziedagen (Merendree, 1999). Het is dan ook bijzonder aangenaam om dit jaar een nieuwe editie van de Vlaamse Poëziedagen te mogen meemaken.
Onder impuls van de stadsdichter van Deinze, Luc C. Martens, wordt na fantastisch voorbereidend werk op het Kasteel van Ooidonk een uniek poëtisch programma aangeboden. Meer dan 40 dichters zijn dit weekend (14/10/2017 - 15/10/2017) in Ooidonk present om er ondermeer gedichten te lezen.  Zelf doe ik dat op zondagvoormiddag 15/10/2017. ("Poëtische borrelnootjes op het Kasteel"). Voorts zijn er kasteelbezoeken, workshops, een historisch boek, kunst enz.. Wat je dus maar wil!

Alle info op www.poeziedagen.be

 
Hieronder het definitieve programma

















https://www.deinze.be/poeziedagen

maandag 9 oktober 2017

Oostende, twintig jaar later...



Hieronder ook nog 's het integrale interview.

Paul Rigolle won een kleine twintig jaar geleden de eerste editie van de Poëziewedstrijd van Oostende. Wij zochten hem op en vuurden onze vragen op hem af.
Het is ondertussen een kleine twintig jaar geleden dat je de Oostendse Poëziewedstrijd won, wat is er je nog bijgebleven van je deelname?
Ondertussen, ik schrik er zelf van, is het inderdaad alweer bijna twintig jaar geleden dat ik de eerste editie van de Oostendse Poëziewedstrijd won.
En nog altijd noem ik mij een gelukkige laureaat.
Ik herinner mij dat ik voorafgaand aan de proclamatie een brief ontving waarin alleen stond dat ik één van de tien genomineerden was en dat de organisatoren zeer hoopten op mijn aanwezigheid. In die periode nam ik wel vaker deel aan literaire wedstrijden. Ik  had eerder al dergelijke poëziewedstrijden gewonnen in Deurle, Brugge, Roeselare en Blankenberge. In Oostende – waar ondermeer Simon Vinkenoog en  Geert Van Istendael in de jury zaten -  rekende ik niet echt op de hoofdprijs. Het was immers de eerste literaire wedstrijd waar je met “slechts” twee gedichten de fantastische prijs van, toenmalig, 100.000 franken, kon winnen.


Ik zie dat je blogt. Omarm je ook het gebruik van andere sociale media? Vrees je de impact van deze en andere vormen van vluchtige media (Facebook, Twitter, SMS) op het taalgebruik van de jongere generatie?
Ja, in twintig jaar tijd is de wereld bijna totaal van uitzicht veranderd. Ik vind dat echt verbazend soms. En zeker ook de snelheid waarmee dat is gegaan. Zelf ben ik altijd geboeid geweest door de opkomst van het internet en van de sociale media. En nog! Het leven kan nooit meer hetzelfde zijn. Eigenlijk was ik één van de eerste bloggers. (“Arcadim in Arcadië”). Twitter, Facebook en Instagram behoren tot mijn werkarsenaal. Ook blijf ik een blog bijhouden. Weliswaar met meer rustpauzes dan dat er activiteit te bespeuren valt. Ik vind, als je iets wil zeggen, elke vorm van medium mag, zelfs moet hanteren… Maar je moet het wel met de hoogstnodige zorg doen… Altijd rekening houden met het feit dat je op het internet sporen achterlaat die niet meer uit te wissen zijn. Je moet dus wel een beetje inschatten wat je al dan niet publiceert en wat je kwijt wil…  Over de impact van die sociale media is nog lang niet alles gezegd. Er zitten, daar zijn we ondertussen met zijn allen achter, ook heel wat kwalijke kantjes aan… Fakenews en allerhande vormen van beïnvloeding worden in de toekomst nog een grotere plaag dan ze nu al zijn.

Welke dichtbundel ligt er momenteel op de koffietafel bij je thuis?
Ik schrijf regelmatig over poëzie. Niet alleen voor “de Schaal van Digther” waarvan ik eindredacteur ben (en waarvan  onder andere ook Oostendenaar Frank Decerf, redacteur is) maar sinds kort ook voor het Kunsttijdschrift Vlaanderen. De poëzie waarin ik mij daarvoor nu laat onderdompelen is een tweetalige bundel van de nog niet zo lang overleden Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. ‘Het vaderpaard/It faderpaard, alle gedichten’ is de titel en het is een lijvige bloemlezing van meer dan 800 bladzijden. Heel mooie en bijzonder intrigerende poëzie.


Welk literair tijdschrift of naslagwerk vind jij een aanrader, zeker voor aanstormend talent?
Ik zei al iets over ‘de Schaal van Digther’, (http://digther.blogspot.com), een literair e-zine waaraan iedereen kan bijdragen als de teksten maar enig niveau halen en waarvan ik eindredacteur ben. Dat moet ik natuurlijk wel als aanrader vermelden. Het is een manier voor mij om de vinger aan de pols te houden van wat er vooral door jongeren geschreven wordt.
Jonge mensen raad ik ook altijd wel aan om hun werk ook naar andere literaire tijdschriften te sturen, toch die tijdschriften die op papier de internet-storm hebben overleefd.
Alle publicatiemogelijkheden die er zijn moet je proberen te gebruiken. Ook het internet biedt heel veel kansen tot publicatie. Eventueel beginnen met een eigen blog kan je ook al een eind op weg zetten…


Ben je lid van een literaire vereniging? Wat is de meerwaarde hiervan voor jou?
Ik ben bestuurslid van de VWS, de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers. Voor de vereniging waarvan iedereen lid kan worden, ook niet-West-Vlamingen, heb ik drie monografieën geschreven over drie West-Vlaamse dichters namelijk Magda Castelein, Philip Hoorne en Patrick Cornillie. Nu de provincie de subsidies heeft stopgezet, geven we nu elk jaar een Jaarboek van de West-Vlaamse literatuur uit. Het lidmaatschap geeft automatisch recht op een exemplaar van het jaarboek. De publicatie van het jaarboek wordt ook gekoppeld aan de toekenning van de VWS-prijs. Eerdere laureaten waren Walter Haesaert en Willy Spillebeen. Het mooie aan de VWS is dat je met zielsgenoten kunt van gedachten wisselen. Nieuwe boeken en publicaties, het schrijven zelf, het literaire wereldje, het zijn allemaal onderwerpen om lekker over door te bomen.


Hoe lang werk je gemiddeld aan één gedicht? Ben je eerder iemand die ’s nachts wakker wordt en opstaat om een ingeving te noteren, of moet je echt bewust gaan zitten en nadenken om iets neer te kunnen pennen?
Een gedicht ontstaat meestal door bijna achteloos een woord of een vers, of een idee te noteren. Dat gebeurt wel dagelijks. Vaak ook ’s nachts, jawel. Dat is de vonk die je vastlegt.

Vuur maken moet je dan weer later doen als je achter de schrijftafel zit. Want tenslotte is het met literatuur als met de meeste dingen in het leven, je bekomt niks als je er niet alle moeite voor doet.
Het komt dus, net zoals het cliché dat wil, vooral op transpiratie aan. De inspiratie zorgt enkel voor de overslaande vonken. Een gedicht ontstaat dan ook pas als je er echt, en soms dagenlang, voor gaat zitten. Er is geen geheim. Werken, en vaak zwoegen, is de boodschap. Soms laat een gedicht zich in enkele dagen schrijven, andere keren zeul je er jaren mee rond.

Neem je nog deel aan literaire wedstrijden?
Nee, zo goed als nooit meer. De meeste wedstrijden waarvoor je anoniem moet inzenden heb ik later ook gewonnen. Zo werd in de loop van de jaren, na de prijs in Oostende, poëzie van mij bekroond in Merendree, Sint-Niklaas,  Izegem en Harelbeke. Je kunt dus niet eeuwig blijven insturen. Bovendien vind ik dat dit soort prijzen vooral jonge mensen een duwtje moeten geven. Die prijzen hebben zeker een stimulansfunctie. Zeker ook die van Oostende! Daarom zetel ik ook af en toe zelf graag in jury’s, zoals onlangs bij de laatste editie van de Poëzieprijs van de Stad Izegem. Er is wel nog één prijs waar ik zelf blijf aan deelnemen. Dat is die grote Turing-prijs in Nederland. Ik haalde in het verleden al twee keer de top honderd. Niet slecht als je weet dat er voor die prijs jaarlijks meer dan 10.000 gedichten worden ingestuurd. Het bedrag voor de winnaar is dan ook niet niks, 10.000 euro.

Waar ben je op dit eigenste moment mee bezig? 



Ik ben altijd wel bezig met het schrijven van poëzie wat dan tot een nieuwe bundel moet leiden. Maar aan deadlines doe ik niet. Dat is misschien niet helemaal goed voor een schrijver. Maar het zij zo. Ik werk ook al jaren aan proza dat maar geen vaste vorm wil krijgen en voorts schrijf ik, als eeuwige freak van het wielrennen, aan een soort biografie van de wielersupporter die ik altijd geweest en gebleven ben, maar die natuurlijk evenzeer ook over mijn kijk op poëzie, literatuur, muziek en plastische kunst moet gaan… Ik hoop alvast dat er op termijn nog een aantal dingen van mij in boekvorm worden gepubliceerd.

Welke literaire zin of (deel van een) gedicht mag wat jou betreft als je epitaaf gebruikt worden?
Dat is wel een heel moeilijke…  Misschien iets uit “Tot het bestaat”, mijn recentste dichtbundel... Uit het gedicht ‘Recanati’ bijvoorbeeld: “Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles waargemaakt in wat er staat geschreven.”


Lees hier Paul zijn Blogspot. Zijn website vind je hier
Datum van het bericht: donderdag 05 oktober 2017

Bron: www.oostende.be

Wie zelf zin heeft in deze wedstrijd kan voor de nieuwste editie nog insturen tot 1/11/2017.
Meer info via deze link.

vrijdag 6 oktober 2017

Dogville - Theater De Schaduw

Gisterenavond zagen we in Roeselare een simpele fabrieksloods uitgroeien tot een magische theaterplek die ons wel voor altijd zal bijblijven. In een verlaten pand “achter Aveve” in de
Rotsestraat maakten we het, in een regie van Eric Meirhaeghe, mee om de totaalvoorstelling Dogville tot leven te zien komen. En hoe! Na de eerdere gedenkwaardige sociaal-artistieke theaterprojecten van Theater De Schaduw ‘Midzomernachtsdroom’ (2006) en ‘Maustrofobie’ (uit 2009) is Dogville opnieuw een zegmaar adembenemende voorstelling geworden. Punt van vertrek en herkomst voor deze fijne brok massaal en massief theater was de gelijknamige en bekende film van Lars von Trier uit 2003 met Nicole Kidman, John Hurt en Paul Bettany in de hoofdrollen. Maar het dient meteen gezegd: op geen enkel ogenblik hebben we gisteren een reden gehad om aan de filmversie te denken. Dogville is in de Schaduw-theaterversie een beklijvende denkoefening geworden over macht en arrogantie. Een fikse en bijwijlen harde voorstelling over de plaats van de enkeling en de komst van de vluchteling in een plaatselijke vooruitkabbelende kleinsteedse gemeenschap. Een voorstelling ook over de “aard van het beest” dat bij elk van ons – al dan niet gekoesterd of gekneveld - onder de borst tot leven komt en op kansen ligt te loeren.

Het theaterverhaal neemt een aanvang wanneer de jonge vrouw Grace (gespeeld door Ilse De Rauw) opgejaagd door gangsters het ‘lieflijke’ stadje Dogville binnenvalt. Door de bemiddeling van de jonge schrijver/dorpsfilosoof Tom Edison Junior (Jan Verleyen) mag ze veertien dagen in Dogville blijven waarna de bewoners zich opnieuw over haar komst zullen uitspreken… Veel gratie van de bewoners staat Grace in Dogville evenwel niet te wachten. Het stuk groeit immers uit tot een rauwe allegorie over goed en kwaad met een plot dat men – voor wie de film niet heeft gezien – niet eens ziet aankomen. Een meditatie ook over de soms duistere drijfveren van wie pretendeert  
een schrijver te zijn. Dogville is met de inzet van ontelbaar veel mensen op en achter de schermen van Theater De Schaduw een zinderend geheel geworden dat ons de komende dagen zal bijblijven. Wat een werk moet hieraan zijn voorafgegaan! Jonah Muylle, productie- en artistiek leider van vzw De Schaduw, zij met een pak vrijwillige medewerkers meer dan geprezen. Aanvankelijk dacht men aan een voorstelling voor een dertigtal acteurs en figuranten. Het werden er zestig. Regisseur Eric Meirhaeghe weet ze strak en enthousiast allen hun eigen plaats te geven. De theaterbewegingen spelen zich, Von-trier-gewijs, af in een uiterst sober decor van Piet De Doncker dat de contouren van het verhaal op een visueel beklemmende manier weet af te lijnen. In het programmakrantje (de “Dogville Times”) lezen we dat er voor dit stuk onder meer 200 kartonnen dozen, 3,6 km touw, 200 katrollen en 200 tuimelpluggen zijn gebruikt… (Erg aardig woord overigens die "tuimelplug"). Het gebruik van de decorelementen komt bovendien ook mooi terug in de aankleding van de gelegenheidsfoyer.

De lichtregie van Mattias Sercu accentueert het geheel en het acteerwerk is zondermeer sterk te noemen. Met glansrollen voor de Verteller (Guido Vanderauwera), Grace (Ilse De Rauw), Tom Edison Junior (Jan Verleyen) en Grote Man (Henk Cnockaert). Al mogen we de prestaties van al die andere acteurs en figuranten die op een speelvlak van 17 op 37 meter overtuigend gestalte geven aan de bewoners van Dogville in geen geval onvermeld laten! Acteurs die zich een voor een “uitschudden als een doos”. De live- muzikanten “in dienst van het geheel” die met heel mooie soundscapes mee het stuk helpen optillen zijn Tom Ternest – eerder ook regisseur van Midzomernachtsdroom en Maustrofobie -, Jeroen Degrieck, Bart Couvreur en Thomas Camerlynck. Het succes van deze theaterversie van Dogville komt niet zomaar aanzetten vanuit het niets. Naast de data van de laatste voorstellingen van vandaag 6/10 en morgen 7/10/2017 staat een dikke “Uitverkocht”. Volkomen terecht. Dogville is locatietheater van de bovenste plank!

Dogville, Theater de Schaduw, sociaal-artistiek theaterproject
Dogville bij dwik.tv (fragment en gesprek met regisseur Eric Meirhaeghe)
Vzw Cultuurkapel De Schaduw
Dogville – Lars von Trier
Maustrofobie – “In het stof ons aanschijns”




zaterdag 25 maart 2017

We zullen heel voorzichtig moeten zijn...

"We zullen heel voorzichtig moeten zijn. Zorgvuldig
op wat er gebeurt. Alles vertellend aan elkaar, maar
heel langzaam. Zonder uitstorting, zonder overhaasten.
Met lange dagen tussen
."
.../...

Dagen in een dorp hoeven niet minder intens te zijn. Af en toe valt je zelfs een fijne verrassing in de schoot. Enkele weken geleden fietste ik door, wat wij hier gemeenzaam ‘het straatje’ noemen. Op een van de ramen trok een tekst die ik er voorheen niet eerder had opgemerkt mijn aandacht. Iemand had voor zijn raam een poster opgehangen. Dat
gebeurt wel meer in een dorp als dit, dat mensen dingen ophangen. Als waren het rooksignalen van en voor rusteloze zielen. De tekst die ik voor me had was duidelijk niet voor de eerste keer ergens uitgestald. De poster, van vrij groot formaat, vertoonde nogal wat sporen van kleefband en duimspijkers. Pinpunten. Ik las en was getroffen. Geraakt! We zullen heel voorzichtig moeten zijn. Zorgvuldig op wat er gebeurt… Hier had iemand woorden opgeschreven met de bravoure van iemand die weet tot wat woorden in staat kunnen zijn. Vergeefs zocht ik onderaan de tekst naar de naam van de auteur en vroeg mij af of ik live het genoegen meemaakte om met de bewoner van het huis een plaatselijke schrijver van niveau te mogen ontdekken. Iets wat ik in dat geval ten zeerste zou toejuichen. Geïntrigeerd en benieuwd als ik was belde ik aan. Niemand deed open… Dus nam ik toch maar halfstiekem een foto. Daar zijn smartphones voor. Begeleid door het geruststellend vermoeden dat voor wat betreft de identiteit van de schrijver het internet wel raad zou weten. Later die ochtend gaf evenwel ook Heer Google niet thuis.

De tekst bleef mij bezighouden. En omdat ik iemand ben die - soms lijk ik écht wel een anachronisme - belang blijft hechten aan de naam van de auteur van een tekst, belde ik dagen later, dit keer in het weekend, opnieuw aan. Ik vernam van de bewoner, die zelf bleek te schilderen en af en toe zelfs een kunstzinnige opendeurdag hield, dat de tekst niet door hemzelf geschreven was maar van de hand was van ene… Pol Hoste. Een stevig Aha ging door mij heen. Het raadsel gaf zich prijs. En waarom verbaasde het mij niet dat de tekst afkomstig was van iemand die al zowat zijn hele leven heeft gegeven aan het woord dat fungeert als een trap die men opklimt langs de tijd.  Ooit had ik van de Gentse auteur ‘Vrouwelijk enkelvoud’ gelezen… En nog een paar andere dingen. Voor tien euro kreeg ik van de bewoner van ‘het huis in het straatje’ niet alleen de tekst van voor het raam maar ook nog een aantal andere posters van Hoste mee. Ze bleken, hoewel verbazend eigentijds, in een uitgave van Grijm Vzw al te dateren van het jaar 1987. De auteur had de teksten indertijd geschreven bij houtsneden van Pat De Vylder. Gezet uit de Bembo en gedrukt op kringlooppapier. De oplage bedroeg 25 exemplaren, waarvan 20 genummerd van 1 tot 20, en 5 niet in de handel van A tot E. De tekst op de poster was dus al dertig jaar oud. Dertig jaar later stond ik dus ergens in een dorp in Vlaanderen voor een raam met een poster voor. Dertig jaar later had, zoals dat vaak gebeurt met teksten, niet ik deze tekst gevonden maar had deze tekst mij gevonden. Opnieuw thuis besloot ik meteen om Pol Hoste onder te brengen in het illustere rijtje van oeuvre-auteurs (Michiels, Robberechts, Pleysier, Roggeman, Insingel, …) waarvan ik nog zoveel moet, wat zeg ik, waarvan ik - alsof alle tijd mij nog voorhanden is - alles wil lezen... En dat is, niet meer en niet minder, de plaats waar hij thuishoort. 

En o ja omdat, Heer Google, mij leerde dat de auteur in kwestie vandaag verjaart, heb ik dit bericht ook maar even voor vandaag opgespaard. De schrijver wordt zeventig vandaag! Mag ik jou, mijn waarde Pol Hoste vandaag dan ook een bovenstebeste gelukkige verjaardag wensen. Ja dat mag ik.

En dat de woorden jou, en mij, nog vaak mogen vinden!


Extern:


Naschrift: Ondertussen heb ik op mijn foto van de poster toch maar eigenhandig © Pol Hoste toegevoegd. Fijn dat het me in een keer is gelukt! 







maandag 20 maart 2017

"Modder en grind" op de Wielergedichtenblog

Mijn gelegenheidsgedicht "Modder en grind. Gedicht voor Eli Iserbyt" werd, zoals bekend, met Gedichtendag 2017 in postervorm uitgegeven door de Bibliotheek van Harelbeke. Dankzij de goeie zorgen van Fietsvarianten-ceremoniemeester Miel Vanstreels is het gedicht vanaf vandaag ook na te lezen op de Wielerboekensite (één week) en op de Wielergedichtenblog (permanent).

De leeslink: Modder en grind bij wielergedichten.blogspot.be.

Extern:
Voorstelling gedicht op 25/1/2017-Bib Harelbeke
Wielersportboeken-site
Fietsvarianten van Miel Vanstreels
Eli Iserbyt-site


dinsdag 14 maart 2017

Binnen















"Vijf aanwinsten"

Boeken en bundels, het blijven de mooiste aanwinsten... Want elke aanwinst is een wereld. Om binnen te gaan!

zaterdag 11 maart 2017

Kwabbekratsen

















Waar eigenlijk situeren zich de meeste kopbrekens? In het achterhoofd of toch maar in het voorhoofd? Of laten kopbrekens zich vooral voelen, én gevoelen, als ze er niet zijn en het vooral de herinneringen aan die kopbrekens zijn die zich laten voelen?

Breindingen, oorwormen, muizenissen van laag of hoog allooi, plaagstoten van de geest en van het hart, kwabbekratsen van je welste... Vermommingen van de wrevel...

Schrijf ze op en je raakt ze kwijt! Vergeet ze en ze komen naar je toe. Verlies ze uit het hoofd en ze kruipen onder je huid!

Maar... ze vrezen (als waren het krassen op het koetswerk), nee, daar is absoluut geen reden voor!

(In de reeks "Nieuwe woorden en andere dingen die nog niet bestaan")





vrijdag 3 maart 2017

Hoe tijd zich laat roven en toch weer niet...

Een dag uit het leven anno 2017...

Wat doet een mens zoal op een (willekeurige) vrije dag zonder vlees? Ik weet het, want ik heb het voor de aardigheid vandaag ‘s allemaal bijgehouden. En opgeschreven. Of hoe tijd zich laat roven en toch weer niet:

* Vroeg op. Tegen zessen. Koffie gezet. Het eerste licht van de dag gezien. En daarvan genoten!
* Gedownload: Kris Merckx: Dokter van het volk. (Boek dat nu in pdf-vorm wordt vrijgegeven). Daarin gebladerd en wat gelezen. Waarvoor dank Heer Merckx.
* Berichtje innige deelneming op FB (overlijden Vader A.B.)
* Een Hooker-achtig-vriendschapsverzoek gemarkeerd als Spam
* Boterham gegeten.
* Mail gepland naar Kleinood & Grootzeer om de ontvangst te melden van een mooie, nieuwe, manueel gemaakte dichtbundel (Erick Kila: “Bericht van de modernen”)
* Messenger-berichtje aan Peter B.
* Of Facebook een column van P.B. Gronda gedeeld. (“Ik hou van de inherente triestheid van The Sky is the Limit, een van de ware opvolgers van In De Gloria”). Ja, ik beken, ik ben een fan van PB Gronda!
* Een aantal ideeën toegevoegd aan wat ooit, en liefst zo vlug en toch zo traagzaam én zorgvuldig als mogelijk, een dichtbundel wordt (“Als iemand die op een dag zijn dorp verlaat”; nieuwe werktitel).
* Een enkele dagen oude wielercolumn van Camps bewaard. (CtrlA-CtrlC-CtrlV) ("Helicopter". Waarin de brave stilist die Camps is en blijft o.a. schrijft: "Philippe Gilbert zal prijzen moeten rijden voor een hondenbrok liefde".
* Eén van de meest schokkende en walgelijkste twitterfoto's van de voorbije dagen van ene Fleur Agema (Nederlandse PVV-politica/wreekster die het Van Randwijk-Monument misbruikte door Tirannen te vervangen door Korannen) in de map "Schokkend" opgeslagen.
* Genoteerd: "De grens is terug als verkiezingsthema" (NRC. Blendle)
* Naar de krantenwinkel in het dorp gefietst om de Standaard (want 'der letteren' vandaag)
 * Aan iemand de rudimentaire vraag gesteld: "Zou Bakkie het echt allemaal zelf hebben gedaan in 'Beau Séjour'?"
* Gezien hoe een straat wordt opgebroken (foto)
* Middag bij onze vrienden van het Blauwhuis. De dagschotel: Tongrolletjes met friet. Koffie toe.
* Gelezen: zowat 100 bladzijden van ‘Ochtend in Jenin’ van Susan Abulhawa. Voor wie een uitstekende schets wil van het immer aanslepende Palestijns probleem...
* Stuk over podiumpoëzie in RektoVerso. Van Daan Borloo: Podiumpoëzie: de nieuwe mainstream
* Een kapstok eindelijk opnieuw opgehangen
* Miro, de kat verlost van een aantal klitten en daarbij ongewild met een schaar haar oor geraakt… (De sukkel)
* Auto gewassen.
* Een afspraak met vrienden gemaakt om morgenavond te gaan eten in het Walhalla (Roeselare)
* Downloadbevestiging. Bericht gelezen: Iemand laat weten dat de foto’s die ik hem via We Transfer stuurde goed zijn ontvangen.
* En ja, naast wat ik vergat te noteren, ook nog over bovenstaand en onvolledig lijstje, dit stukje geschreven…

Zo’n dag in het leven anno 2017, het is me wat… En hij, de dag, is nog niet eens voorbij… Er volgt nog een en ander (wat uitwaaien voor de televisie?)... En misschien zin ik zelfs nog op een antwoord op de vraag hoeveel tijd een mens eigenlijk voorhanden heeft om er van beroofd te worden... Door, ik zeg maar wat, lijstjes als deze bij te houden bijvoorbeeld...


Eerder: Een dag uit het leven anno 2015


Voor de dagen

Verleden week zaterdag 25/2/2017 werd in de Bib van Harelbeke "Warhoofds gekkenwerk" de nieuwste dichtbundel van mede-Digther-redacteur Alain Delmotte voorgesteld. Uiteraard ging dat gepaard met enkele momenten waarop een mens met een camera andere mensen betrapt. Maar evenzeer zelf ook wordt betrapt. Enkele foto's voor de dagen werden ook mijn deel. Hieronder hou ik er enkele met genoegen wat langer vast. 
Za 25/2/2017 - Met Frank de Crits
Za 25/2/2017 - 3x 'De schaal van Digther'-redactie
Vlnr P.R., Hugo Verstraeten en Frédéric Leroy
Za 25/2/2017 - "Wie anderen betrapt wordt vroeg of laat zelf betrapt"

zaterdag 25 februari 2017

Toch maar weer reikhalzend...

Het mooie aan de koers? Dat er bij de start van elk nieuw wielerseizoen altijd weer van die fijne vragen opduiken waarvan enkel en énkel alleen de Wielerfan wakker ligt. Neem nu die vreemde Alleseter die Peter Sagan heet. Wekenlang heeft ie zich teruggetrokken op zijn...
Lees meer bij 'Het hart van Bitossi'...

vrijdag 17 februari 2017

Wakkerte en Slaapzaamheid

Gedichten vragen niet om ‘verheldering’ maar een dichter live aan het woord horen kan af en toe wel iets ‘toelichten’. Woensdag 15/2/2017 laatst was Eva Gerlach te gast in het Gentse Poëziecentrum.
Ze las vooral gedichten, meer niet, met niet meer uitleg dan nodig… Het werd een mooie ingetogen middag “waarin of waarop je een mier kon horen lopen”. Gerlach had het over gedichten die zich laten schrijven en gedichten die uit je vallen… En voor ‘oeuvre’ had ze tot mijn verbazing het synoniem ‘rotzooi’ meegenomen. Rotzooi? Eva Gerlach? Nou moe, dan schrijft Gerlach – net zoals iedereen van ons, altijd weer pendelend tussen Liefde en Verwarring als grote thema’s - wel een hoop edele en fascinerende rotzooi die ik niet wil missen! Zoals ik in dit leven ook in geen geval die mooie dosissen “Wakkerte” en “Slaapzaamheid” waar dichters als Gerlach in hun beste momenten borg voor staan, wil missen!


zaterdag 11 februari 2017

Een beetje rood... Jim Jarmusch in Brussel

"Schilderen, bij Jarmusch, gaat echter snel iets anders betekenen: een beetje bloed en rood op het gezicht aanbrengen om het
schoon te maken met de geschiedenis en daarna die schande weg te wassen door de kleur van de huid te veranderen. De Dead Man heeft zojuist zijn kleur en ras verwisseld. Hij kan zich eindelijk, in extase, naar het oneindige richten. In de tijd die Jarmusch nodig heeft voor één of twee schilderijen, bereikt hij zijn droom: een pure voodoo cinema.
"

Wie de film "Paterson" van Jim Jarmusch ("Stranger than paradise"...) nog wil zien, heeft nog even tijd. Wie in Brussel, dat prachtige 'hellegat' van ons, alsnog de sobere Jarmusch-expo in Cinema Galeries wil zien, moet zich nu toch wel even gaan haasten... Want: enkel nog tot en met morgen! Ik was er in de voorbije week en stelde met veel genoegen vast dat Brussel heel levend en wel is. En Jarmusch ook!

Cinema Galeries, Brussel: Expo en retrospectieve Jim Jarmusch
Cinema Galeries, Brussel


vrijdag 10 februari 2017

Hommage Pablo Neruda en Mark Braet

Een mooie hommage aan Mark Braet én Pablo Neruda meegemaakt gisterenavond in Lumière. De nieuwste
Neruda-film was een uitstekende aanleiding om nog even stil te staan bij het poëtisch werk van Pablo Neruda zelf en bij de man die er mee voor zorgde dat wij het in vertaling konden én kunnen lezen. Serene toespraken van Nele Ghijssaert, Christina Van Geel en Willy Spillebeen. Wel zou ik vragen aan die "onnozele hals" die, nogal respectloos vond dat de inleiding op de film naar zijn blijkbaar zeer belangrijke eigen mening wat te lang duurde, een andere keer naar een gewone voorstelling uit te wijken. Of zich, wat mij betreft, alvast van enig commentaar te onthouden. De geschiedenis heeft haar rechten waar "ongeduldige én ongelukkige losers" duidelijk geen boodschap aan wensen te hebben... Wat eens te meer illustreert dat het verleden nooit ophoudt te bestaan. Over de kwaliteit van de film en de "authenticiteit" van Neruda als opgevoerd filmpersonage wil ik vandaag wel nog even nadenken...
Willy Spillebeen leest Neruda










Extern:
Pablo Neruda en Mark Braet-De Reyghere-link
Cinéma Lumière
Thuissite Mark Braet


maandag 6 februari 2017

Zonder boeken is het leven leeg

I.M. Lionel Deflo (1940-1917)

Op dinsdag 31 januari 2017 overleed de Wevelgemse auteur en criticus Lionel Deflo (1940). Uitgerekend op de dag van 77° verjaardag verloor hij een strijd die niet te winnen was. We kennen en herdenken Lionel als een man van het woord. “Sine libris, vita lacuna”. Zonder boeken is het leven leeg. Geboren in 1940
stond zowat zijn hele leven bij Lionel in het teken van het boek. Lionel Deflo was werkzaam als leraar, werd in opvolging van Julien Weverbergh in 1986 uitgever bij Manteau en richtte in 1966 samen met Thierry Deleu het literaire tijdschrift Kreatief op. Het tijdschrift dat bleef bestaan tot in het jaar 2004, groeide uit tot meer dan een vaste waarde in het Vlaamse literaire landschap. Het was een van de eerste tijdschriften dat naam maakte via het bezorgen van diverse themanummers. Het documentaire nummer uit 1972 over de Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen groeide welhaast uit tot iets emblematisch. Zelf was Lionel Deflo een gedegen essayist en criticus. Als bestuurslid van de VWS (Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) bezorgde hij o.a. monografieën over Clem Schouwenaars en Hedwig Verlinde. Kritisch proza van Deflo vond een onderkomen in de bundel “Bij nader inzien” (1985). Zijn verspreide verhalen bracht hij nog in 2012 samen in het boek "Eerste sergeant-majoor Clausewitz". In de reeks VWS-cahiers schreef zijn vriend Willy Spillebeen in 2000 over Deflo een monografie over zijn leven en werk. Naar zijn eigen wensen werd in beperkte kring van Lionel afscheid genomen. We zullen je missen, Lionel. Sterkte aan vrienden en familie!

Lionel Deflo - leven in dienst van de letteren (Blogbericht Bib Wevelgem)


(Dit bericht werd ook gepubliceerd op 'De Schaal van Digther')


woensdag 1 februari 2017

Laten we

Misschien moeten we het schabouwelijke spektakel van het "Trumpie-Trumpie-Tijdperk" niet alleen met vuur én humor maar ook met schoonheid bestrijden? Natuurlijk moeten we dat! Met zekerheid moeten we dat! Laten we waken en doorgaan met wat we begonnen zijn. Vrij en verdraagzaam, zo mogelijk nog intenser dan voorheen. Laten we het toxische van zij die met het murenbouwende chagrijn sympathiseren, boven alles vermijden.

Laten we ons niet aanraken, aantasten door het giftige, laten we doen wat we moeten doen en hen die een bedreiging voor de schoonheid vormen van antwoord dienen… Want tegenover de muren en de wapens staan, laten we dat niet of nooit vergeten, nog steeds de woorden. ‘Betinteld en verstild’, altijd aan onze kant zullen ze staan, de ingetogen en de euforische, de overeenstemmende en de van-gedachten-wisselende, de poëtische en de prozaïsche, de stille en de luidruchtige woorden van de waarheid!

(Blauwe notities - 'Het trompetten van Trump')