dinsdag 31 juli 2018
Marx. 'Het egocentrische ik' versus 'het onmisbare wij'
Terwijl in Trier de tweehonderdste geboortedag van Karl Marx wordt herdacht was hij – Marx - gisterennamiddag ook helemaal terug in ... Oostende. Daar zorgde auteur-filosoof-singer-songwriter Stefaan Van Brabandt met "Marx" voor, zijn meer dan prikkelende toneelversie over een leven vol Misverstanden. Sterk en af en toe aandoenlijk werk! Na afloop van zijn solovoorstelling viel acteur Johan Heldenbergh geheel en al terecht een staande ovatie te beurt. Een glansprestatie die voor nog veel meer extra-voorstellingen als die van gisterennamiddag op #TAZ2018-Theater aan Zee zou moeten zorgen! Voor sommige - arglistige cultuurcritici onder ons - was het stuk wat te essayistisch van aard.
Voor ons was dit een brok acteurstheater dat ons actuele politieke en culturele klimaat, waarin zoveel dingen zomaar klakkeloos zonder boe of ba geslikt worden, best kan gebruiken. Naar inhoud en naar thema! Heldenbergh kroop perfect in de huid van een man wiens ideeën in de loop van de geschiedenis bijna permanent verkracht en gemolesteerd werden in naam van een macht en een isme dat daar helemaal niet aan beantwoordde.
Een zéér eigentijdse oefening ook over de spanning tussen "het egocentrische ik" en "het onmisbare wij". Een fijn eerherstel, dat was "Marx" gisteren! Ter lering voor wie daar maar oren naar heeft. Oren én vooral ook hart!
#Marx #TAZ2018
Extern:
Thuissite Stefaan Van Brabandt
Marx was ook maar een mens - Recensie De Tijd
De zelfspot is nooit ver weg - Recensie De Morgen
Free your mind. The rest will follow. Brief aan Johan Heldenbergh
Extra-voorstelling op 16/8/2018 - OLT Rivierenhof-Deurne
zaterdag 28 juli 2018
donderdag 26 juli 2018
donderdag 19 juli 2018
Vers Roeselare (1)
Op zondag 9 september 2018 gaat in mijn geboortestad Roeselare de eerste editie van "Vers Roeselare" door. Nu al iedereen welkom!
maandag 16 juli 2018
Ruimte
Het nieuwe AZ Zeno-ziekenhuis in Knokke-Heist is een heel mooie oefening in het omgaan met de Ruimte geworden... Nu al weet ik: dit is een (nieuwe) plaats waar ik af en toe heel graag terug wil komen...
dinsdag 5 juni 2018
Een Ice Queen in Ruiselede
Gisteren een heel mooi concertje gezien in dat eeuwige Huis van Vertrouwen dat Banana Peel Blues&Jazz heet! Sue Foley... Vingervlugheid meets integriteit!!! Een "Ice Queen" in Ruiselede... Het kan warempel!
— Paul Rigolle (@paulrigolle) 5 juni 2018
https://t.co/EYNYs5hNfo
zaterdag 2 juni 2018
Ongeluk ligt nog lang niet aan een paal gebonden
Iets ademloos. Af en toe mag het iets ademloos zijn! In het laatste weekend van de tentoonstelling 'Haute Lecture by Colard Mansion' in het Brugse Groeningemuseum zéér ingetogen (en zelfs een beetje van slag), voor de 9 gravures staan die deel uitmaken van ‘de Boccaccio’ van Mansion!
We schrijven 1476! “De la ruyne (ruïne) des nobles hommes et femmes” heet het boek dat de dichter Giovanni Boccacio een eeuw eerder schreef in Florence. Mansion gaf het in 1476 in Brugge uit als eerste boek ooit dat voorzien was van gravures. Voor ademloosheid zorgt bij mij vooral de prent die rechtstreeks voor deze expo vanuit het Louvre naar Brugge werd gehaald en waarop Armoede het gevecht aangaat met Fortuna. Volgens de overlevering kijkt Vrouwe Fortuna neer op Armoede en beledigt haar veelvuldig. Armoede laat zich evenwel niet doen en rost Fortuna af met een tak. Uiteindelijk komt Armoede als winnares uit de strijd en eist dat Fortuna niet langer rampspoed brengt en Ongeluk aan een paal bindt. Flink allegorisch toch. De prent is een van de negen die ook afzonderlijk in de tentoonstelling aanwezig zijn…
Maar “de Boccaccio” is niet het enige hoogtepunt is in deze uitzonderlijke “tour de force” tentoonstelling. Aan het eind van onze Mansion-queeste wacht ons immers nog de verbluffende aanblik van de houtgravures die horen bij Mansion’s editie van de Métamorphosen van Ovidius. Na deze uitgave verdween Mansion zonder veel sporen na te laten uit Brugge en als van de aardbol… Als gevlucht. Bevreemdend einde van een leven?
De Metamorfosen van Ovidius kwamen we overigens laatst ook nog tegen in het mooie “Voor het vergeten” van Peter Verhelst. Het maakt in Brugge zowaar een cirkel rond… We nemen ze mee naar buiten, die ademloosheid, vergeten dat buiten in de Grote wereld mensen op hun belastingsaangiftes aangeven absoluut geen prioriteit te willen geven aan cultuur en ‘Grote leiders’ onbeschaamd uitpakken met ‘Victim Blaming’… Dat “Ongeluk nog lang niet aan een paal gebonden ligt”, ach we weten het wel. Maar even kunnen we er wel weer tegen, tegen de wereld. Het is ‘de Troost van kunst en schoonheid’ die ons gaande houdt. Blijft houden. Mag houden. Buiten zorgen de zomerregens van 1 juni voor afkoeling in de late namiddag. Ademen, herademen… Haute Lecture by Colard Mansion? Een expo net zo bedwelmend als ozon heet te zijn na een onweer.
Expo: Haute Lecture by Colard Mansion – Brugge Groeninge Museum – nog t.e.m. zondag 3/6/2018
Extern
Bruges printer conquers the world
Haute lecture”: een schat aan vroege boeken te zien in Brugge
We schrijven 1476! “De la ruyne (ruïne) des nobles hommes et femmes” heet het boek dat de dichter Giovanni Boccacio een eeuw eerder schreef in Florence. Mansion gaf het in 1476 in Brugge uit als eerste boek ooit dat voorzien was van gravures. Voor ademloosheid zorgt bij mij vooral de prent die rechtstreeks voor deze expo vanuit het Louvre naar Brugge werd gehaald en waarop Armoede het gevecht aangaat met Fortuna. Volgens de overlevering kijkt Vrouwe Fortuna neer op Armoede en beledigt haar veelvuldig. Armoede laat zich evenwel niet doen en rost Fortuna af met een tak. Uiteindelijk komt Armoede als winnares uit de strijd en eist dat Fortuna niet langer rampspoed brengt en Ongeluk aan een paal bindt. Flink allegorisch toch. De prent is een van de negen die ook afzonderlijk in de tentoonstelling aanwezig zijn…
Maar “de Boccaccio” is niet het enige hoogtepunt is in deze uitzonderlijke “tour de force” tentoonstelling. Aan het eind van onze Mansion-queeste wacht ons immers nog de verbluffende aanblik van de houtgravures die horen bij Mansion’s editie van de Métamorphosen van Ovidius. Na deze uitgave verdween Mansion zonder veel sporen na te laten uit Brugge en als van de aardbol… Als gevlucht. Bevreemdend einde van een leven?
De Metamorfosen van Ovidius kwamen we overigens laatst ook nog tegen in het mooie “Voor het vergeten” van Peter Verhelst. Het maakt in Brugge zowaar een cirkel rond… We nemen ze mee naar buiten, die ademloosheid, vergeten dat buiten in de Grote wereld mensen op hun belastingsaangiftes aangeven absoluut geen prioriteit te willen geven aan cultuur en ‘Grote leiders’ onbeschaamd uitpakken met ‘Victim Blaming’… Dat “Ongeluk nog lang niet aan een paal gebonden ligt”, ach we weten het wel. Maar even kunnen we er wel weer tegen, tegen de wereld. Het is ‘de Troost van kunst en schoonheid’ die ons gaande houdt. Blijft houden. Mag houden. Buiten zorgen de zomerregens van 1 juni voor afkoeling in de late namiddag. Ademen, herademen… Haute Lecture by Colard Mansion? Een expo net zo bedwelmend als ozon heet te zijn na een onweer.
Expo: Haute Lecture by Colard Mansion – Brugge Groeninge Museum – nog t.e.m. zondag 3/6/2018
Extern
Bruges printer conquers the world
Haute lecture”: een schat aan vroege boeken te zien in Brugge
zondag 20 mei 2018
Allo met Gilbert - Hommage aan Gilbert Degryse
"Het is maar wat het is en ik ben maar wie ik ben"

Van sommige kunstenaars, of zeggen we beter, van sommige mensen, mannen en vrouwen, die zich zowat hun hele leven passioneel laten leiden door de wankele wegen van hun eigen creativiteit zegt men, nogal vlug én altijd zeer achteraf, dat ze als artiest ‘erg verdienstelijk’ waren. Dat ze werk maakten en afleverden dat zéér gezien mocht zijn… Het zijn het soort mensen, de mannen en de vrouwen, die zelden een definitieve plaats verkrijgen in “de Galerijen van De Grote Wereld van de Kunst” waarin, dat weten we, maar al te vaak nog een pak andere normen gelden dan die van de passie van de artiest zelf. De Grote Kunstwereld heeft immers maar zelden een boodschap aan zij die het “net niet” haalden… Aan hen die net tussen de mazen van de (w)aandacht wisten te glippen en de Eeuwigheid aan hun naam voorbij zagen gaan. Het zij zo, en het is niet één van de dingen om écht wakker van te liggen in dit leven.
Gilbert Degryse (°17/3/1946 - +5/4/2017) die verleden jaar heel onverwacht overleed, was geen man
om zich veel aan de canons van de moderne kunst gelegen te laten. Eigengereid en bewust van zijn eigen artisticiteit ging hij vrank zijn eigen weg. Zijn vrienden uit zijn Homeland in het Westen, de driehoek Menen-Diksmuide-Ieper, hadden en hebben dat goed begrepen. Een goed jaar na Gilbert’s dood zorgen ze dit voorjaar met “Allo met Gilbert” voor een mooie en drieledige hommage waarin ze hem blijvend gedenken als een man, een reus, die hoewel niet altijd het meest gelukkige leven kennend, wel altijd – lassend, timmerend en jonglerend - eigengereid zijn eigen kunstzinnige weg is blijven gaan.
De tentoonstelling “Wonderkamer” die dit voorjaar als eerste luik van de hommage doorging in CC De Steiger in Menen, gaf een inkijk in het atelier en de denkprocessen van de kunstenaar en een overzicht van de vele vormen, materialen en objecten waarmee hij experimenteerde.
Nog tot en met komende maandag 21/5/2018 - men moet stilaan haast beginnen maken - kan men terecht in dat andere huis van vertrouwen dat in Diksmuide Galerie Montanus.5 heet. RoBie Van Outryve en Noëlla Hommez, het aimabele gastcomité van de Galerie herinneren zich Gilbert Degryse en ook Noël Drieghe, een andere vriend des huizes die al in 2016 overleed, en die mee in de hommage aan Gilbert betrokken wordt, als twee innemende persoonlijkheden die een eerlijk en gevarieerd oeuvre nalieten. Opvallend in Diksmuide is dat er heel veel werk van Gilbert Degryse tentoongesteld wordt dat speciaal voor deze expo en met graagte in bruikleen werd gegeven.
Na het Diksmuide-luik van “Allo met Gilbert” gaat van 24/5/2018 t.e.m. 30/6/2018 in CC Het Perron in Ieper “Ontrafelen” door. In deze tentoonstelling belooft men ons een eerbetoon aan iemand die steeds bescheiden maar overal sterk en ‘groots’ aanwezig was. Hier twijfelen we er geen ogenblik aan dat dat ook daar het geval zal zijn.
De drieledige hommage die door zijn vrienden werd opgezet geeft een warm en levendig beeld hoe waardevol Gilbert Degryse, als mens en als kunstenaar is geweest. Als niet een wist Gilbert schoonheid te puren uit dingen en vormen die meestal als overbodig en als banaliteit of schroot aan de kant werden geschoven. Sommige mensen zijn minder dood dan de andere. Gilbert Degryse is een van hen!
Extern:
* 29/4/2018 t/m - "Allo, met Gilbert" – Montanus Diksmuide - Hommage tentoonstelling aan 2 overleden vrienden-kunstenaars – Gilbert Degryse en Noël Drieghe
- Vr-Zo van 10:00 tot 18:00 u.
* 24/5/2018 t.e.m. 30/6/2018 – “Ontrafelen” - CC het Perron – Ieper - Vr-Zo van 10:00 tot 17:00 u.
Bij de tentoonstelling hoort ook een verzorgde monografie “Een hommage aan kunstenaar Gilbert Degryse (1946-2017) die men voor het schamele bedrag van 8 euro mee naar huis mag nemen. Tom Van Ryckeghem die een aantal “waarlijk onsterfelijke” portretten van Gilbert maakte, stond in voor de vormgeving. Een boek om als herinnering aan Gilbert binnen handbereik te weten en te houden!
Website CC De Steiger Menen
Website Montanus.5 Diksmuide
Website CC Het Perron Ieper
Website Tom Van Ryckeghem
Instagram Tom Van Ryckeghem
Website Noël Drieghe
Openbaar Facebook-profiel Gilbert Degryse
Twitterdingen: #allometgilbert #desteiger #montanus.5 #perronieper #gilbertdegryse
Van sommige kunstenaars, of zeggen we beter, van sommige mensen, mannen en vrouwen, die zich zowat hun hele leven passioneel laten leiden door de wankele wegen van hun eigen creativiteit zegt men, nogal vlug én altijd zeer achteraf, dat ze als artiest ‘erg verdienstelijk’ waren. Dat ze werk maakten en afleverden dat zéér gezien mocht zijn… Het zijn het soort mensen, de mannen en de vrouwen, die zelden een definitieve plaats verkrijgen in “de Galerijen van De Grote Wereld van de Kunst” waarin, dat weten we, maar al te vaak nog een pak andere normen gelden dan die van de passie van de artiest zelf. De Grote Kunstwereld heeft immers maar zelden een boodschap aan zij die het “net niet” haalden… Aan hen die net tussen de mazen van de (w)aandacht wisten te glippen en de Eeuwigheid aan hun naam voorbij zagen gaan. Het zij zo, en het is niet één van de dingen om écht wakker van te liggen in dit leven.
Gilbert Degryse (°17/3/1946 - +5/4/2017) die verleden jaar heel onverwacht overleed, was geen man
om zich veel aan de canons van de moderne kunst gelegen te laten. Eigengereid en bewust van zijn eigen artisticiteit ging hij vrank zijn eigen weg. Zijn vrienden uit zijn Homeland in het Westen, de driehoek Menen-Diksmuide-Ieper, hadden en hebben dat goed begrepen. Een goed jaar na Gilbert’s dood zorgen ze dit voorjaar met “Allo met Gilbert” voor een mooie en drieledige hommage waarin ze hem blijvend gedenken als een man, een reus, die hoewel niet altijd het meest gelukkige leven kennend, wel altijd – lassend, timmerend en jonglerend - eigengereid zijn eigen kunstzinnige weg is blijven gaan.De tentoonstelling “Wonderkamer” die dit voorjaar als eerste luik van de hommage doorging in CC De Steiger in Menen, gaf een inkijk in het atelier en de denkprocessen van de kunstenaar en een overzicht van de vele vormen, materialen en objecten waarmee hij experimenteerde.
Nog tot en met komende maandag 21/5/2018 - men moet stilaan haast beginnen maken - kan men terecht in dat andere huis van vertrouwen dat in Diksmuide Galerie Montanus.5 heet. RoBie Van Outryve en Noëlla Hommez, het aimabele gastcomité van de Galerie herinneren zich Gilbert Degryse en ook Noël Drieghe, een andere vriend des huizes die al in 2016 overleed, en die mee in de hommage aan Gilbert betrokken wordt, als twee innemende persoonlijkheden die een eerlijk en gevarieerd oeuvre nalieten. Opvallend in Diksmuide is dat er heel veel werk van Gilbert Degryse tentoongesteld wordt dat speciaal voor deze expo en met graagte in bruikleen werd gegeven.
Na het Diksmuide-luik van “Allo met Gilbert” gaat van 24/5/2018 t.e.m. 30/6/2018 in CC Het Perron in Ieper “Ontrafelen” door. In deze tentoonstelling belooft men ons een eerbetoon aan iemand die steeds bescheiden maar overal sterk en ‘groots’ aanwezig was. Hier twijfelen we er geen ogenblik aan dat dat ook daar het geval zal zijn.
De drieledige hommage die door zijn vrienden werd opgezet geeft een warm en levendig beeld hoe waardevol Gilbert Degryse, als mens en als kunstenaar is geweest. Als niet een wist Gilbert schoonheid te puren uit dingen en vormen die meestal als overbodig en als banaliteit of schroot aan de kant werden geschoven. Sommige mensen zijn minder dood dan de andere. Gilbert Degryse is een van hen!
Extern:
* 29/4/2018 t/m
Bij de tentoonstelling hoort ook een verzorgde monografie “Een hommage aan kunstenaar Gilbert Degryse (1946-2017) die men voor het schamele bedrag van 8 euro mee naar huis mag nemen. Tom Van Ryckeghem die een aantal “waarlijk onsterfelijke” portretten van Gilbert maakte, stond in voor de vormgeving. Een boek om als herinnering aan Gilbert binnen handbereik te weten en te houden!
Website CC De Steiger Menen
Website Montanus.5 Diksmuide
Website CC Het Perron Ieper
Openbaar Facebook-profiel Gilbert Degryse
![]() |
![]() |
| C. Foto - Paul Rigolle & Montanus.5 |
![]() |
| C. Foto - Paul Rigolle & Montanus.5 |
![]() |
| C. Foto - Paul Rigolle & Montanus.5 |
![]() |
| C. Foto - Paul Rigolle & Montanus.5 |
donderdag 17 mei 2018
Dichters in Puivelde
Dichters en de koers... Sinds Geelzucht- en andere literaire wielerexperimenten weten we dat het een wel vaker voorkomende combinatie is. Alsof de berelastige slome activiteit van het schrijven aspecten vertoont die ze verwant maakt aan wat de coureurs dagdagelijks moeten opbrengen om “ergens heelhuids aan te komen”. “De dichter als coureur”, quoi?
Gisteren was het onooglijke maar ferm kermisvierende Puivelde, de woonplaats van dichter en auteur Frank Pollet, opnieuw de jaarlijkse afspraak om enkele soortgenoten en Geelzucht-igen van het eerste uur samen te brengen. Een aantal ouwe getrouwen als Bert Bevers, Norbert De Beule en Fleur De Meyer diende dit jaar om uiteenlopende redenen forfait te geven. Frank Pollet, Patrick Cornillie, Karel De Clercq, jawel vader van, en ikzelf waren wél in live-versie op de afspraak.
Het tienjarig dichterlijke lustrum komt zo in Puivelde met de editie van 2020 langzamerhand in het vizier. Gisteren stonden niet minder dan 160 renners aan de start. De wedstrijd was aan haar 53° aflevering toe al wordt het wel ’s tijd dat de Albertvrienden hun website wat gaan bijwerken. Traditioneel stonden er tussen de deelnemers heel wat cyclo-crossers die in Puivelde -Koerse heraanknoopten met de competitie. Voor de start werd Sep Vanmarcke bij vriend en bookmaker naar voor geschoven als de grote kandidaat-winnaar. Puivelde Koerse editie 53 werd een geanimeerde wedstrijd waarin Sep, zoals we dat van hem gewoon zijn, zijn verantwoordelijkheid als groot klassiek coureur niet uit de weg ging. Nadat renners en volgers een paar zachte plensbuien te verwerken hadden gekregen - sein om ons even in de luwte te gaan ophouden - schoven uiteindelijk drie man weg uit een omvangrijke kopgroep. Het scheelde in de sprint maar een haar of smaakmaker en rugnummer …160, Matthias De Witte kon zijn eerste overwinning bij de profs wegkapen. Dat was evenwel zonder Dennis Coenen gerekend die met de bloemen naar huis ging. Jonas Rickaert stond mee op het podium terwijl Sep Vanmarcke de spurt won van wat overbleef.
Volgend jaar opnieuw! Voor renners; en voor... dichters.
Live-verslag bij TV-Oost
Gisteren was het onooglijke maar ferm kermisvierende Puivelde, de woonplaats van dichter en auteur Frank Pollet, opnieuw de jaarlijkse afspraak om enkele soortgenoten en Geelzucht-igen van het eerste uur samen te brengen. Een aantal ouwe getrouwen als Bert Bevers, Norbert De Beule en Fleur De Meyer diende dit jaar om uiteenlopende redenen forfait te geven. Frank Pollet, Patrick Cornillie, Karel De Clercq, jawel vader van, en ikzelf waren wél in live-versie op de afspraak.
![]() |
| Vlnr Frank Pollet, Patrick Cornillie, Karel Declercq en Paul Rigolle |
Volgend jaar opnieuw! Voor renners; en voor... dichters.
Live-verslag bij TV-Oost
zondag 13 mei 2018
Inktspat punt com
Omwille van 'het onverdrotene' nomineer ik vandaag "voor eeuwige aandacht" de literaire site "Inktspat punt com". Sinds jaar en dag, en dat "onverdroten" sedert maart 2005, noteert Peter Bormans met zichtbaar en ingetogen plezier datgene wat moet worden genoteerd!
"Onverdroten"... Er zijn van die stille en onverdroten werkende literaire sites die je zou moeten uitvinden indien ze niet reeds bestonden... https://t.co/1bTB25fNN8 van Peter Bormans is er zo eentje! Je vindt er wel vaker wat je niet hebt gezocht! Een oud gegeven waarmee je enkel blij kan zijn!https://t.co/26CMMUn5uF
— Paul Rigolle (@paulrigolle) 13 mei 2018
maandag 19 maart 2018
Meester Claus
Wat hebben mensen met dode dichters? Wat hebben mensen met dode schrijvers als Hugo Claus? Veel meer dan we vermoeden! Ook tien jaar na zijn vrijwillige uittocht blijven we ‘de Man van vele
kunsten en kunstjes’ herdenken, en dat is, tot spijt van wie het benijdt, helemaal zoals het hoort. Overal, het is geen toeval, kun je dezer dagen naar expo’s met of zonder oesters maar altijd wel met veel ‘con amore’. Klassiekers worden herlezen. Nieuwe bloemlezingen zien het licht. Televisiedocumentaires zoomen in op leven en werk. Er zijn voorstellingen en er zijn literaire avonden alom. Clausminnaars halen de harten op, anderen bij zoveel Clausgeroezemoes de neus. Zo gaat dat bij herdenkingen. Voor- en tegens halen de tijdlijnen. Gisteren was ik in Kortrijk voor een Penhuis-programma rond het parcours in de stad dat aan de hand van die grote Claus-roman ‘Het verdriet van België” nu ook in een audiowandeling perfect kan worden nagelopen. Cees Nooteboom en Jan Vanriet diepten herinneringen van het eerste en het laatste uur op aan de man, de literaire reus, die minder sterfelijk blijkt dan de meeste andere stervelingen. Ze werden daarbij zeer vakkundig en lenig begeleid door Kevin Absillis van het Claus- studie- en documentatiecentrum die zich tevens een meester toonde in het hanteren van spoken in de vorm van weerbarstige powerpoint-voorstellingen. Het werd een heel mooie voormiddag gelardeerd met sneeuwvlokken in maart die voor de ramen van de Budafabriek een lichte toets van hemelse vergankelijkheid toevoegden aan de vele warme woorden.
Claus zelf zou, dat weten en vermoeden we, met zijn meesterlijk Ironisch Vermogen al die herdenkingsmomenten maar niks gevonden hebben. Ballast en Tierlantijnen. Franje. Maar wij, als Clausfans én believers van het eerste uur, hebben daar veel minder moeite mee. Er gaat nauwelijks een week voorbij of we zien onze eigen hand de gedichtenkast ingaan
om er met iets van Claus weer uit te komen. Mijn eigen herinneringen zijn geen herinneringen aan de man maar aan het werk. Ik las ‘Het Verdriet’, halve jongeling nog, gaf mij over aan ‘de Verwondering’, liep onrustig in mijn eigen Hondsdagen te konkelfoezen, leerde Oostakkerse en andere gedichten van buiten. Hield van het Claus-universum en van het weidse Registreren. Want het was toch vooral de poëzie die mij vroeg in de jaren zeventig een opdonder gaf waarvan ik niet eens meer zou en wou herstellen. Wat de taal vermocht is waar Claus voor stond! Niet gering was het. Het proza van Claus mag dan intussen voor sommigen hopeloos ‘gedateerd’ zijn geraakt, en nauwelijks te onderwijzen, zijn poëzie is wat mij betreft niet te dateren. Vaak komen op bewaakte en onbewaakte ogenblikken verzen en flarden Claus opnieuw spoken in mijn hoofd… Is het de ontvankelijkheid van de jeugd die ik mij van toen herinner en die niet overgaat? Het kan. In elk geval hoort Hugo Claus al jaren, nu al tien zijn het er, bij het kransje van mijn meest geliefde doden. Het kan raar klinken voor iemand die je nooit persoonlijk hebt gekend, maar ik mis de man, de schrijver en de kunstenaar, om zijn werk en om zijn blik, om zijn lucide kijk en commentaar op de wereld, zijn ironisch en meesterlijk hanteren van de media in plaats van wat we vandaag de dag zo vaak zien gebeuren zich te lenen tot de plat-op-de-buik-gang voor een morzeltje mediaaandacht. Claus is nog lang niet dood. Dood is alleen wie is vergeten. En wie als dode schrijver niet meer wordt gelezen.
Extern
Tentoonstelling LetterenhuisAchter vele maskers – Letterenhuis
Bozar – Con Amore
Audiowandeling in Kortrijk - Het Verdriet van België
#heimweenaarClaus
kunsten en kunstjes’ herdenken, en dat is, tot spijt van wie het benijdt, helemaal zoals het hoort. Overal, het is geen toeval, kun je dezer dagen naar expo’s met of zonder oesters maar altijd wel met veel ‘con amore’. Klassiekers worden herlezen. Nieuwe bloemlezingen zien het licht. Televisiedocumentaires zoomen in op leven en werk. Er zijn voorstellingen en er zijn literaire avonden alom. Clausminnaars halen de harten op, anderen bij zoveel Clausgeroezemoes de neus. Zo gaat dat bij herdenkingen. Voor- en tegens halen de tijdlijnen. Gisteren was ik in Kortrijk voor een Penhuis-programma rond het parcours in de stad dat aan de hand van die grote Claus-roman ‘Het verdriet van België” nu ook in een audiowandeling perfect kan worden nagelopen. Cees Nooteboom en Jan Vanriet diepten herinneringen van het eerste en het laatste uur op aan de man, de literaire reus, die minder sterfelijk blijkt dan de meeste andere stervelingen. Ze werden daarbij zeer vakkundig en lenig begeleid door Kevin Absillis van het Claus- studie- en documentatiecentrum die zich tevens een meester toonde in het hanteren van spoken in de vorm van weerbarstige powerpoint-voorstellingen. Het werd een heel mooie voormiddag gelardeerd met sneeuwvlokken in maart die voor de ramen van de Budafabriek een lichte toets van hemelse vergankelijkheid toevoegden aan de vele warme woorden.
Claus zelf zou, dat weten en vermoeden we, met zijn meesterlijk Ironisch Vermogen al die herdenkingsmomenten maar niks gevonden hebben. Ballast en Tierlantijnen. Franje. Maar wij, als Clausfans én believers van het eerste uur, hebben daar veel minder moeite mee. Er gaat nauwelijks een week voorbij of we zien onze eigen hand de gedichtenkast ingaan
om er met iets van Claus weer uit te komen. Mijn eigen herinneringen zijn geen herinneringen aan de man maar aan het werk. Ik las ‘Het Verdriet’, halve jongeling nog, gaf mij over aan ‘de Verwondering’, liep onrustig in mijn eigen Hondsdagen te konkelfoezen, leerde Oostakkerse en andere gedichten van buiten. Hield van het Claus-universum en van het weidse Registreren. Want het was toch vooral de poëzie die mij vroeg in de jaren zeventig een opdonder gaf waarvan ik niet eens meer zou en wou herstellen. Wat de taal vermocht is waar Claus voor stond! Niet gering was het. Het proza van Claus mag dan intussen voor sommigen hopeloos ‘gedateerd’ zijn geraakt, en nauwelijks te onderwijzen, zijn poëzie is wat mij betreft niet te dateren. Vaak komen op bewaakte en onbewaakte ogenblikken verzen en flarden Claus opnieuw spoken in mijn hoofd… Is het de ontvankelijkheid van de jeugd die ik mij van toen herinner en die niet overgaat? Het kan. In elk geval hoort Hugo Claus al jaren, nu al tien zijn het er, bij het kransje van mijn meest geliefde doden. Het kan raar klinken voor iemand die je nooit persoonlijk hebt gekend, maar ik mis de man, de schrijver en de kunstenaar, om zijn werk en om zijn blik, om zijn lucide kijk en commentaar op de wereld, zijn ironisch en meesterlijk hanteren van de media in plaats van wat we vandaag de dag zo vaak zien gebeuren zich te lenen tot de plat-op-de-buik-gang voor een morzeltje mediaaandacht. Claus is nog lang niet dood. Dood is alleen wie is vergeten. En wie als dode schrijver niet meer wordt gelezen.
Extern
Tentoonstelling LetterenhuisAchter vele maskers – Letterenhuis
Bozar – Con Amore
Audiowandeling in Kortrijk - Het Verdriet van België
#heimweenaarClaus
dinsdag 13 maart 2018
Kleine dienstmededeling
Vanaf vandaag ben ik mailsgewijs niet meer, of toch nog slechts een tijdje, te bereiken op mijn ouwe skynet-emailadressen.
Mijn nieuwe adres: paul.m.rigolle AT gmail.com
Dank om dat te noteren!
Mijn nieuwe adres: paul.m.rigolle AT gmail.com
Dank om dat te noteren!
dinsdag 30 januari 2018
vrijdag 26 januari 2018
Goudlicht en avondschijn
De ouwe Gorter achterna... "Goudlicht en avondschijn". Of alle gedichten in de bloemlezing ook Goudlicht in zich dragen, moet nog worden uitgemaakt. Zelf prijs ik mij alvast gelukkig om (opnieuw) één van de honderd te zijn. "Pentagram" is de titel... Benieuwd of dit Turing-gedicht van mij op 31/1 ek. ook de tocht naar "de Rode Hoed" in Amsterdam doorstaat... Mijn gedicht en de andere 99 kun je alvast hier nalezen! Er blijken overigens nogal wat bekende (en mij zeer bekende en vertrouwde) namen bij de laatste 100 te zitten... Succes aan iedereen! @dichtwedstrijd
Extern:
Goudlicht en avondschijn (bloemlezing Poëziecentrum)
Turing-Top 100 - Editie 2017
Turing-Gedichtenwedstrijd
woensdag 24 januari 2018
In oude kranten zocht ik naar de wereld (2)
"Dingen die men bijvoorbeeld vindt bij het opruimen van archieven"...
De Streuvels-krant is van zaterdag 16/8/1969 en die ouwe Humo - mét hét levensverhaal van Rik Van Looy - dateert van ... 3 oktober 1963. Net geen tien jaar was ik! Rik Van Looy net geen dertig... Eén van de 'statements' in dat Van Looy-interview: "Een kampioen is geen hersenloze krachtmens". Dat we dat maar weten!
zaterdag 20 januari 2018
In oude kranten zocht ik naar de wereld (1)
Het jaar 1992... "Jeroen Brouwers (schrijft een boek)". En 'De Mens' wist toen al dat het goed was...
zaterdag 13 januari 2018
woensdag 10 januari 2018
Goudmijn en instrument
Elke keer dat ik nog ‘s op zo'n lome uitwaaitocht doorheen “de Oosthoek die de mijne is” in Sluis terechtkom, ga ik hem groeten.
Onze Johan Hendrik, alias ‘de dikke’ van Dale. Naamgever van. Hij, of toch zijn borstbeeld, staat er nog steeds. Daar op het Walplein, met de rug naar het water. En begin januari uitkijkend op het plein mét een toren achtergebleven kerst- en nieuwjaarspakketten. Zijn ouders kwamen, op de vlucht voor een pokkenepidemie in het Meetjesland, omstreeks 1820 vanuit Eeklo in Sluis terecht. Volgens andere bronnen hadden echter de Belgische opstand en de afkomst van moeder van Dale daar veel meer mee te maken. Johan Hendrik, hoofdonderwijzer, taalwerker en onbezoldigd stadsarchivaris van Sluis, geboren in 1828 stierf in 1872 aan de pokken. Amper 44 jaar oud. Over zijn 'levenswerk' of toch het precisiewerk én goudmijn én instrument waaraan hij zijn naam gaf, liet hij weten:
"Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar, een verdrietig werk. Is er veel, dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer, dat men vergeten heeft, dat de aandacht ontsnapt is en alzoo onverbeterd is gebleven. Verzekerde mij een mijner letterkundige vrienden, dat hij, die zijn vader en moeder vermoord heeft, nog te goed was om een Woordenboek te schrijven, ik heb mijzelven vaak twijfelmoedig de vraag gedaan, of hij wel volkomen ongelijk had."
Ik heb "Een leven in woorden", de biografie over van Dale uit 2003 van de hand van Jo van Driel niet gelezen. Hoewel de tijd om te lezen met ouder te worden bij mij eerder lijkt te slinken dan omgekeerd moet ik dat misschien toch nog ’s doen. Voor ik daar aan begin is het goed om niet uit het oog te verliezen dat het standaardwerk van workaholic van Dale er wellicht niet eens zou geweest zijn zonder ene Jan Manhave die het werk van van Dale na zijn dood heeft voortgezet. Voor die Jan Manhave is evenwel voor zover ik weet nergens ter wereld een standbeeld opgetrokken. Nochtans zou mijn grote vriend “de dikke van Dale” zonder hem, en ook zonder die andere taalwerkers I.M. en N.S. Calish, niet veel meer geweest zijn dan een man die een half woordenboek samenstelde en daarmee blijvend gedoemd om tot het rijk van de grote vergetelheid te behoren. Zo zie je maar. Ook relativiteit is een woord dat in van Dale staat! (Hier volgt een smiley!)
Extern:
J.H. van Dale bij Zeeuwse Ankers
Wikipedia over J.H. van Dale
Ronny De Schepper - Dagelijks iets degelijks n.a.v. van Dale
Ewoud Sanders in NRC: Maker van een half woordenboek
Tijdschriftenbank Zeeland
Het groot woordenboek van de Nederlandse Taal - Actuele site
Noot: Wel jammer dat dat hilarische "Wat als de dikke van dale een dikke klootzak was?"-filmpje niet meer op YouTube voorhanden is!
Onze Johan Hendrik, alias ‘de dikke’ van Dale. Naamgever van. Hij, of toch zijn borstbeeld, staat er nog steeds. Daar op het Walplein, met de rug naar het water. En begin januari uitkijkend op het plein mét een toren achtergebleven kerst- en nieuwjaarspakketten. Zijn ouders kwamen, op de vlucht voor een pokkenepidemie in het Meetjesland, omstreeks 1820 vanuit Eeklo in Sluis terecht. Volgens andere bronnen hadden echter de Belgische opstand en de afkomst van moeder van Dale daar veel meer mee te maken. Johan Hendrik, hoofdonderwijzer, taalwerker en onbezoldigd stadsarchivaris van Sluis, geboren in 1828 stierf in 1872 aan de pokken. Amper 44 jaar oud. Over zijn 'levenswerk' of toch het precisiewerk én goudmijn én instrument waaraan hij zijn naam gaf, liet hij weten:
"Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar, een verdrietig werk. Is er veel, dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer, dat men vergeten heeft, dat de aandacht ontsnapt is en alzoo onverbeterd is gebleven. Verzekerde mij een mijner letterkundige vrienden, dat hij, die zijn vader en moeder vermoord heeft, nog te goed was om een Woordenboek te schrijven, ik heb mijzelven vaak twijfelmoedig de vraag gedaan, of hij wel volkomen ongelijk had."
Ik heb "Een leven in woorden", de biografie over van Dale uit 2003 van de hand van Jo van Driel niet gelezen. Hoewel de tijd om te lezen met ouder te worden bij mij eerder lijkt te slinken dan omgekeerd moet ik dat misschien toch nog ’s doen. Voor ik daar aan begin is het goed om niet uit het oog te verliezen dat het standaardwerk van workaholic van Dale er wellicht niet eens zou geweest zijn zonder ene Jan Manhave die het werk van van Dale na zijn dood heeft voortgezet. Voor die Jan Manhave is evenwel voor zover ik weet nergens ter wereld een standbeeld opgetrokken. Nochtans zou mijn grote vriend “de dikke van Dale” zonder hem, en ook zonder die andere taalwerkers I.M. en N.S. Calish, niet veel meer geweest zijn dan een man die een half woordenboek samenstelde en daarmee blijvend gedoemd om tot het rijk van de grote vergetelheid te behoren. Zo zie je maar. Ook relativiteit is een woord dat in van Dale staat! (Hier volgt een smiley!)
Extern:
J.H. van Dale bij Zeeuwse Ankers
Wikipedia over J.H. van Dale
Ronny De Schepper - Dagelijks iets degelijks n.a.v. van Dale
Ewoud Sanders in NRC: Maker van een half woordenboek
Tijdschriftenbank Zeeland
Het groot woordenboek van de Nederlandse Taal - Actuele site
Noot: Wel jammer dat dat hilarische "Wat als de dikke van dale een dikke klootzak was?"-filmpje niet meer op YouTube voorhanden is!
maandag 1 januari 2018
Mag ik jou
"Alles kan"
in 2018
Mag ik jou en de jouwen voor vandaag en voor alle andere dagen
een bijzonder gezond, creatief, waakzaam, warm & kan-srijk 2018 wensen?
Jazeker mag ik dat!
in 2018
Mag ik jou en de jouwen voor vandaag en voor alle andere dagen
een bijzonder gezond, creatief, waakzaam, warm & kan-srijk 2018 wensen?
Jazeker mag ik dat!
maandag 25 december 2017
Aan elk schrijven
Aan elk schrijven hoort een visioen
vooraf te gaan. Eerst komt het oerbos,
diep en stil. Bramen, struiken, lianen
slingeren zich in touw de bomen uit.
Groot en levensvatbaar schrijft de trek
zich in de vlucht van vroege vogels in.
Dieren kiezen vasteland. Wie straks
rechtop zal staan doemt kruipend op.
Figuren, personen breken uit hun lijst.
Mensen zwellen in de straten aan.
Eentweedrie een optocht. Een mars,
een stil protest. Een foto scheurt ze uit.
Nadar sluit elke omloop af. Tijd vloeit
het uurwerk uit. Het punt kruipt opnieuw
de passer in. Klank houdt woord. Of het
snelsnel of werk van lange adem wordt,
moet nog blijken. Wat onomkeerbaar is,
is nog lang niet klaar.
© Paul Rigolle
Noot: Uit de cyclus-'werk in wording'-"In het gedicht". "Aan elk schrijven" staat vandaag ook op mijn facebookbladzijde. Dit als onderdeeltje van een literaire Kerst-estafette. Zie het bericht hieronder...
vooraf te gaan. Eerst komt het oerbos,
diep en stil. Bramen, struiken, lianen
slingeren zich in touw de bomen uit.
Groot en levensvatbaar schrijft de trek
zich in de vlucht van vroege vogels in.
Dieren kiezen vasteland. Wie straks
rechtop zal staan doemt kruipend op.
Figuren, personen breken uit hun lijst.
Mensen zwellen in de straten aan.
Eentweedrie een optocht. Een mars,
een stil protest. Een foto scheurt ze uit.
Nadar sluit elke omloop af. Tijd vloeit
het uurwerk uit. Het punt kruipt opnieuw
de passer in. Klank houdt woord. Of het
snelsnel of werk van lange adem wordt,
moet nog blijken. Wat onomkeerbaar is,
is nog lang niet klaar.
© Paul Rigolle
Noot: Uit de cyclus-'werk in wording'-"In het gedicht". "Aan elk schrijven" staat vandaag ook op mijn facebookbladzijde. Dit als onderdeeltje van een literaire Kerst-estafette. Zie het bericht hieronder...
zaterdag 23 december 2017
Enerzijds/Anderzijds - de nieuwe Pol Hoste bij NY
Het nieuwste nummer van NY is verschenen. Maar even zo mooi Kerstnieuws is ook dat NY van plan is om enkele 'kwetsbare' boeken per jaar uit te geven. Pol Hoste, een van onze 'all time favorites'-auteurs is de eerste schrijver die wordt uitgegeven. Enerzijds/Anderzijds is de titel van zijn nieuwste boek. Volgens NY: 'een literaire explosie'. Een omschrijving waar ik, de auteur al een tijdje volgend en lezend, zelfs niet eens even twijfels bij heb.
Uit de wervende tekst bij het boek noteer én kopieer ik naar de Pol Hoste-map:
"Kijk om je heen, lijkt hij te willen zeggen, kijk naar de beelden, luister naar de gesprekken, zie en hoor je dan niet iets heel anders? Alle pogingen om het verhaal van onze tijd te vertellen stranden, al was het maar omdat er behalve de gebeurtenissen van vandaag ook ontelbare geschiedenissen in meeklinken. Men zegt nooit precies wat men zegt. Dat is zorgelijk, soms, maar de permanente staat van miscommunicatie waarin we verkeren is ook het beginpunt van de wonderlijke redeneringen, poëtische evocaties en lyrische spraakverwarringen die Enerzijds/Anderzijds tot een literaire explosie maken."
Lezen die man! Zie ook mijn blogbericht van 25/3/2017, de dag waarop Pol Hoste zeventig jaar jong werd.
NY - Zojuist verschenen: Enerzijds/Anderzijds
Lees hier een fragment uit het boek
NY-Web
Uit de wervende tekst bij het boek noteer én kopieer ik naar de Pol Hoste-map:
"Kijk om je heen, lijkt hij te willen zeggen, kijk naar de beelden, luister naar de gesprekken, zie en hoor je dan niet iets heel anders? Alle pogingen om het verhaal van onze tijd te vertellen stranden, al was het maar omdat er behalve de gebeurtenissen van vandaag ook ontelbare geschiedenissen in meeklinken. Men zegt nooit precies wat men zegt. Dat is zorgelijk, soms, maar de permanente staat van miscommunicatie waarin we verkeren is ook het beginpunt van de wonderlijke redeneringen, poëtische evocaties en lyrische spraakverwarringen die Enerzijds/Anderzijds tot een literaire explosie maken."
Lezen die man! Zie ook mijn blogbericht van 25/3/2017, de dag waarop Pol Hoste zeventig jaar jong werd.
NY - Zojuist verschenen: Enerzijds/Anderzijds
Lees hier een fragment uit het boek
NY-Web
donderdag 21 december 2017
Dynamite comes - Sioen plays Graceland
Sioen! Wat een schitterend concert maakten we gisteren mee in de afwisselend rood en blauw oplichtende gloed van de Brugse stadsschouwburg. “Sioen plays Graceland”. En Hoe! Hartverwarmend, beklijvend, aanstekelijk… De koekjestrommel van de
schouwburg raakte meermaals klaar om vuur te vatten. In lichterlaaie. Zo schrijf je dat: in lichterlaaie! Eenendertig (31!) jaar jong al is de legendarische Graceland-plaat van Paul Simon maar Sioen liet de kans niet liggen om veel meer te doen dan die achteloos en terloops zomaar weer wat nieuw podiumleven in te blazen. Aangevuld met eigen nummers die de Gentse zanger met de West-Vlaamse roots - “grootvader Remi Sioen had drie muzieknoten in zijn naam staan” - vooral uit zijn “Calling Up Soweto” plukte, deed Sioen de geest van de plaat van Paul Simon helemaal herleven. Tussen de “Boy in the bubble” en zowaar de ouwe “Sounds of silence” als slotnummer, pakte Sioen moeiteloos iedereen in. In fluweel. En wat een groep ook is Sioen! Tien rasmuzikanten zetten samen met de zanger voor oog en oor een muzikaal landschap neer waarnaar je zo wil emigreren. De vier Zuid-Afrikaanse backing vocals uit Soweto wrikten elk hart open dat nog niet open was. “Sioen plays Graceland” is een concert dat de zuurtegraad van de wereld met de klap meer dan enkele punten naar beneden haalt. Muziek om helemaal blij van te worden. Jawel hoor, al wisten we het al, gisteren zagen we het nog ‘s glorieus bevestigd: “Dynamite comes in small packages”!
Meer info:
Sioen plays Graceland - Sioen-net
Bezetting van de "Sioen plays Graceland"-band:
Frederik Sioen: stem & gitaar
Tom Goethals: gitaar
Jan Roelkens: toetsen
PJ Seaux: basgitaar
Pieter De Wilde: drums
Stella Khumalo: backing vocals
Duduzile Majola: backing vocals
Vuyo Tshuma: backing vocals
Vus’umuzi Nhlapo: backing vocals
N’Faly Kouyaté: African percussion
Rony Verbiest: accordeon, saxofoon, klarinet & mondharmonica
schouwburg raakte meermaals klaar om vuur te vatten. In lichterlaaie. Zo schrijf je dat: in lichterlaaie! Eenendertig (31!) jaar jong al is de legendarische Graceland-plaat van Paul Simon maar Sioen liet de kans niet liggen om veel meer te doen dan die achteloos en terloops zomaar weer wat nieuw podiumleven in te blazen. Aangevuld met eigen nummers die de Gentse zanger met de West-Vlaamse roots - “grootvader Remi Sioen had drie muzieknoten in zijn naam staan” - vooral uit zijn “Calling Up Soweto” plukte, deed Sioen de geest van de plaat van Paul Simon helemaal herleven. Tussen de “Boy in the bubble” en zowaar de ouwe “Sounds of silence” als slotnummer, pakte Sioen moeiteloos iedereen in. In fluweel. En wat een groep ook is Sioen! Tien rasmuzikanten zetten samen met de zanger voor oog en oor een muzikaal landschap neer waarnaar je zo wil emigreren. De vier Zuid-Afrikaanse backing vocals uit Soweto wrikten elk hart open dat nog niet open was. “Sioen plays Graceland” is een concert dat de zuurtegraad van de wereld met de klap meer dan enkele punten naar beneden haalt. Muziek om helemaal blij van te worden. Jawel hoor, al wisten we het al, gisteren zagen we het nog ‘s glorieus bevestigd: “Dynamite comes in small packages”!
Meer info:
Sioen plays Graceland - Sioen-net
Bezetting van de "Sioen plays Graceland"-band:
Frederik Sioen: stem & gitaar
Tom Goethals: gitaar
Jan Roelkens: toetsen
PJ Seaux: basgitaar
Pieter De Wilde: drums
Stella Khumalo: backing vocals
Duduzile Majola: backing vocals
Vuyo Tshuma: backing vocals
Vus’umuzi Nhlapo: backing vocals
N’Faly Kouyaté: African percussion
Rony Verbiest: accordeon, saxofoon, klarinet & mondharmonica
maandag 27 november 2017
Alle treinen los - over "Literaire Living" - Editie 8 - 2017
De achtste editie van het literair festival “Literaire Living” werd er een voor de annalen. In Ardooie en verre omstreken!
Bij afwezigheid wegens ziekte moesten we in de alweer biezonder stemmig opgetuigde cultuur- en theaterkapel van de Schaduw wel de muziek van Inne Eysermans missen. Jammer voor de liefhebbers en de minnaars van de stem van de Engel van Amatorski. Benedikte Crombez en Reinout Verbeke kondigden om beurten de dichters aan en zorgden na afloop van elke lezing ook nog ’s voor een kort en fijn gesprekje. Mustafa Kör bracht er als eerste dichter van de avond, én rollend als een zachte rivier, meteen de stemming in. De voormalige stadsdichter van Genk werd eerder vooral bekend met de subtiele roman De Lammeren. Hij las gedichten uit zijn verrassend en heel erg goed onthaald poëtisch debuut Ben jij liefde. De bundel is ondertussen, als we het goed hebben, aan zijn vijfde (!) druk toe. Onder meer zijn lang gedicht Idylle ging bij iedereen in mijn buurt recht het hart in. “Mijn hart barstte open als granaatappels…” Erg innemende dichter die Mustafa Kör. Zonder verwijl bij te zetten op het schap van de te koesteren en te volgen dichters.
Charlotte Van den Broeck las de cyclus "Acht ∞" uit haar nieuwste bundel Nachtroer. Verstild en naar gewoonte helemaal uit het hoofd haar gedichten zeggend, ging Van den Broeck in 8 stappen (van 8 naar 1) van een gedicht, met veel intensiteit terug naar waar ooit een liefde begon. Fluweelzacht en toch met randjes! Niemand die het nog een wonder vindt dat Nachtroer genomineerd is voor, en zelfs een goeie kans maakt op de grote VSB-poëzieprijs. Het zou na Hugo Claus, Leonard Nolens en Jan Lauwereyns pas de vierde keer zijn dat de prijs die in januari jammergenoeg ophoudt te bestaan naar een Vlaamse dichter gaat. Benieuwd.

De afwezigheid van Inne Eysermans werd daarna volkomen, én ook muzikaal goedgemaakt door de huidige Dichter des Vaderlands Laurence Vielle die in de persoon van Vincent Granger haar vaste muzikant had meegenomen. In een eerste gedenkwaardig optreden liet ze in de beide landstalen en met veel taalbravoure alle treinen los. Na de pauze was het de hoogste tijd om de winnaars van de poëziewedstrijd "Dichter uit de Schaduw" naar het podium te halen. Niet minder dan 86 dichters stuurden drie van hun mooiste gedichten in. Geen makkelijke kluif noch klus voor de jury, bestaande uit Reinout Verbeke, Benedicte Crombez, Liselotte Vercaigne, Rino Feys, Edward Hoornaert en ondergetekende. Zoals eerder werd bekendgemaakt bekroonde de jury vijf dichters met een nominatie. Alle vijf bleken ze bij nadere kennisname een voor een al eerder poëtische strepen en streepjes achter hun naam te hebben gezet. Dat bleek ook uit hun voordracht. Leen Raats die verleden jaar nog de top100 van de Turingprijs haalde, las "Corpus Christi". Wim Vandeleene bracht zijn gedicht “De hond van Pavlov” en Leen Pil, die in het najaar van 2018 bij uitgeverij P debuteert, las “Langedijker herfst”. Een andere genomineerde Hans Depelchin was afwezig. Ook de winnares Tania Verhelst bleek allerminst een nieuwkomer in poetics te zijn. Het podium leek voor haar wel een natuurlijke habitat.
Verhelst, van wie recent nog poëzie in Het Liegend Konijn werd opgenomen, las de drie gedichten van haar winnende inzending en trakteerde ons nog op een toemaatje.
Daarna was het opnieuw de beurt aan Laurence Vielle. Wat nog meer te zeggen over deze uitbarstende Brusselse taalvulkaan die van elke aanwezige een makkelijk speeltje maakt? Wervelwind, zandstorm, moessonregen… De regerende “dichter des Vaderlands” is “alles in een”. Vielle was in Ardooie wat ze zowat overal is: haar eigen stormachtige zelf. Samen met Reinout Verbeke (en Nevenwerking-gitarist Bart Couvreur) en Vincent Granger zorgde ze voor een bijzonder pakkende tweetalige versie van Je bent doelwit/Tu es cible. Wat ons betreft: hét hoogtepunt van de avond. Vielle schreef het naar de keel grijpende gedicht op 22/3/2016 als repliek op de aanslagen van Brussel. (Een soundcloud-versie van het gedicht vind je hier op de Reinoutmetnevenwerking-site).
Na het zachte en zotte taalgeweld van Laurence Vielle sloot Barbarber-icoon-om-eeuwig-van-te lezen-en-van-te-houden K. Schippers de avond af. Hij las enkele van zijn klassiekers en wat nieuw werk. Zoals we hem kennen: als fijnslijper alweer perfect in balans de grenzen aftastend tussen ernst, ironie en luim. Of ze nog werken of niet, die taalgrapjes van hem, K. Schippers zorgde voor een waardig slot van een zinderende literaire avond. Een hoogmis in de Wezekapel van Theater De Schaduw? Volgend jaar beslist opnieuw! Op dus naar editie 9...
Verslag: ©Paul Rigolle
Ook na te lezen via deze link op de bladzijden van 'de Schaal van Digther'
Literaire Living - alle edities op een rijtje:
Editie 1 – zondag 20 mei 2007
Editie 2 - zaterdag 3 mei 2008
Editie 3 – zaterdag 14 november 2009
Editie 4 – zaterdag 20 november 2010
Editie 5 – zaterdag 19 november 2011
Editie 6 - zaterdag 24 november 2012
Editie 7 - zaterdag 7 december 2013
Editie 8 - zaterdag 25 november 2017
Bij afwezigheid wegens ziekte moesten we in de alweer biezonder stemmig opgetuigde cultuur- en theaterkapel van de Schaduw wel de muziek van Inne Eysermans missen. Jammer voor de liefhebbers en de minnaars van de stem van de Engel van Amatorski. Benedikte Crombez en Reinout Verbeke kondigden om beurten de dichters aan en zorgden na afloop van elke lezing ook nog ’s voor een kort en fijn gesprekje. Mustafa Kör bracht er als eerste dichter van de avond, én rollend als een zachte rivier, meteen de stemming in. De voormalige stadsdichter van Genk werd eerder vooral bekend met de subtiele roman De Lammeren. Hij las gedichten uit zijn verrassend en heel erg goed onthaald poëtisch debuut Ben jij liefde. De bundel is ondertussen, als we het goed hebben, aan zijn vijfde (!) druk toe. Onder meer zijn lang gedicht Idylle ging bij iedereen in mijn buurt recht het hart in. “Mijn hart barstte open als granaatappels…” Erg innemende dichter die Mustafa Kör. Zonder verwijl bij te zetten op het schap van de te koesteren en te volgen dichters.
Charlotte Van den Broeck las de cyclus "Acht ∞" uit haar nieuwste bundel Nachtroer. Verstild en naar gewoonte helemaal uit het hoofd haar gedichten zeggend, ging Van den Broeck in 8 stappen (van 8 naar 1) van een gedicht, met veel intensiteit terug naar waar ooit een liefde begon. Fluweelzacht en toch met randjes! Niemand die het nog een wonder vindt dat Nachtroer genomineerd is voor, en zelfs een goeie kans maakt op de grote VSB-poëzieprijs. Het zou na Hugo Claus, Leonard Nolens en Jan Lauwereyns pas de vierde keer zijn dat de prijs die in januari jammergenoeg ophoudt te bestaan naar een Vlaamse dichter gaat. Benieuwd.

De afwezigheid van Inne Eysermans werd daarna volkomen, én ook muzikaal goedgemaakt door de huidige Dichter des Vaderlands Laurence Vielle die in de persoon van Vincent Granger haar vaste muzikant had meegenomen. In een eerste gedenkwaardig optreden liet ze in de beide landstalen en met veel taalbravoure alle treinen los. Na de pauze was het de hoogste tijd om de winnaars van de poëziewedstrijd "Dichter uit de Schaduw" naar het podium te halen. Niet minder dan 86 dichters stuurden drie van hun mooiste gedichten in. Geen makkelijke kluif noch klus voor de jury, bestaande uit Reinout Verbeke, Benedicte Crombez, Liselotte Vercaigne, Rino Feys, Edward Hoornaert en ondergetekende. Zoals eerder werd bekendgemaakt bekroonde de jury vijf dichters met een nominatie. Alle vijf bleken ze bij nadere kennisname een voor een al eerder poëtische strepen en streepjes achter hun naam te hebben gezet. Dat bleek ook uit hun voordracht. Leen Raats die verleden jaar nog de top100 van de Turingprijs haalde, las "Corpus Christi". Wim Vandeleene bracht zijn gedicht “De hond van Pavlov” en Leen Pil, die in het najaar van 2018 bij uitgeverij P debuteert, las “Langedijker herfst”. Een andere genomineerde Hans Depelchin was afwezig. Ook de winnares Tania Verhelst bleek allerminst een nieuwkomer in poetics te zijn. Het podium leek voor haar wel een natuurlijke habitat.
Verhelst, van wie recent nog poëzie in Het Liegend Konijn werd opgenomen, las de drie gedichten van haar winnende inzending en trakteerde ons nog op een toemaatje. Daarna was het opnieuw de beurt aan Laurence Vielle. Wat nog meer te zeggen over deze uitbarstende Brusselse taalvulkaan die van elke aanwezige een makkelijk speeltje maakt? Wervelwind, zandstorm, moessonregen… De regerende “dichter des Vaderlands” is “alles in een”. Vielle was in Ardooie wat ze zowat overal is: haar eigen stormachtige zelf. Samen met Reinout Verbeke (en Nevenwerking-gitarist Bart Couvreur) en Vincent Granger zorgde ze voor een bijzonder pakkende tweetalige versie van Je bent doelwit/Tu es cible. Wat ons betreft: hét hoogtepunt van de avond. Vielle schreef het naar de keel grijpende gedicht op 22/3/2016 als repliek op de aanslagen van Brussel. (Een soundcloud-versie van het gedicht vind je hier op de Reinoutmetnevenwerking-site).
Na het zachte en zotte taalgeweld van Laurence Vielle sloot Barbarber-icoon-om-eeuwig-van-te lezen-en-van-te-houden K. Schippers de avond af. Hij las enkele van zijn klassiekers en wat nieuw werk. Zoals we hem kennen: als fijnslijper alweer perfect in balans de grenzen aftastend tussen ernst, ironie en luim. Of ze nog werken of niet, die taalgrapjes van hem, K. Schippers zorgde voor een waardig slot van een zinderende literaire avond. Een hoogmis in de Wezekapel van Theater De Schaduw? Volgend jaar beslist opnieuw! Op dus naar editie 9...
Verslag: ©Paul Rigolle
Ook na te lezen via deze link op de bladzijden van 'de Schaal van Digther'
Literaire Living - alle edities op een rijtje:
Editie 1 – zondag 20 mei 2007
Editie 2 - zaterdag 3 mei 2008
Editie 3 – zaterdag 14 november 2009
Editie 4 – zaterdag 20 november 2010
Editie 5 – zaterdag 19 november 2011
Editie 6 - zaterdag 24 november 2012
Editie 7 - zaterdag 7 december 2013
Editie 8 - zaterdag 25 november 2017
vrijdag 17 november 2017
Voorstelling "Jaarwerk MMXVII"
Zondag 19/11/2017 e.k. om 10:30 u stelt de VWS (Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers) "Jaarwerk MMXVII", het nieuwe jaarboek voor. In het kader, én volledig in het plaatje passend van "Krombeke Retour", is de plaats van afspraak: CC Ghybe in Poperinge. Zelf schreef ik voor het boek een inleiding die ik zondag graag wil en mag toelichten. Scriptomanen is de uitgever. Samen met de voorstelling wordt ook de VWS-prijs (een schitterend beeld van Renaat Ramon) toegekend. Na de eerdere laureaten Walter Haesaert en Willy Spillebeen gaat de eer dit jaar geheel en al terecht naar dichter-schrijver Luuk Gruwez.
De volledige inhoud van "Jaarwerk MMXVII" kun je nalezen via deze Schaal van Digther-link.
De volledige inhoud van "Jaarwerk MMXVII" kun je nalezen via deze Schaal van Digther-link.
zaterdag 11 november 2017
zaterdag 4 november 2017
Belgian rules/Belgium rules
Gisteren was ik een van de gelukkigen, jazeker, zo wil ik mij in deze context graag noemen, die in het Brugse concertgebouw de Belgische première van "Belgian rules/Belgium rules", mocht meemaken. Laat ik meteen maar zeggen dat de nieuwste voorstelling van Jan Fabre/Troubleyn er een is die ik niet had willen missen. In dit wervelende theaterstuk brengt Fabre zowat de hele Belgische geschiedenis in beeld. Vanaf de “stomme van Portici”, over “The last post” tot en met “het lied van de burgermannetjes” en de liederlijke exploten van het carnaval van Aalst en Geel. “Belgian rules/Belgium rules” is dan ook, zo blijkt, een schitterend fresco dat aan de hand van het werk van Vlaamse Meesters een historisch én actueel beeld schetst van het België dat we kennen, haten soms, maar – Ceci n’est pas un pays - eigenlijk onbewust meer liefhebben dan dat we dat beseffen.
Met gepaste ironie, exorbitant mededogen en snuivend cynisme houdt Fabre ons een spiegel voor waarin we moeiteloos onszelf en onze lot- en soortgenoten herkennen. Maf, surrealistisch, gelaten, wuft, grotesk… Alles kan op gepaste wijze en in overmatige dosis in dit stuk. Er is geen stijl- of glijmiddel dat niet wordt aangewend. Niets dat niet wordt gehanteerd.
Met nieuwe muziek van Raymond Van het Groenewoud en Andrew Van Ostade die ook heel straf acteert, een sterke tekst van Johan de Boose en dans- en vliegwerk van de hele Troubleyn-groep. Van wat “forbidden” is naar wat “obliged” om tenslotte te eindigen bij “what’s possible”, dat is de lijn die door Fabre voor ons wordt uitgezet. De hele voorstelling, zegmaar performance, duurt 3 uur en 45 minuten maar wegdommelen is er niet bij. Wel waar is dat een aantal passages (de ‘rules-gedeelten’) wat al te lang worden uitgesponnen maar dit gegeven doet nauwelijks afbreuk aan het spelplezier dat van deze voorstelling een fabelachtig totaalspektakel maakt.
Belgen en andere buitenlanders: ga dat zien!
(P.R.)
zaterdag 28 oktober 2017
Atelier
Wat je erft is waar je aan moet komen.
Een plek, een taal, dingen die getuigen.
Dit heet wat ooit een smidse was
in een dorp vol regen. Dat hier ooit
een man bewoog die leefde van en met
het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
De klank van hamers in een atelier
dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
het dak. De wind giert door alle kieren.
Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
De jongen die hapert aan de bramen.
De man die breekt en davert en weet
hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!
Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.
© Paul Rigolle
Vindplaats: Turingwedstrijd 2013 - Top 100
Een plek, een taal, dingen die getuigen.
Dit heet wat ooit een smidse was
in een dorp vol regen. Dat hier ooit
een man bewoog die leefde van en met
het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
De klank van hamers in een atelier
dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
het dak. De wind giert door alle kieren.
Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
De jongen die hapert aan de bramen.
De man die breekt en davert en weet
hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!
Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.
© Paul Rigolle
Vindplaats: Turingwedstrijd 2013 - Top 100
donderdag 12 oktober 2017
De Vlaamse Poëziedagen anno 2017
Ooit had ik het genoegen om mezelf de laureaat te mogen noemen van zowel de Basiel de Craeneprijs (1976) als de prijs van de Vlaamse Poëziedagen (Merendree, 1999). Het is dan ook bijzonder aangenaam om dit jaar een nieuwe editie van de Vlaamse Poëziedagen te mogen meemaken.
Onder impuls van de stadsdichter van Deinze, Luc C. Martens, wordt na fantastisch voorbereidend werk op het Kasteel van Ooidonk een uniek poëtisch programma aangeboden. Meer dan 40 dichters zijn dit weekend (14/10/2017 - 15/10/2017) in Ooidonk present om er ondermeer gedichten te lezen. Zelf doe ik dat op zondagvoormiddag 15/10/2017. ("Poëtische borrelnootjes op het Kasteel"). Voorts zijn er kasteelbezoeken, workshops, een historisch boek, kunst enz.. Wat je dus maar wil!
Alle info op www.poeziedagen.be
Hieronder het definitieve programma
https://www.deinze.be/poeziedagen
Onder impuls van de stadsdichter van Deinze, Luc C. Martens, wordt na fantastisch voorbereidend werk op het Kasteel van Ooidonk een uniek poëtisch programma aangeboden. Meer dan 40 dichters zijn dit weekend (14/10/2017 - 15/10/2017) in Ooidonk present om er ondermeer gedichten te lezen. Zelf doe ik dat op zondagvoormiddag 15/10/2017. ("Poëtische borrelnootjes op het Kasteel"). Voorts zijn er kasteelbezoeken, workshops, een historisch boek, kunst enz.. Wat je dus maar wil!
Alle info op www.poeziedagen.be
Hieronder het definitieve programma
https://www.deinze.be/poeziedagen
maandag 9 oktober 2017
Oostende, twintig jaar later...
Hieronder ook nog 's het integrale interview.
Paul Rigolle won een kleine twintig
jaar geleden de eerste editie van de Poëziewedstrijd van Oostende. Wij
zochten hem op en vuurden onze vragen op hem af.
Het is ondertussen een kleine
twintig jaar geleden dat je de Oostendse Poëziewedstrijd won, wat is er
je nog bijgebleven van je deelname?
Ondertussen, ik schrik er zelf van, is het inderdaad alweer bijna
twintig jaar geleden dat ik de eerste editie van de Oostendse
Poëziewedstrijd won.
En nog altijd noem ik mij een gelukkige laureaat.
Ik herinner mij dat ik voorafgaand aan de proclamatie een brief
ontving waarin alleen stond dat ik één van de tien genomineerden was en
dat de organisatoren zeer hoopten op mijn aanwezigheid. In die periode
nam ik wel vaker deel aan literaire wedstrijden. Ik had eerder al
dergelijke poëziewedstrijden gewonnen in Deurle, Brugge, Roeselare en
Blankenberge. In Oostende – waar ondermeer Simon Vinkenoog en Geert Van
Istendael in de jury zaten - rekende ik niet echt op de hoofdprijs.
Het was immers de eerste literaire wedstrijd waar je met “slechts” twee
gedichten de fantastische prijs van, toenmalig, 100.000 franken, kon
winnen.
Ik zie dat je blogt. Omarm je ook het gebruik van andere
sociale media? Vrees je de impact van deze en andere vormen van
vluchtige media (Facebook, Twitter, SMS) op het taalgebruik van de
jongere generatie?
Ja, in twintig jaar tijd is de wereld bijna totaal van uitzicht
veranderd. Ik vind dat echt verbazend soms. En zeker ook de snelheid
waarmee dat is gegaan. Zelf ben ik altijd geboeid geweest door de
opkomst van het internet en van de sociale media. En nog! Het leven kan
nooit meer hetzelfde zijn. Eigenlijk was ik één van de eerste bloggers. (“Arcadim in Arcadië”).
Twitter, Facebook en Instagram behoren tot mijn werkarsenaal. Ook blijf
ik een blog bijhouden. Weliswaar met meer rustpauzes dan dat er
activiteit te bespeuren valt. Ik vind, als je iets wil zeggen, elke vorm
van medium mag, zelfs moet hanteren… Maar je moet het wel met de
hoogstnodige zorg doen… Altijd rekening houden met het feit dat je op
het internet sporen achterlaat die niet meer uit te wissen zijn. Je moet
dus wel een beetje inschatten wat je al dan niet publiceert en wat je
kwijt wil… Over de impact van die sociale media is nog lang niet alles
gezegd. Er zitten, daar zijn we ondertussen met zijn allen achter, ook
heel wat kwalijke kantjes aan… Fakenews en allerhande vormen van beïnvloeding worden in de toekomst nog een grotere plaag dan ze nu al zijn.Welke dichtbundel ligt er momenteel op de koffietafel bij je thuis?
Ik schrijf regelmatig over poëzie. Niet alleen voor “de Schaal van Digther” waarvan ik eindredacteur ben (en waarvan onder andere ook Oostendenaar Frank Decerf, redacteur is) maar sinds kort ook voor het Kunsttijdschrift Vlaanderen. De poëzie waarin ik mij daarvoor nu laat onderdompelen is een tweetalige bundel van de nog niet zo lang overleden Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. ‘Het vaderpaard/It faderpaard, alle gedichten’ is de titel en het is een lijvige bloemlezing van meer dan 800 bladzijden. Heel mooie en bijzonder intrigerende poëzie.
Welk literair tijdschrift of naslagwerk vind jij een aanrader, zeker voor aanstormend talent?
Ik zei al iets over ‘de Schaal van Digther’, (http://digther.blogspot.com),
een literair e-zine waaraan iedereen kan bijdragen als de teksten maar
enig niveau halen en waarvan ik eindredacteur ben. Dat moet ik
natuurlijk wel als aanrader vermelden. Het is een manier voor mij om de
vinger aan de pols te houden van wat er vooral door jongeren geschreven
wordt.
Jonge mensen raad ik ook altijd wel aan om hun
werk ook naar andere literaire tijdschriften te sturen, toch die
tijdschriften die op papier de internet-storm hebben overleefd.
Alle publicatiemogelijkheden die er zijn moet je proberen te
gebruiken. Ook het internet biedt heel veel kansen tot publicatie.
Eventueel beginnen met een eigen blog kan je ook al een eind op weg
zetten…Ben je lid van een literaire vereniging? Wat is de meerwaarde hiervan voor jou?
Ik ben bestuurslid van de VWS, de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers. Voor de vereniging waarvan iedereen lid kan worden, ook niet-West-Vlamingen, heb ik drie monografieën geschreven over drie West-Vlaamse dichters namelijk Magda Castelein, Philip Hoorne en Patrick Cornillie. Nu de provincie de subsidies heeft stopgezet, geven we nu elk jaar een Jaarboek van de West-Vlaamse literatuur uit. Het lidmaatschap geeft automatisch recht op een exemplaar van het jaarboek. De publicatie van het jaarboek wordt ook gekoppeld aan de toekenning van de VWS-prijs. Eerdere laureaten waren Walter Haesaert en Willy Spillebeen. Het mooie aan de VWS is dat je met zielsgenoten kunt van gedachten wisselen. Nieuwe boeken en publicaties, het schrijven zelf, het literaire wereldje, het zijn allemaal onderwerpen om lekker over door te bomen.Hoe lang werk je gemiddeld aan één gedicht? Ben je eerder iemand die ’s nachts wakker wordt en opstaat om een ingeving te noteren, of moet je echt bewust gaan zitten en nadenken om iets neer te kunnen pennen?
Een gedicht ontstaat meestal door bijna achteloos een woord of een vers, of een idee te noteren. Dat gebeurt wel dagelijks. Vaak ook ’s nachts, jawel. Dat is de vonk die je vastlegt.
Vuur maken moet je dan weer later doen als je
achter de schrijftafel zit. Want tenslotte is het met literatuur als met
de meeste dingen in het leven, je bekomt niks als je er niet alle
moeite voor doet.
Het komt dus, net zoals het cliché dat wil, vooral op transpiratie
aan. De inspiratie zorgt enkel voor de overslaande vonken. Een gedicht
ontstaat dan ook pas als je er echt, en soms dagenlang, voor gaat
zitten. Er is geen geheim. Werken, en vaak zwoegen, is de boodschap.
Soms laat een gedicht zich in enkele dagen schrijven, andere keren zeul
je er jaren mee rond.Neem je nog deel aan literaire wedstrijden?
Nee, zo goed als nooit meer. De meeste wedstrijden waarvoor je anoniem moet inzenden heb ik later ook gewonnen. Zo werd in de loop van de jaren, na de prijs in Oostende, poëzie van mij bekroond in Merendree, Sint-Niklaas, Izegem en Harelbeke. Je kunt dus niet eeuwig blijven insturen. Bovendien vind ik dat dit soort prijzen vooral jonge mensen een duwtje moeten geven. Die prijzen hebben zeker een stimulansfunctie. Zeker ook die van Oostende! Daarom zetel ik ook af en toe zelf graag in jury’s, zoals onlangs bij de laatste editie van de Poëzieprijs van de Stad Izegem. Er is wel nog één prijs waar ik zelf blijf aan deelnemen. Dat is die grote Turing-prijs in Nederland. Ik haalde in het verleden al twee keer de top honderd. Niet slecht als je weet dat er voor die prijs jaarlijks meer dan 10.000 gedichten worden ingestuurd. Het bedrag voor de winnaar is dan ook niet niks, 10.000 euro.Waar ben je op dit eigenste moment mee bezig?
Ik ben altijd wel bezig met het schrijven van poëzie wat dan tot een nieuwe bundel moet leiden. Maar aan deadlines doe ik niet. Dat is misschien niet helemaal goed voor een schrijver. Maar het zij zo. Ik werk ook al jaren aan proza dat maar geen vaste vorm wil krijgen en voorts schrijf ik, als eeuwige freak van het wielrennen, aan een soort biografie van de wielersupporter die ik altijd geweest en gebleven ben, maar die natuurlijk evenzeer ook over mijn kijk op poëzie, literatuur, muziek en plastische kunst moet gaan… Ik hoop alvast dat er op termijn nog een aantal dingen van mij in boekvorm worden gepubliceerd.
Welke literaire zin of (deel van een) gedicht mag wat jou betreft als je epitaaf gebruikt worden?
Dat is wel een heel moeilijke… Misschien iets uit “Tot het bestaat”, mijn recentste dichtbundel... Uit het gedicht ‘Recanati’ bijvoorbeeld: “Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles waargemaakt in wat er staat geschreven.”Lees hier Paul zijn Blogspot. Zijn website vind je hier.
Datum van het bericht: donderdag 05 oktober 2017
Bron: www.oostende.be
Wie zelf zin heeft in deze wedstrijd kan voor de nieuwste editie nog insturen tot 1/11/2017.
Meer info via deze link.
vrijdag 6 oktober 2017
Dogville - Theater De Schaduw
Gisterenavond zagen we in Roeselare een simpele fabrieksloods uitgroeien tot een magische theaterplek die ons wel voor altijd zal bijblijven. In een verlaten pand “achter Aveve” in de
Rotsestraat maakten we het, in een regie van Eric Meirhaeghe, mee om de totaalvoorstelling Dogville tot leven te zien komen. En hoe! Na de eerdere gedenkwaardige sociaal-artistieke theaterprojecten van Theater De Schaduw ‘Midzomernachtsdroom’ (2006) en ‘Maustrofobie’ (uit 2009) is Dogville opnieuw een zegmaar adembenemende voorstelling geworden. Punt van vertrek en herkomst voor deze fijne brok massaal en massief theater was de gelijknamige en bekende film van Lars von Trier uit 2003 met Nicole Kidman, John Hurt en Paul Bettany in de hoofdrollen. Maar het dient meteen gezegd: op geen enkel ogenblik hebben we gisteren een reden gehad om aan de filmversie te denken. Dogville is in de Schaduw-theaterversie een beklijvende denkoefening geworden over macht en arrogantie. Een fikse en bijwijlen harde voorstelling over de plaats van de enkeling en de komst van de vluchteling in een plaatselijke vooruitkabbelende kleinsteedse gemeenschap. Een voorstelling ook over de “aard van het beest” dat bij elk van ons – al dan niet gekoesterd of gekneveld - onder de borst tot leven komt en op kansen ligt te loeren.
Het theaterverhaal neemt een aanvang wanneer de jonge vrouw Grace (gespeeld door Ilse De Rauw) opgejaagd door gangsters het ‘lieflijke’ stadje Dogville binnenvalt. Door de bemiddeling van de jonge schrijver/dorpsfilosoof Tom Edison Junior (Jan Verleyen) mag ze veertien dagen in Dogville blijven waarna de bewoners zich opnieuw over haar komst zullen uitspreken… Veel gratie van de bewoners staat Grace in Dogville evenwel niet te wachten. Het stuk groeit immers uit tot een rauwe allegorie over goed en kwaad met een plot dat men – voor wie de film niet heeft gezien – niet eens ziet aankomen. Een meditatie ook over de soms duistere drijfveren van wie pretendeert
een schrijver te zijn. Dogville is met de inzet van ontelbaar veel mensen op en achter de schermen van Theater De Schaduw een zinderend geheel geworden dat ons de komende dagen zal bijblijven. Wat een werk moet hieraan zijn voorafgegaan! Jonah Muylle, productie- en artistiek leider van vzw De Schaduw, zij met een pak vrijwillige medewerkers meer dan geprezen. Aanvankelijk dacht men aan een voorstelling voor een dertigtal acteurs en figuranten. Het werden er zestig. Regisseur Eric Meirhaeghe weet ze strak en enthousiast allen hun eigen plaats te geven. De theaterbewegingen spelen zich, Von-trier-gewijs, af in een uiterst sober decor van Piet De Doncker dat de contouren van het verhaal op een visueel beklemmende manier weet af te lijnen. In het programmakrantje (de “Dogville Times”) lezen we dat er voor dit stuk onder meer 200 kartonnen dozen, 3,6 km touw, 200 katrollen en 200 tuimelpluggen zijn gebruikt… (Erg aardig woord overigens die "tuimelplug"). Het gebruik van de decorelementen komt bovendien ook mooi terug in de aankleding van de gelegenheidsfoyer.
De lichtregie van Mattias Sercu accentueert het geheel en het acteerwerk is zondermeer sterk te noemen. Met glansrollen voor de Verteller (Guido Vanderauwera), Grace (Ilse De Rauw), Tom Edison Junior (Jan Verleyen) en Grote Man (Henk Cnockaert). Al mogen we de prestaties van al die andere acteurs en figuranten die op een speelvlak van 17 op 37 meter overtuigend gestalte geven aan de bewoners van Dogville in geen geval onvermeld laten! Acteurs die zich een voor een “uitschudden als een doos”. De live- muzikanten “in dienst van het geheel” die met heel mooie soundscapes mee het stuk helpen optillen zijn Tom Ternest – eerder ook regisseur van Midzomernachtsdroom en Maustrofobie -, Jeroen Degrieck, Bart Couvreur en Thomas Camerlynck. Het succes van deze theaterversie van Dogville komt niet zomaar aanzetten vanuit het niets. Naast de data van de laatste voorstellingen van vandaag 6/10 en morgen 7/10/2017 staat een dikke “Uitverkocht”. Volkomen terecht. Dogville is locatietheater van de bovenste plank!
Dogville, Theater de Schaduw, sociaal-artistiek theaterproject
Dogville bij dwik.tv (fragment en gesprek met regisseur Eric Meirhaeghe)
Vzw Cultuurkapel De Schaduw
Dogville – Lars von Trier
Maustrofobie – “In het stof ons aanschijns”
Rotsestraat maakten we het, in een regie van Eric Meirhaeghe, mee om de totaalvoorstelling Dogville tot leven te zien komen. En hoe! Na de eerdere gedenkwaardige sociaal-artistieke theaterprojecten van Theater De Schaduw ‘Midzomernachtsdroom’ (2006) en ‘Maustrofobie’ (uit 2009) is Dogville opnieuw een zegmaar adembenemende voorstelling geworden. Punt van vertrek en herkomst voor deze fijne brok massaal en massief theater was de gelijknamige en bekende film van Lars von Trier uit 2003 met Nicole Kidman, John Hurt en Paul Bettany in de hoofdrollen. Maar het dient meteen gezegd: op geen enkel ogenblik hebben we gisteren een reden gehad om aan de filmversie te denken. Dogville is in de Schaduw-theaterversie een beklijvende denkoefening geworden over macht en arrogantie. Een fikse en bijwijlen harde voorstelling over de plaats van de enkeling en de komst van de vluchteling in een plaatselijke vooruitkabbelende kleinsteedse gemeenschap. Een voorstelling ook over de “aard van het beest” dat bij elk van ons – al dan niet gekoesterd of gekneveld - onder de borst tot leven komt en op kansen ligt te loeren.
Het theaterverhaal neemt een aanvang wanneer de jonge vrouw Grace (gespeeld door Ilse De Rauw) opgejaagd door gangsters het ‘lieflijke’ stadje Dogville binnenvalt. Door de bemiddeling van de jonge schrijver/dorpsfilosoof Tom Edison Junior (Jan Verleyen) mag ze veertien dagen in Dogville blijven waarna de bewoners zich opnieuw over haar komst zullen uitspreken… Veel gratie van de bewoners staat Grace in Dogville evenwel niet te wachten. Het stuk groeit immers uit tot een rauwe allegorie over goed en kwaad met een plot dat men – voor wie de film niet heeft gezien – niet eens ziet aankomen. Een meditatie ook over de soms duistere drijfveren van wie pretendeert
een schrijver te zijn. Dogville is met de inzet van ontelbaar veel mensen op en achter de schermen van Theater De Schaduw een zinderend geheel geworden dat ons de komende dagen zal bijblijven. Wat een werk moet hieraan zijn voorafgegaan! Jonah Muylle, productie- en artistiek leider van vzw De Schaduw, zij met een pak vrijwillige medewerkers meer dan geprezen. Aanvankelijk dacht men aan een voorstelling voor een dertigtal acteurs en figuranten. Het werden er zestig. Regisseur Eric Meirhaeghe weet ze strak en enthousiast allen hun eigen plaats te geven. De theaterbewegingen spelen zich, Von-trier-gewijs, af in een uiterst sober decor van Piet De Doncker dat de contouren van het verhaal op een visueel beklemmende manier weet af te lijnen. In het programmakrantje (de “Dogville Times”) lezen we dat er voor dit stuk onder meer 200 kartonnen dozen, 3,6 km touw, 200 katrollen en 200 tuimelpluggen zijn gebruikt… (Erg aardig woord overigens die "tuimelplug"). Het gebruik van de decorelementen komt bovendien ook mooi terug in de aankleding van de gelegenheidsfoyer.
De lichtregie van Mattias Sercu accentueert het geheel en het acteerwerk is zondermeer sterk te noemen. Met glansrollen voor de Verteller (Guido Vanderauwera), Grace (Ilse De Rauw), Tom Edison Junior (Jan Verleyen) en Grote Man (Henk Cnockaert). Al mogen we de prestaties van al die andere acteurs en figuranten die op een speelvlak van 17 op 37 meter overtuigend gestalte geven aan de bewoners van Dogville in geen geval onvermeld laten! Acteurs die zich een voor een “uitschudden als een doos”. De live- muzikanten “in dienst van het geheel” die met heel mooie soundscapes mee het stuk helpen optillen zijn Tom Ternest – eerder ook regisseur van Midzomernachtsdroom en Maustrofobie -, Jeroen Degrieck, Bart Couvreur en Thomas Camerlynck. Het succes van deze theaterversie van Dogville komt niet zomaar aanzetten vanuit het niets. Naast de data van de laatste voorstellingen van vandaag 6/10 en morgen 7/10/2017 staat een dikke “Uitverkocht”. Volkomen terecht. Dogville is locatietheater van de bovenste plank!
Dogville, Theater de Schaduw, sociaal-artistiek theaterproject
Dogville bij dwik.tv (fragment en gesprek met regisseur Eric Meirhaeghe)
Vzw Cultuurkapel De Schaduw
Dogville – Lars von Trier
Maustrofobie – “In het stof ons aanschijns”
Abonneren op:
Posts (Atom)




























