Posts tonen met het label 2020. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2020. Alle posts tonen

maandag 14 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 8


 

 


 

 











Dagen in het Streuvelshuis - Dag 8.

(maandag 16 november 2020)



 

 

 

Bomen sterven staande.

Op dag 8 van mijn verblijf ben ik met Jurgen Casteleyn, de tweede, al even gastvrije medewerker van het Streuvelshuis, al heel vroeg getuige van zegmaar vrij indringende tuinwerkzaamheden. De firma die hier het dagdagelijkse onderhoud van pad en tuin voor haar rekening neemt, heeft een onvervaarde knappe jonge kerel onder de arm genomen om de niet ongevaarlijke klus te klaren een dode berk in de Streuvelstuin naar beneden te halen. Gilles heet hij en ik verneem later dat hij ook een niet eens zo onverdienstelijk amateur-wielrenner is. Hij klimt met zijn Stihl-zagen omhoog. De (dode) boom in. Jurgen en ik nemen foto’s. Voor en na. Jurgen beklemtoont dat, vermits ook de Streuvelstuin net als Het Huis beschermd is, de berk in het voorjaar door een jonge boom vervangen wordt. Wanneer de klus na een aantal uren geklaard is en men het dode hout in splinters hakt en maalt, geeft Gilles ruiterlijk toe dat hij ‘m daarboven toch wel een beetje geknepen heeft… Dat verbaast me wel voor iemand die in bomen klimt. Maar zo zie je maar weer dat eigenlijk niets in dit leven eenduidig en vanzelfsprekend is: elke vorm van heroïek gaat vroeg of laat gepaard met knikkende knieën!

Streuvels zou vandaag met bloedend hart naar het tafereel hebben staan kijken. Al meent Boomklimmer Gilles dat de dode berk nauwelijks ouder kan zijn dan vijfendertig jaar en dus nooit door de schrijver, die vaak zelf met een noeste eik vergeleken wordt, kan zijn aangeplant. Dat wordt mij later bevestigd door Tim V. een vriend-bibliothecaris die een bijzonder liefhebbend oog voor bomen heeft. "Het leven van een berk laat zich samenvatten tot ‘easy come, easy go’. Berken worden zelden ouder dan 50 jaar" laat hij mij weten als ik verslag uitbreng over het vellen van de Streuvelsboom.

Bomen betekenden heel veel voor Streuvels. Dat zal zijn kleindochter en dichter Jo Gisekin mij later nog schrijven in een warm en nostalgisch mailbericht dat mij blij maakt en waarop ik later nog terugkom. Streuvels diende het woord gedurende het grootste deel van zijn leven wel nog met twee o-s te schrijven: boomen. Zo geschreven zien boomen er plots toch helemaal anders uit.

In een brief aan Joos Florquin, van het legendarische ‘Ten huize van’ schreef Streuvels in 1958 (hij was toen 87):

Mijn lijfspreuk is geweest:
Doe lijk de bomen doen:
Groeien en laten groeien


Dat Stoïcijnse standpunt heb ik zelf alsnog niet, ook niet ergens diep in mezelf, ontdekt. Daarvoor erger ik mij nog dagdagelijks al te nadrukkelijk, of meer nog, ik maak me op een hopelijk gezonde manier druk en kwaad, mag dat in deze tijd nog even, over het gedrag van de Bully’s en de Kloothommels van de wereld. De Halskoppen, de Totebellen, de Angstverspreiders, de Complotpredikers en de Pasklaren… Zij die niet verenigen maar verspreiden. Al oefen ik hard om net als die bomen van Streuvels te worden. Het dient en mag gezegd: ik oefen hard! Ja, dat doe ik! Maar onverstoorbaar als de bomen van Streuvels? Ik in deze tijd? Nee!

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels













 

 

 

 

 

 

 

 


zondag 13 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 7



 

 

 





























Dagen in het Streuvelshuis - Dag 7.
(zondag 15 november 2020)



 

De veelheid van de velen.

Lezen. Lectuur. Literatuur… Alles wat los en vast zit, zonder veel nadenken, onbevangen zoals toen je jong was, dat is er vandaag allang niet meer bij. Als ik thuis voor de boekenkast sta weet ik dat mij enkel nog de tijd gegeven is om nog maar een minuscule fractie van wat we hebben staan, ooit ook nog effectief te kunnen lezen. Is dat erg? Is dat geen licht of zwaar deprimerende gedachte om mee om te gaan? Neen, dat is het wat mij betreft niet. Want eerlijk, voor mij is de “embarras du choix”, de veelheid van de velen, eerder een pluspunt dan dat die tot leesverlamming leidt. De daad die bij mij aan het eind (en aan het begin) van de lijn van tel is, is het liefkozend voor de kasten te staan en de hand te mogen volgen die zomaar voor het pure plezier een boek uit de rekken haalt. Niet jij bent het, het is de hand die kiest voor jou! Bij de proza-afdeling de passages of integraal de boeken. Bij de poëzie: de verblindende verzen. En dan: lezen! Te mogen lezen!

Eigenlijk ben ik wel benieuwd hoe dat bij de Heer Streuvels in zijn werk ging. Zijn bibliotheek is zegmaar ‘meer dan aanzienlijk’. En dat is uiteraard een understatement. Elke avond in het Huis ga ik de wanden langs. Stel, zo zegt een stem plots, stel dat je hier zomaar ’s iets mocht kiezen. Nee, niet iets scheef slaan, dat hoort niet… Maar iets kiezen, stel dat je iets mag meenemen… Iets kleins maar. Wel kijk. In dat geval kom ik uit bij een boekje dat hier in de afdeling van de Franse boeken staat en waarbij ik niet lang zou moeten twijfelen. Het is iets van of beter het is iets dat gericht is aan Jean Cocteau, een van mijn all time favorites- auteurs waarvan ik, zeker sinds ik in september van 2012 in Menton in zijn museum stond, niet alles maar toch veel zou willen hebben. Het zijn de brieven van Max Jacob die hij schreef aan Cocteau: “Lettres de Max Jacob à Jean Cocteau (1919 – 1944)”. “Alleraardigst boekje vind ik dat!” Als het nu ‘s mocht…

Maar niet alleen in het Het Streuvelshuis staan mooie dingen. In de Residentie hebben zij die mij hier zijn voorgegaan een aantal van hun boeken achtergelaten… Prachtige avond- en nachtlectuur! Het komt voorwaar goed uit dat de tv het hier niet doet. Zij die mij hier zijn voorgegaan? Anne Provoost, Kristien Hemmerechts, Annemarie Estor… Elisabeth Marain en de eerder al genoemde Marc Reugebrink. Koen Peeters, Gaea Schoeters, Monika van Paemel, Bart Van Loo, Peter Mangel Schots, Geert Jan Beeckman, Joris Iven… Mijn vrienden Patrick Cornillie en Koen D’haene… En ik vergeet nog veel andere schrijvers en dichters die hier hebben geresideerd. Hun boeken en bundels verleiden mij. Mooie bladzijden zijn hier geschreven die opgenomen zijn in de boeken die hier ter beschikking van de residenten staan. Vooreerst is er bijvoorbeeld die Art Paper Editie uit 2017 ‘Geen dag zonder lijn – Not a day without a line’ van Bart Janssen, Koen Peeters en Dirk Zoete. Het bekende Streuvelsdevies “Nulla dies sine linea” en de roman ‘Langs de wegen’ heeft hen méér dan wat geïnspireerd… 


Inspiratie… Nooit gedacht dat een oude en in de tijd verblekende auteur als Streuvels (sommigen wagen het om hem een oude krokodil te noemen, de halshoofden) voor zoveel inspiratie kon zorgen… Als je al die mooie opdrachten leest die hier in de boeken van de vroegere residenten staan, wordt dat pas hélemaal duidelijk. Zo schrijft Monika van Paemel in haar opdracht in 'De koningin van Sheba':"In het Lijsternest, voor het raam waar uitzicht literatuur is." (9/11/2015). Bart Van Loo bedankt in zijn Napoleon-boek voor de gastvrijheid: "Au plaisir de se revoir'(27/11/2017). Luuk Gruwez is de uitvoerigste: in 'De maand van Marie': "Het is nog niet de maand van Marie waarin ik dit schrijf, maar hoewel het pas maart is, lijkt het op sommige dagen al mei. Laat de begenadigde bakker zijn beschermende hand in elk geval boven alle residenten houden die hier nog zullen verblijven." (9/3/2015).

Ellen van Pelt die dit najaar met 'Deze wereld is geen ergernis waard' voor de langverwachte biografie van Roger Van de Velde zorgt, schrijft in haar opdracht in haar debuut 'Drift': "Voor Jurgen & Thomas.Toen tijdens mijn eerste nacht in de schuur het licht in het Streuvelshuis plots aanfloepte, sloeg de schrik me even om het hart. Een defecte lichtsensor of Stijn Streuvels die 's nachts komt spoken. Het is een heerlijke plek hier: de rust, de stilte, de glooiende velden..." (februari 2020). En op de eerste bladzijden van de poëtische verzamelbundel 'Een kier in het rumoer' lees je : "Zoals een vogel nooit voor een gesloten boom staat, zo ook de gastvrijheid van het Lijsternest." (25 oogst 2015). Streuvels zou het graag gelezen hebben. En er zijn er nog veel meer boeken. En opdrachten.

In zijn recente, in de Privé-Domein-reeks verschenen redelijk magistrale boek ‘Het land van de Handen’ schrijft dichter Luuk Gruwez over zijn verblijf hier in oktober van 2016. Mooie en intimistische indrukken die je hier – in dit Land van Deerlijk en omstreken - bijzonder goed herkent. Ook zijn opdracht in zijn boek is een van de mooiste die ik hier zal aantreffen.

"Voor allen die handen hebben waarmee ze hier komen schrijven in de hoop dat – vaak tegen beter weten in - geschiedenis eeuwigheid wordt." Het is een wens die kan tellen!

Overigens is het hier in de Residentenstudio goed slapen. Het donsdeken zit in een hoes waarop ‘Alida’ een recent gedicht van Luuk Gruwez prijkt. Een definitieve hulde aan de vrouw achter de schrijver.

(P.R.)


#maxjacob #jeancocteau #koenpeeters #bartjanssen  #dirkzoete  #luukgruwez  #demanmetdeleesbril #hetlandvanstreuvels
 


 






maandag 16 november 2020

Schrijfresidentie in het Streuvelshuis

Vandaag begin ik in ‘Het Ingooigem van al mijn plaatsen’ aan de tweede week van mijn schrijfresidentie in Het Lijsternest van Stijn Streuvels. Wat een Voorrecht is het om hier voor het bekende Raam te mogen zitten. Te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt. Een raam mét Icoonkracht. Een huis als een Getuigenheuvel… Vanaf de eerste dag duikt hier de neiging op om sereen en ingetogen méér hoofdletters te gebruiken dan er eigenlijk nodig zijn… (‘Hier volgt een smiley’).
 
Heel veel dank alvast aan de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En niet te vergeten de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn voor de goede en Corona-vrije zorgen hier ter plaatse. In bijlage enkele foto’s van de voorbije week waarvan er eentje overvloedig bewijst dat ook poseren in Het Lijsternest voor deze jongen niet alles is! ;)
 

woensdag 28 oktober 2020

There are no wolves...

"You know that I am a wolf!" Met dank aan Jef Boven voor de link op Facebook.



Link naar Facebook-post

woensdag 21 oktober 2020

Leer volwassenen weer wat vrijheid is

"Leer volwassenen weer wat vrijheid is!" 

"De crux zit in het vinden van balans, zowel tussen positieve en negatieve vrijheid, als tussen antieke en moderne vrijheid." Mooi stuk van Kiza Magendane in NRC

Met dank aan Jeroen Dera voor de link op Twitter! En wat voor Nederland geldt, geldt al evenzeer voor ons (en de hele wereld!). 




"Leer volwassenen weer wat vrijheid is!" "De crux zit in het vinden van balans, zowel tussen positieve en negatieve...

Geplaatst door Paul Rigolle op Vrijdag 23 oktober 2020

zondag 11 oktober 2020

Kleine kletsende dingen

"Kleine kletsende dingen"

Die nobelprijzen! Ze slagen er altijd weer in om voor verregaande verrassingen te zorgen. Neem nu die voor literatuur die deze week werd toegekend aan de Amerikaanse dichteres Louise Glück. Ik moet ootmoedig toegeven dat ik al héél érg diep moest graven in mijn poëtisch verleden om een vage echo van haar werk te horen opklinken. Erik Menkveld vertaalde in het jaar 2004 voor Raster een aantal gedichten. Dat wist ik bij benadering nog. Bij nader inzien zijn het best wel 'simpele' maar zeker wél intrigerende gedichten. In het gedicht 'Afnemende wind' lees ik iets over "Kleine kletsende dingen". Mooi, is dat! En eigenlijk zijn ze dat zelf ook, de gedichten: "Kleine kletsende dingen"... Die in het algemeen en die van Louise Glück in het bijzonder...

Ik kijk naar de foto's die ik van Louise Glück op internet terugvind. Geen vrijblijvende 'walk in the park', maar een heuse wandeling in de tijd. Een leven lang, een leven later. Van toen ze nog jong was, tot nu. Ik kijk haar in de ogen, een mij zo goed als onbekende dichteres uit Long Island, New York, ooit gelauwerd door die aimabele Barack Obama (naar wie het heimwee groot is). Nu staat Louise Glück geboekstaafd, 'bijgezet', voor altijd 'érkend' als Nobelprijswinnaar... Een leven buiten mij om trekt aan mij voorbij, boeiend, trillend, gehavend... (Zoals tenslotte elk leven is...) Van toen ze nog jong was, tot nu, kijk ik haar aan... En ik lees van haar wat ik terug kan vinden. En ja, ze geeft mij wat ik van elke dichter verwacht én verlang, alles wat ik nodig heb: "bed van aarde, dek van blauwe lucht". Als in een "Afnemende wind"!

Afnemende wind

Toen ik jullie maakte, hield ik van jullie.
Nu heb ik medelijden met jullie.

Ik gaf jullie alles wat jullie nodig hadden:
bed van aarde, dek van blauwe lucht –

naarmate ik verder van jullie vandaan raak
zie ik jullie steeds duidelijker.
Jullie zielen hadden al lang immens moeten zijn,
niet wat ze bleven,
kleine kletsende dingen –

ik gaf jullie ieder geschenk,
blauw van de lenteochtend,
tijd waarvan jullie het gebruik niet begrepen –
jullie wilden meer, dat ene geschenk
bestemd voor een andere schepping.

Wat jullie ook hoopten,
jullie gaan jezelf niet vinden in de tuin,
tussen de groeiende planten.
Jullie levens zijn geen kringloop als die van hen:

jullie levens zijn een vogelvlucht
die begint en eindigt in stilte –
die begint en eindigt, een echo in vorm
van deze boog tussen de witte berk
en de appelboom.

© Louise Glück
© Vertaling: Erik Menkveld

Gedichten in Raster - 2004












zaterdag 10 oktober 2020

Twee meisjes op de baan

"Days of tennis!"

Roland Garros in Coronatijd! Ook en zelfs nu blijft tennis in deze gecrispeerde omstandigheden een mooi en 'bipolair' spelletje om naar te kijken. De langoureuze stapvoetse beweging tegenover het flukse huppelpasje... De mateloze drang naar voor, in fel contrast met het ingekeerde voetenwerk op de baseline. Glijden op gemalen baksteen, wissen wat de voeten hebben uitgetekend.

Tennis, als het niet bestond, ik vond het uit! In zijn betere momenten blijft deze sport (nee, vrienden, het is echt géén spel!) een puur gevecht waarbij intense emotie het maar zelden haalt van ingehouden branie. Sofia Sonya Kenin vs Iga ŚwiątekI... "Twee meisjes op de baan, een zaterdagnamiddag in Parijs". En af en toe worden wetten waar en legt het favoriete pittbullmeisje het wel ’s af tegen 'de underdog', in dit geval ‘the coolest new girl on the block’.

Sta mij toe dat ik lyrisch word: Iga is here to stay!!!

#daysoftennis #rolandgarros2020 #igaswiatek #sofiakenin

Iga maakt het sprookje helemaal waar!

vrijdag 2 oktober 2020

Genomineerd voor de Melopee-Poëzieprijs van de Gemeente Laarne

zondag 27 september 2020

Ironie? Het is ingewikkeld...

Ironie is allang niet meer wat ze is geweest.” Een Philip Guston retrospectieve die zou opgezet worden door curators van de musea van Boston, Washington, Houston en ook Tate Modern in Londen en die normaal deze zomer van start zou gaan, wordt verdaagd en op de lange baan geschoven. De reden? Het huidige tijdsgewricht!

We recognize that the world we live in is very different from the one in which we first began to collaborate on this project five years ago. The racial justice movement that started in the U.S. and radiated to countries around the world, in addition to challenges of a global health crisis, have led us to pause.” En ook nog: “There is a risk that they may be misinterpreted and the resulting response overshadow the totality of his work and legacy

Het stelt steeds meer te denken. Philip Guston (1913-1980), een vriend van Jackson Pollock, was een van Amerika’s belangrijkste maar ook een van de meest controversiële artiesten. Cartoonesk en satirisch in zijn werk wordt Guston beschouwd als een van de voorlopers van de “Bad painting”-stroming. De schilder ging ‘politieke’ elementen (onder meer statements over de KKK) nooit uit de weg. Zijn kritische en ironische benaderingen van het gedachtengoed van de KKK is een van de directe aanleidingen voor het uitstellen van de tentoonstelling…

Ironie is inderdaad allang niet meer wat ze geweest is. En zeker al niet in het verkrampte VS van vandaag de dag. Benieuwd of de tentoonstelling er überhaupt ooit nog komt.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Artikel Via Ron Sullivan: “Irony has become more complicated”)  

Philip Guston, The Studio, 1969, oil on canvas, 71 × 73 3/10".

Major Philip Guston Exhibition Pushed to 2024 Over KKK Imagery Concerns



maandag 7 september 2020

zondag 6 september 2020

Karel Dierickx in Harelbeke

Donderdag 3/9/2020 laatst werd in de Harelbeekse Bib de tentoonstelling “Het (on)zichtbare” met erg boeiend werk van Karel Dierickx geopend. Dierickx was zoals bekend een van onze meest dichterlijke schilders die onder meer ook affiches maakte voor het Theater Malpertuis in Tielt... Dichteres Jo Gisekin, die de schilder goed heeft gekend, sprak op de vernissage pakkende en persoonlijke woorden uit. Meer over de tentoonstelling en de integrale tekst van Jo Gisekin vind je vandaag op De Schaal van Digther. Dit zijn de bijhorende linkjes:

Het (on)zichtbare - Karel Dierickx in de Bib van Harelbeke
Toespraak Jo Gisekin

vrijdag 4 september 2020

Rara



Rara, wat zou ik drinken? (Vr 4/9/2020)

Update (Za 5/9/2020)
Ha Vrienden, ik mag jullie meedelen dat ik vanmorgen ('the morning after') nog altijd in leven ben! Het groene goedje, coctail geheten, luistert niet naar de namen die jullie ervoor hebben uitgevonden. Geen sex on the beach, geen Coctail Sagan, Swimming Pool, Sportdrankske noch Hulktail... Het edele mengsel van gin, blauwe curaçao, ananas en citroen heet "Deep Valley". En ik geef toe, op de foto zie ik eruit alsof ik er toen al van gedronken had... 🙂

Dit alles onder het motto "Als het groen is dan zeggen we het ook!" — bij La Vadrouille Bistrot.

donderdag 3 september 2020

Op naar Mont Aigouial

Vandaag brengt de zesde rit van de Corona-tour 2020 ons van Le Teil naar de top van de Mont Aigouial. Onmogelijk om daarbij niet aan Tim Krabbé en zijn onmisbare boek "De Renner" te denken! Alleen de openingszin is zo goed als 'onsterfelijk'. In zoverre je dat van openingszinnen kunt zeggen, natuurlijk... 
 
"Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977. Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.' 
 
Tim Krabbé, in 1977 nog zwaarbesnord en als amateur-wielrenner meestal verblijvend op een fiets (of achter een schaakbord) zet in 'De renner' met bravoure en in schoonheid zijn persoonlijk verhaal over zijn deelname aan de Tour du Mont Aigoual, een zware klimkoers in Zuid-Frankrijk, neer. 
 
Mede dankzij 'De renner' werd Tim niet langer beschouwd als "de broer van" Jeroen Krabbé maar werd hij stilaan wat hij van meetaf beloofde te worden: een auteur van aanzien. 
 
Het beste sportboek uit de Nederlandse literatuur? Als het dat niet is, komt het zeker dicht in de buurt! 
 
 
Meer info over Tim Krabbé:

 


maandag 31 augustus 2020

Habla la tierra - Philip Aguirre y Otegui

Boetseren, voor mij is dat erotiek”, liet een van onze all-time-favourite-kunstenaars, Philip Aguirre y Otegui begin augustus optekenen bij Erik Rinckhout in Knack. En onder meer ook nog: “Alle goede kunst is humanistisch. Ik denk na over mijn rol en taak. Ik sta niet los van de maatschappij. Ik vraag me af wat mij ontroert en hoe ik dat kan overbrengen met mijn werk. Mijn kunst gaat over mensen.” 
 
In Knokke waar een zomerparcours van Aguirre nagestapt kan worden, mochten wij dat vrijdag laatst zelf vaststellen. Vooral zijn landmark ‘Toren’, een tien-meter hoge tipi in de Basisschool de Pluim kon ons erg bekoren en naderhand zelfs letterlijk voor een nakend onweer behoeden. “Shelter from the Storm”, jawel! 
 
Ook een heel mooie reeks kleinere beelden in de bijgaande tentoonstelling ‘Habla la tierra’ in Galerie Geukens & De Vil langs de Zeedijk staan mee garant voor de intimistische klasse die deze kunstenaar altijd weer typeert. Zonder meer: Te bezoeken! Nog tot 27/9/2020.
 
 #GalerieGeukensenDeVil #PhilipAguirreyOtegui #expo2020 
 

 


vrijdag 21 augustus 2020

Landschap mét Rachel

Het is er in de hitte van de voorbije hondsdagen eindelijk van gekomen! In een kleine proeve van ‘binge-reading’ las ik chronologisch Contouren (2014), Transit (2016) en Kudos (2018), de drie delen van ‘Outline’ de zogenaamde ‘echtscheidings-trilogie’ van Rachel Cusk. Van mensen wiens lees- en ander oordeel ik meer dan op prijs stel en van collega’s van Cusk zoals daar zijn Saskia De Coster en Christophe Van Gerrewey had ik al zoveel lovends over het werk van de Brits-Canadese schrijfster gehoord, en gelezen, dat ik stilaan niet meer kon

achterblijven. En jawel hoor Cusk had mij al van bij het begin van boek 1 (Contouren) op een wonderlijke manier te pakken! Waar ze mij maar wou hebben. Geboeid en wel! En dat ondanks het frappant ontbreken van enige rechtlijnige verhaallijn. In de drie boeken van ’Outline’ steekt inderdaad nauwelijks verhaal en vanwege hun introspectieve aard en allesbehalve spectaculaire inhoud kun je het drietal bezwaarlijk ‘page-turners’ noemen. En toch… toch sorteren ze hetzelfde effect. 

In Contouren treedt de bijna anoniem blijvende schrijfster Faye aan. Ze vliegt van Londen naar Athene om er als gastdocent een schrijfcursus te geven. Ze is gescheiden en heeft twee kinderen. Veel meer zul je over haar niet vernemen. In boek 2 (Transit) vinden we Faye terug terwijl ze in Londen een appartement heeft gekocht en dat gaat renoveren. Kudos (“roem en eerbetuigingen”, boek 3) begint opnieuw, zoals in Contouren met een vliegtuigreis. Dit keer is Faye onderweg naar Europa om interviews te geven over haar nieuwe boek. Een onbekende passagier naast haar vertelt over de nacht waarin hij zijn hond moest begraven… Het is, net als in de andere boeken, het begin van een weefsel – een fresco bijna - aan uitwaaierende verhalen die een beeld schetsen hoe we er met zijn allen in de eerste decennia van deze nieuwste eeuw aan toe zijn.

Cusk heeft het via een pak ‘nevenfiguren’ over de zaken die er werkelijk toe doen. Ze spreekt met mensen en laat hen, zoals het op de cover van Kudos wordt vermeld, verhalen vertellen over familie, politiek, vervreemding, kunst, literatuur, liefde, over plezier en verdriet en over gerechtigheid en onrecht. Waar is onze identiteit gebleven? Wie zijn wij? Wat verwachten we? Waar gaan we heen? Cusk slaagt er wonderwel in om in haar schijnbaar ‘banaal en dagdagelijks’ proza een spanningsboog op te trekken tussen het eigenlijke leven en de manier waarop wij er over vertellen.

Eigenlijk dwingt de schrijfster die geboren is in Canada (°1967) en opgroeide in Amerika en Engeland, ons ertoe om zelf haar verhalen met onze eigen ervaringen in en aan te vullen. De ‘Outline’-trilogie is een eerbetoon aan de veelvertakte en gelaagde werkelijkheid die veel verder gaat dan de rechtlijnigheid van verhalen “die we normaal in boeken lezen”. Nog ’s blijkt hoezeer de stijl van een schrijver het verschil maakt en niet de inhoud. Wat Cusk doet – als Verteller zonder Verhaal - is zondermeer knap. Het hoeft niet te verbazen dat Rachel Cusk ondertussen beschouwd wordt als “een van dé vrouwelijke stemmen van haar generatie”. “Traditionele fictie past niet meer bij onze gebroken levens en doen alsof dat wel zo is, staat gelijk aan de boel belazeren” liet ze ergens optekenen in een interview met Christophe Van Gerrewey.

Met deze trilogie heeft Rachel Cusk, wat mij betreft, haar prominente plaats in het internationale literaire landschap voorgoed ingenomen. Landschap mét Rachel!

Toch ook nog ’s zeggen dat de drie boeken uit de trilogie best afzonderlijk te lezen zijn. Je hoeft de chronologie waarin ze geschreven zijn niet te volgen. Prettig bij de Nederlandse vertalingen die zijn uitgegeven bij de Bezige Bij zijn zeker ook de covers die gebaseerd zijn op foto’s die, wellicht niet toevallig, gekozen zijn uit het fotografisch werk van Man Ray

Mijn persoonlijke Cusk-inhaalbeweging is met het lezen van deze trilogie helemaal ingezet. Ik ben zeker dat ik, als de tijd mij gegeven wordt, nog meer dingen van Rachel Cusk ga lezen. Ook haar controversiële en voor sommigen ‘feministische’ boeken over het moederschap (‘In het land van de moeders’) als Aftermath (‘Nasleep’, over haar echtscheiding) staan intussen ook op het leeslijstje. Misschien brengt een volgende reeks hondsdagen wel soelaas.

(‘De man met de leesbril’, Paul Rigolle, vrijdag 21/8/2020)

Hieronder plaats ik ter illustratie van de stijl van Rachel Cusk nog drie wat willekeurig gekozen fragmenten: 

En omdat ik er zo in was opgegaan, had ik inderdaad niet doorgehad dat Panayiotis van onze ontmoeting vertrok met het gevoel dat zijn leven een mislukking was, net zomin als een berg doorheeft dat een bergbeklimmer een misstap maakt en in het ravijn stort. Ik zei dat het leven me soms voorkwam als een reeks afstraffingen voor dat soort momenten van achteloosheid: alsof je lot bepaald wordt door wat je niet aanvoelt of invoelt, en juist de dingen die je ontgaan of waaraan je geen aandacht aan schenkt je tot inzicht dwingen. (Contouren, p82)

Hier hoefde je niet altijd en eeuwig uit te leggen waar je mee bezig was: een stad was een ontcijferbare interface, een soort lexicon van het menselijk gedrag waarmee het geheim van het ik al voor de helft werd gedecodeerd, zodat je door middel van een soort snelschrift adequaat kon communiceren. Waar ik eerst woonde, op het platteland, stond ieder individu op unieke, vaak onbegrijpelijke wijze voor zijn eigen handelingen en bedoelingen.” (Transit)

"Het oorspronkelijke recept van dat (Eccles-)taartje, zei men, was bedacht door nonnen die zulke grote hoeveelheden eiwitten gebruikten voor het stijven van hun habijten dat ze een nuttige bestemming moesten bedenken voor al die dooers. Een klooster was zeker niet de aangewezen plek om naar moederlijkheid te speuren, en hij had zich zelfs afgevraagd of dat taartje van de nonnen, waaraan de inwoners van dit land – vooral de mannen – min of meer verslaafd waren, iets zei over hoe men hier tegenover vrouwen stond. Als hij aan die habijten dacht, zo stijf en wit en ongerept, leken die gewaden hem te wijzen op seksloosheid en een leven zonder mannen. Het zoete taartje, waarmee de hongerige mannenmond werd gepaaid en afgeleid, was misschien niets minder dan de vrouwelijkheid die de nonnen hadden afgelegd en als het ware apart op een presenteerblaadje aanboden: een manier om de wereld op afstand te houden én een teken, mocht hij graag denken, van de staat van geluk die dat meebracht, want hij geloofde niet dat iets wat in smart en zelfverloochening was gemaakt zo verrukkelijk kon smaken.” (Kudos, p111-112) 


Rachel Cusk: Contouren, De Bezige Bij, Amsterdam, 2016, 207 p. ISBN 9789023442943. Vertaling van Outline door Caroline Meijer en Lette Vos.

Rachel Cusk: Transit, De Bezige Bij, Amsterdam, 2016, 219 p. ISBN 9789023417804. Vertaling van Transit door Marijke Versluys.

Rachel Cusk: Kudos, De Bezige Bij, Amsterdam, 2018, 207 p. ISBN 9789403132402. Vertaling van Kudos door Marijke Versluys.






 

  

 

Extern:  

Wikipedia-pagina Rachel Cusk (E)
Wikipedia-pagina Rachel Cusk (Nl)
Rachel Cusk bij de Bezige Bij
Pascal Cornet over Contouren
Christophe van Gerrewey in de Groene
Een oceaan voor jezelf. Over Kudos bij De Reactor
Het huis van Rachel Cusk bij The Modern House

 









 





zondag 16 augustus 2020

No-Brainer

Wel zéér urgent en indringend, dit stuk van en met Gerardo Ceballos in de Standaard van gisteren. In de reeks 'Zieners'... Ceballos: "We hebben 50 miljard nodig om de mensheid te redden. Dat is minder dan 1 procent van de wereldeconomie. Eigenlijk is dat een no-brainer..."

Zesde Extinctiegolf bleef onopgemerkt.









vrijdag 7 augustus 2020

Een brede glimlach

En toch, geloof me vrij, zit er een brede glimlach op mijn gezicht! Corona-proof op vrijdag. In Brugge, en zéér genietend van 'Petite Aneth'. ("Het kleine Dilleke")

#PetiteAneth #BruggeisVenetiënietmaarhetkomtaardigindebuurt

 

What do you want to do ?
New mail