Posts tonen met het label Schrijfresidentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schrijfresidentie. Alle posts tonen

maandag 14 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 8


 

 


 

 











Dagen in het Streuvelshuis - Dag 8.

(maandag 16 november 2020)



 

 

 

Bomen sterven staande.

Op dag 8 van mijn verblijf ben ik met Jurgen Casteleyn, de tweede, al even gastvrije medewerker van het Streuvelshuis, al heel vroeg getuige van zegmaar vrij indringende tuinwerkzaamheden. De firma die hier het dagdagelijkse onderhoud van pad en tuin voor haar rekening neemt, heeft een onvervaarde knappe jonge kerel onder de arm genomen om de niet ongevaarlijke klus te klaren een dode berk in de Streuvelstuin naar beneden te halen. Gilles heet hij en ik verneem later dat hij ook een niet eens zo onverdienstelijk amateur-wielrenner is. Hij klimt met zijn Stihl-zagen omhoog. De (dode) boom in. Jurgen en ik nemen foto’s. Voor en na. Jurgen beklemtoont dat, vermits ook de Streuvelstuin net als Het Huis beschermd is, de berk in het voorjaar door een jonge boom vervangen wordt. Wanneer de klus na een aantal uren geklaard is en men het dode hout in splinters hakt en maalt, geeft Gilles ruiterlijk toe dat hij ‘m daarboven toch wel een beetje geknepen heeft… Dat verbaast me wel voor iemand die in bomen klimt. Maar zo zie je maar weer dat eigenlijk niets in dit leven eenduidig en vanzelfsprekend is: elke vorm van heroïek gaat vroeg of laat gepaard met knikkende knieën!

Streuvels zou vandaag met bloedend hart naar het tafereel hebben staan kijken. Al meent Boomklimmer Gilles dat de dode berk nauwelijks ouder kan zijn dan vijfendertig jaar en dus nooit door de schrijver, die vaak zelf met een noeste eik vergeleken wordt, kan zijn aangeplant. Dat wordt mij later bevestigd door Tim V. een vriend-bibliothecaris die een bijzonder liefhebbend oog voor bomen heeft. "Het leven van een berk laat zich samenvatten tot ‘easy come, easy go’. Berken worden zelden ouder dan 50 jaar" laat hij mij weten als ik verslag uitbreng over het vellen van de Streuvelsboom.

Bomen betekenden heel veel voor Streuvels. Dat zal zijn kleindochter en dichter Jo Gisekin mij later nog schrijven in een warm en nostalgisch mailbericht dat mij blij maakt en waarop ik later nog terugkom. Streuvels diende het woord gedurende het grootste deel van zijn leven wel nog met twee o-s te schrijven: boomen. Zo geschreven zien boomen er plots toch helemaal anders uit.

In een brief aan Joos Florquin, van het legendarische ‘Ten huize van’ schreef Streuvels in 1958 (hij was toen 87):

Mijn lijfspreuk is geweest:
Doe lijk de bomen doen:
Groeien en laten groeien


Dat Stoïcijnse standpunt heb ik zelf alsnog niet, ook niet ergens diep in mezelf, ontdekt. Daarvoor erger ik mij nog dagdagelijks al te nadrukkelijk, of meer nog, ik maak me op een hopelijk gezonde manier druk en kwaad, mag dat in deze tijd nog even, over het gedrag van de Bully’s en de Kloothommels van de wereld. De Halskoppen, de Totebellen, de Angstverspreiders, de Complotpredikers en de Pasklaren… Zij die niet verenigen maar verspreiden. Al oefen ik hard om net als die bomen van Streuvels te worden. Het dient en mag gezegd: ik oefen hard! Ja, dat doe ik! Maar onverstoorbaar als de bomen van Streuvels? Ik in deze tijd? Nee!

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels













 

 

 

 

 

 

 

 


dinsdag 8 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 2



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 2.
(Dinsdag 10 november 2020)


 

 

 

Fietsers, wandelaars, ruiters… Honden mét en zonder leiband. Witte, zwarte, soms ook rooie of fluo-oranje blekkerende stippen in het mistige landschap. (Mist mét karakter die vandaag niet wil optrekken.) Flarden kleur op mijn netvlies. In het blote blakkeveld. Links, schapen in de weide die schrikken van een net zo bleke Labrador als zij wol hebben. Wildebras van een hond die uitgelaten op- en rondspringt en uitgelaten om zich heen en zijn eigen as en zijn baasjes dartelt. Al die mensen die hier, aan de verre achterkant van Het Huis, van Waashoek naar de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood lopen. Of wandelen, hinkelen, strompelen, Echternachtachtig lanterfanten ... Of op weg zijn naar die andere kapel, die van de Hellestraat. De Hellekapel, ja. Dichtbij de Meuleberg... En dan, ja dan ben je al zo goed als in Tiegem! Waar Staf Stientjes woonde. Waar je in het Sint-Arnolduspark op een bank kunt zitten....

Al die mensen die profiteren van toch nog een beetje weer dat er mee door kan, die elk op hun eigen manier proberen te ontsnappen aan de geladen stilte van de tweede lockdown, deze ongewilde oorlog van de Virale Tijden. Zouden al die mensen, al die mannen, vrouwen en kinderen die nu vandaag, hier, opgesloten zitten, gevangen en gevat in mijn raam (Hét Raam) dat ze met Het Huis van alle kanten kunnen zien, en van heel ver al kunnen opmerken in de verte, zouden zij... ook mij kunnen zien? Ik die hier zit?

Zouden al die mensen net als ik een ‘activity-tracker’ dragen? Eéntje van Coolblue of zo’n Samsung fit-bit… ("Get tools for hearth health, stress management, skin temperature trends and more! Shop now!"). Al die mensen… Hoeveel stappen zouden ze vandaag laten noteren? Hoeveel zone-minuten zullen ze van hun dashboard lezen, hoe lang zal hun Rem-slaap duren vannacht? Hun diepe slaap, hun wakker liggen, hun hartslag in rust? En hoeveel beelden zullen ze bewaren van hun dag vandaag? Hoeveel van hun indrukken en impressies zullen vandaag, vanavond of vannacht nog worden gepost op Instagram?

Ha, Stijn wat denk jij ervan? vraag ik in de richting van de zeer verfomfaaide zetel met de losgesprongen veren waarin hij zit vandaag? En hij, Streuvels, hij glimlacht alleen wat afwezig en zegt dat hij als vroege fotograaf die zijn mogelijke romanpersonages maar wat graag vooraf vastlegde met een Leica, gekocht in het jaar 1932, dat hij, mocht hij nu nog leven, géén moment zou hebben geaarzeld. Ja dat hij zeker zelf ook zo’n Instagram-account voor zichzelf had aangemaakt. Twijfel daar maar niet aan, mijn jonge vriend. Zoveel is zeker! 

En ik, ik kan, zittend op Zijn stoel vandaag, een eind van hem vandaan, alleen vermoeden, bevroeden, gissen, er van ver naar slaan hoeveel volgers die Streuvels vandaag de dag wel niet zou hebben gehad… Minstens 1K! (Om te beginnen.)   





maandag 7 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 1.
(Ma 9 november 2020)

 

 

 

 

Nadat ik van Thomas Jacques, de bijzonder gastvrije coördinator hier, de sleutels gekregen heb, word ik – gemaskerd en wél - het Residentenverblijf en Het Huis rondgeleid. Onwillekeurig overvalt mij een dosis piëteit waartegen ik mij niet eens verzetten wil. Ik verheug mij zéér op het vooruitzicht om hier zo snel mogelijk mijn intrek te nemen en vooral, om voor Hét Raam te kunnen zitten.  

Maar, er al een tijdje in dit leven achter dat verlangen intenser wordt naarmate je het wat weet uit te stellen, wacht ik daarmee nog even. Profiterend van het milde novemberweer rij ik in de namiddag dwars doorheen ‘Het Land van Streuvels’ eerst nog ’s Tiegem-berg op. Dat valt met een ordinaire Venturelli-herenfiets zoals die van mij wat tegen. Het Vossenhol is een helling van twee keer niets maar ik overweeg sterk om een volgende keer mijn wielerijdelheid toch maar helemaal opzij te schuiven en naar die e-bike te grijpen die hier in ‘de Schuur’ (mijn Residentenverblijf) ter beschikking van de Streuvels-residenten staat. 

En dan is er al tegen de avond aan het langverbeide moment dat je gaat zitten voor Hét Raam. Langverbeid, het is een Streuveliaans aandoend woord dat in tegenstelling met veel van zijn woorden wél nog in van Dale staat. Wat een Voorrecht is het om hier te zitten! Met de fameuze wapenspreuk van Streuvels ‘Nulla dies sine linea’ letterlijk voor ogen, te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt.

Al vrij snel, én vroeg, valt hier de avond in. De lichten boven Tiegem floepen aan. Van werken komt die eerste avond niet veel in huis. Ik wandel doorheen het huis, bekijk en lees de ruggen en ruggetjes van de indrukwekkende bibliotheek, de foto’s, de barometer, de pianola, de vele kunstwerken die Streuvels hier bij leven bij elkaar heeft gebracht... Dit huis is een gesamtkunstwerk waarin je plaatsneemt. Plaats mag nemen! Sinds de dood van Streuvels is alles hier onveranderd bewaard gebleven. Het wekt een merkwaardig tijdloos gevoel op en toch is het alsof de man hier elk ogenblik - en wat creepy - zijn hand op jouw schouder kan leggen. Wanneer ik de gordijnen heb dichtgeschoven en de rolluiken heb neergelaten blijf ik nog even zitten voor het Raam waarvan je steeds meer de indruk krijgt dat het Huis er omheen is gebouwd.  

En zo gebeurt het dat de man die in dit raam zichzelf weerspiegeld ziet, voor zichzelf de vraag van Bruce Chatwin verwoordt: “Wat doe ik hier?” Naar een antwoord hoef ik in mijn geval al vanaf de eerste avond in het Huis evenwel niet meer te zoeken. De reden waarom ik hier zit is mij volkomen duidelijk. 


#SchrijvenbijStreuvels #HetLandvanStreuvels #demanmetdeleesbril #HetLijsternest



maandag 23 november 2020

Blijf het schrijven. Tot het bestaat!

En zo gebeurt het dat er vanmorgen een einde komt aan mijn schrijfverblijf in Het Lijsternest. Het befaamde Streuvelsdevies  'Nulla dies sine linea' dat, laten we wel wezen, niet alleen dat van Streuvels was, neem ik opnieuw met mij mee naar waar ik vandaan kom. Net als mijn verzameling Hoofdletters die hier weer, zegmaar, exponentieel is aangegroeid. Wat een weelde was het om je 's twee weken lang door 'Het land van Streuvels' te bewegen en je uit je gewone lood te laten slaan... 's Avonds geconfronteerd te worden met het eigen gezicht dat in Hét Raam weerspiegeld staat. En in de ochtend koffie te zetten in een Residentenschuur waar op dezelfde plaats Streuvels ooit brood bakte en zijn tuinmateriaal oppoetste.

De twee voorbije weken zijn in een mum van tijd voorbijgevlogen. Streuvels stond hier af en toe achter mijn rug toe te kijken. Al deed hij er, het dient gezegd, meestal beleefd het zwijgen toe. Maar niet alleen hij, die ouwe kleine Reus van Het Lijsternest, nee ook zijn oom, de Heer Guido G. uit Brugge bleef vaak wel heel lang in de buurt hangen. Hun aanwezigheid en vooral hun woorden begonnen, zonder dat ik er  erg in had, zowaar mijn eigen taal binnen te sluipen. Langzaam maar zeker kroop er een ‘Een stijntje in mijn schoen’ om het licht parafraserend met de woorden van een andere Bruggeling te zeggen. 

Alles in mijn eigen taal begon in korte tijd te blekkeren, te koteren en te vunzen… In een korte ramulte ging de klaarpot de lucht in. Strabantig, botsbollig, bridsig… De woorden, honderd jaar oud, begonnen uit te brutselen, te schrapen en te schrepen, te rakerooien en deden je even oekeren op plaatsen waarvan je dacht dat je’r nooit meer zou komen…

Enfin, dit alles om maar te zeggen dat mijn schrijfdagen er hier in dit mooie Streuvelshuis van Vertrouwen sinds vanmorgen opzitten. Ik laat binnenkort hier, of ergens elders, nog wel een wat breder literair spoor over dit verblijf na. Tot alle residenten die na mij komen, en ook tot zij die mij zijn voorgegaan, zeg ik graag: Blijf het schrijven... Tot het bestaat! En heel in het bijzonder wens ik Femke Vindevogel, die hier de komende dagen en weken als resident mijn opvolgster is, heel veel inspiratie en werklust.  

Ik bedank ook nog 's uitgebreid de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En vergeet zeker ook niet de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn te bedanken voor de bijzonder goeie zorgen. Ik zal onze gedempte - want meestal gemaskerde - gesprekken missen!

#Streuvelshuis #passaporta #letterenhuis #schrijversresidentie #erziteenStijntjeinmijnschoen 
















maandag 16 november 2020

Schrijfresidentie in het Streuvelshuis

Vandaag begin ik in ‘Het Ingooigem van al mijn plaatsen’ aan de tweede week van mijn schrijfresidentie in Het Lijsternest van Stijn Streuvels. Wat een Voorrecht is het om hier voor het bekende Raam te mogen zitten. Te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt. Een raam mét Icoonkracht. Een huis als een Getuigenheuvel… Vanaf de eerste dag duikt hier de neiging op om sereen en ingetogen méér hoofdletters te gebruiken dan er eigenlijk nodig zijn… (‘Hier volgt een smiley’).
 
Heel veel dank alvast aan de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En niet te vergeten de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn voor de goede en Corona-vrije zorgen hier ter plaatse. In bijlage enkele foto’s van de voorbije week waarvan er eentje overvloedig bewijst dat ook poseren in Het Lijsternest voor deze jongen niet alles is! ;)