vrijdag 11 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 5


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 5.
(Vrijdag 13 november 2020)



 

 

 

Vrijdag een dertiende.

Vrijdag een dertiende! Als dat maar goed gaat. Al kan ik mij niet herinneren dat er mij op een vrijdag een dertiende al veel onheil overkomen is… Zou het kunnen dat een mens met ouder te worden nog wat bijgeloviger wordt dan hij al was. Een regelmatig in herhaling vallende wielerjournalist zou zeggen: “Dat zou zomaar ’s kunnen”. En zo kom ik met dat eeuwige Bitossihart van mij dan toch ook nog ‘s terecht bij de verhalen rond de koers die duidelijk ook Streuvels bezighielden. De schrijver onderhield immers goeie contacten met de legendarische wielerjournalisten Karel Van Wynendaele en Berten Lafosse die kind aan huis waren in Het Lijsternest. Het was door toedoen van laatstgenoemde dat de grote Gino Bartali in het gezegende jaar 1947 op bezoek kwam bij Streuvels. Een Italiaanse man van 33 op bezoek bij een Vlaamse schrijver van 76. Onder meer daarover schreef Patrick Cornillie met ‘De zeer schone uren van Stijn Streuvels, cyclotoerist’ een schattig boekje. Al gaf iemand het op Bol.com maar 1 ster en schreef er onderaan bij: "Uitstekend boek. Drukte verkeerde ster in". Toch af en toe grappig hé al die mensen die vlugvlug allerhande sterrensysteempjes bedienen. ('Smiley!')

Streuvels zelf registreerde in 1915 zijn wielemans-avonturen in ‘Mijn rijwiel’. Fietsen leerde hij pas toen hij zeventien-achttien jaar was en de fiets, nu een zo doordeweeks vehikel, populair begon te worden. Zijn eerste pogingen tot fietsen - Streuvels was er als het nieuwigheden betrof als de kippen bij - waren eind negentiende eeuw noch min noch  hilarisch, maar eenmaal het een beetje wilde lukken, werd hij, op wat latere leeftijd helemaal wild van zijn fiets. 

Zo lees je in een zegmaar wielerheroïsche gezwollen stijl: 

Het (fietsen) ontwikkelt de wilskracht, vormt de spieren en kweekt het zelfbewustzijn, koelbloedigheid; ’t is daarbij een uitstekend middel om land en volk te leeren kennen, zich te wennen aan weer en wind, hitte en koude en vooral verschaft het den wellust om een overdaad van krachten los te laten, om ’t genot en de dronkenheid te smaken, der snelheid die door eigen krachten bekomen wordt.” (Uit ‘Mijn Rijwiel’) 

Dat genot zal mij tijdens mijn verblijf in Het Lijsternest nog regelmatig te beurt vallen. Maar dan wel mét… de e-bike van het Huis. Snelheid die door eigen krachten bekomen wordt, is dus wat mij betreft anno 2020 een nogal relatief begrip geworden. Maar fietsen – elektrisch of niet, elektronisch schakelend of manueel - het is en blijft voor mij, en voor mij niet alleen, de aangenaamste manier om je van punt a naar b te verplaatsen. Fietsen is een verregaande vorm van genieten. Ook en tijdens de verkenning van ‘Het Land van Streuvels’ in Coronatijd. 

Uiteraard mag ik vanuit die optiek niet nalaten om in Otegem, het dorp dat hier slechts twee kilometer vandaan ligt, ene Jef Planckaert te gaan groeten. In een fel verblekend verleden mocht ik deze noeste flandrien ooit zelf interviewen. Vooraan de jaren negentig trok ik voor het sportblad 'Sportief Revue' van Johan Debeer dat allang niet meer bestaat, een van de eerste keren zelf naar Otegem. 'De Jef' heeft hier intussen in het (niet echt-gelijkend) standbeeld van Carlos Caluwier dat voor de kerk staat een flinke dosis eeuwigheid verkregen. Ik durf vermoeden dat er nauwelijks een andere Otegemnaar te vinden is voor wie evengoed een standbeeld werd opgericht. Het zegt alles over de populariteit die het wielrennen in deze streek altijd wel zal hebben. Zij die mij kennen weten dat ik al een flinke tijd aan een verzameling teksten werk die gestalte (!) moet geven aan mijn levenslange fascinatie voor het wielrennen. Gelardeerd met eenzelfde en net zo lange fascinatie voor de poëzie, de kunst en de literatuur. En de intrigerende raakpunten daartussen... In Otegem vind ik in de figuur van Jef Planckaert een van de allereerste sprankels terug.

De “Jef” die in Otegem ook op het plaatselijke kerkhof rust, tekent immers voor een van mijn oudste wielerherinneringen. In zijn wonderjaar 1962, toen ik net acht was, werd hij, nadat hij in het voorjaar al Parijs-Nice en Luik-Bastenaken-Luik gewonnen had, op de Citadel van Namen kampioen van België. Nog altijd hoor ik via de hoogstwonderlijke magie van de radio hoe hij naar boven klimt en door de reporter van dienst lyrisch omschreven wordt als ‘een halve adelaar, naar boven klimmend in een azuurblauwe trui’… Onsterfelijk beeld voor een jongen met poëtisch-gestemde gevoelens. 

Ik heb lang én gretig gedacht en willen geloven dat Jan Wauters de man was die in 1962 voor die plastische beschrijving op de Citadel van Namen verantwoordelijk tekende. Het was een ontgoocheling toen ik het hem later zelf kon vragen en te horen kreeg dat zijn radiocarrière pas in... 1964 begonnen was... 

Een mens, bijgelovig of niet, wil af en toe maar al te graag iets bijkleuren tot het onwrikbaar én hardnekkig in zijn geheugen staat. Om er niet meer weg te gaan.

 




 









donderdag 10 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 4
(Donderdag 12 november 2020)


 

 

 
Wat niet geschreven is.

Lang duurt het niet of in de dagen die volgen krijgt een merkwaardige routine mij al veel vlugger te pakken dan ik dat had verwacht. De tijd laat zich soepel en fluks verdelen tussen ‘Huis en Schuur’. De Ochtendmens in mij houdt ook hier graag de Efemeriden bij. Het genoegen is geheel en al het Mijne om voor het Raam in het Oosten de dag te zien opkomen. ‘Het mirakel van de dageraad’ noemde Streuvels het toen hij in een radiopraatje van 3 juli 1951 uitlegde hoe hij aan ‘Het Lijsternest’ als naam voor zijn verblijf op zijn aardnote gekomen is.

Daarna is het tijd voor koffie en ontbijt in de Residentie. In de voormiddag ben ik met ‘wat niet geschreven is’ in de weer. (Zie residentiefoto. Zeven mappen bracht ik mee... Smiley!). Ik werk tegenwoordig zowat half-simultaan aan een aantal gedichtencycli waar ik nu toch ’s een punt moet gaan achterzetten. ‘Het tomeloze totaal van de dag’, ‘Abri’ en ‘Liederen van de Steenweg’... Ook hier vorder ik maar langzaam. Maar ik vorder! ("Zegt en schrijft hij hoopvol"). Al weet je wel wat je bij een gedicht voor ogen staat. Er mag namelijk niets te veel in staan. En niets te weinig. Dat is wat het precies moet zijn! Al gebeurt dat wel niet, nee niet in een handomdraai.

Vaak denk ik in dit verband onwillekeurig aan de quote van good old Oscar Wilde: "De hele ochtend heb ik gewerkt aan de proefdruk van één van mijn gedichten, en er een komma uit gehaald. 's Middags heb ik hem weer teruggezet." Maar die man heb ik al meer geciteerd. Niettemin: veel over wat ‘nog niet geschreven is’ wil ik ook hier en nu niet kwijt. Dat je maar beter niets zegt over wat er (nog) niet is, is een mening die ik graag mag delen met onder meer Marc Reugebrink, ook ooit al resident hier. De namiddag hou ik, als het novemberweer dat maar enigszins toelaat, vrij voor, nu ik hier toch ben, het verkennen van ‘Het Land van Streuvels’. En dat nu telkens wél met de e-bike. De heuvels varen er wel bij.

Waarna ik weer Het Huis intrek tot de avond valt. ’s Avonds blijft de televisie in de Residentie uit maar ook de boeken die ik van thuis meenam blijven dicht. De biografie van Willem De Kooning en Elaine Fried, het portret van het huwelijk van de Amerikaanse abstracte schilder met de Rotterdamse roots moet wachten. Ook een pak aantal nieuwe dichtbundels blijven voorlopig doof. (Jens Meyen, Sis Matthé, Dominique De Groen, Iduna Paalman, J.V. Neylen... Wat schrijven die ‘new kids on the block’ boeiende poëzie!). 

Al tijdens mijn tweede dag heeft Thomas mij immers de vier delen van het ‘Volledig werk’ van Streuvels gebracht. Een missaalachtige dundruk-uitgave uit 1971 van uitgeverij Orion/Desclée de Brouwer die al twee jaar na het overlijden van Streuvels op de markt kwam. Heel veel behalve De Vlasschaard en Het leven en dood in de Ast, heb ik, moet ik toegeven, van Streuvels tot op vandaag niet gelezen maar het ‘Volledig werk’ heeft mij na wat bladeren meteen te pakken. In Ingooigem I en II vertelt Streuvels hoe zijn leven hier vanaf het jaar 1905 – het jaar dat hij het huis waarin ik zit, betrok – verliep. Je komt als lezer zoveel jaar na datum meer dan eens tot een aantal onvermoede vaststellingen. En eerlijk, dat had ik eigenlijk niet echt meer verwacht…














woensdag 9 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 3
(Woensdag 11 november 2020)


 

 

 
Wapenstilstand vandaag! Dat betekent dat ik hier de hele dag niemand te zien zal krijgen. Elf november mag dan wel een ‘nationale’ feestdag zijn, ook de Vlaamse Gemeenschap viert mee. Terwijl ik in de ochtend de tuin verken raap ik de laatste gevallen vruchten van november. Als opbrengst tel ik – we zijn ook al halfweg november - nog twaalf okkernoten en 1 appel. Ik koester ze. Want ze zijn van Streuvels! Enfin, toch van de tuin waaraan hij - landman - zoveel waarde hechtte. Van mijn buit - kiekjes en klikjes vergarend als tweede natuur - maak ik zowaar een foto!   

Vandaag is het een uitermate geschikt moment om ’s stil te staan bij het feit dat dit Huis, samen met zijn bewoners, twee wereldoorlogen heeft overleefd. Op verschillende plaatsen in het oeuvre van Streuvels hakt de oorlog er diep in. Er zijn boeken die kogels opvangen, er lopen Duitsers doorheen het huis... Olmen aan de kant van de weg worden gerooid door mensen die thuis geen middelen meer hebben om zichzelf te verwarmen. Het huis wordt vernield en geplunderd… De restauratie duurt telkens maanden. Ook in de buurt van het Lijsternest getuigen nog heel veel landmark-s van de beide tragedies waar niemand beter van geworden is. Op de weg die van Anzegem komt vind je een herdenkingsheuvel (foto). De plek is nu een Vredespark en herinnert aan de gevechten van november 1918 op de 'Winterhoek'. En in het centrum van Ingooigem ligt het ‘Ingoyghem Military Cemetery’, een driehoek waar een kleine groep Duitse en Engelse gesneuvelden broederlijk naast elkaar liggen. Veel verbeelding moet je niet hebben om je de oorlogstaferelen op en rond het Lijsternest voor ogen te halen. Het Huis mag dan wel een prachtig Uitzicht bieden, het ligt ook open en bloot voor wie het met alle soorten bedoelingen wil benaderen. Het Lijsternest is een even kwetsbare als zachte, inneembare vesting!

Over de rol en de situatie van Streuvels en de ellende die de oorlog bij hem later op het persoonlijke vlak heeft aangericht, zijn al veel uitgebreide én boeiende studies geschreven. Biografen namen aanstoot aan zijn houding, anderen verdedigden hem… De waarheid ligt wellicht zoals wel vaker helemaal in het midden. Genuanceerder! En er zijn veel, heel veel raakpunten met vandaag de dag. De zin voor nuance van de vele tinten grijs (sorry voor de omschrijving die bij sommigen mogelijk wat anders kan oproepen - smiley) tussen wit en zwart is - aangedikt door pakken onzin op de sociale media - bij velen tegenwoordig kompleet zoekgeraakt. Het gesprek tussen mensen, aanvankelijk vaak vrienden, ontaardt en loopt emotioneel te pletter op muren van opgeklopt onbegrip. De heersende pandemie, je kunt het daar - residerend in het Streuvelshuis in de volle tweede lockdown van dit rampzalige Covidjaar – onmogelijk niet over hebben, doet daar met zekerheid nog een fors schepje bovenop. De rücksichtlosen onder ons voelen zich steeds meer gesterkt om de wetenschappelijke waarheden zonder boe of ba naast zich neer te leggen… Pedalen en perspectief worden moeiteloos verloren. Soms met hoogst ridicule argumenten. Moeilijke bipolaire wereld geworden, dit… Vreemde verkrampte tijd…

Op Radio1 heeft men het op deze Einde-van-de-oorlog-dag trouwens uitgebreid over mensen van vandaag die midden in het leven staan en over de wijze waarop ze elk op hun eigen manier deze Rare Virale Tijden proberen te overleven. Ruth Joos en Xavier Taveirne laten in een speciale erg emotionele uitzending van De Ochtend mensen getuigen over hun vaak zeer indringende Corona-ervaringen. Pakkende radio voorwaar. Annick Moyaerts (46), een Limburgse verpleegster getuigt. Ze belandde met Covid in het ziekenhuis en lag vijf (5!) weken in coma. Pas zeven lange maanden en een erg pittige revalidatie later mocht ze terug naar huis. "Hoe ze mij in leven gehouden hebben, weet ik niet. Dat is nog altijd een mirakel. Maar ik ben dezelfde niet meer". Mensen uit de zorg laten hun stem horen. Moedige, niet-versagende mensen…  Diep respect!

Wat, en hoe diep uit de grond van mijn hart hoop ik dat iedereen en vooral zij die menen dat zij alles naast zich neer kunnen leggen en alle, toegegeven soms stringente, maatregelen met de voeten mogen treden, deze uitzending hebben gehoord... En net als ik met vochtig wordende ogen hebben geluisterd.  Er is ooit een tijd geweest dat 'burgerlijke ongehoorzaamheid' iets 'cools' had... Het kan verkeren! Nu is, wat mij betreft, en denkend aan mensen uit de zorgsector als Annick Moyaerts, iedereen 'cool' die de algemene richtlijnen met zorg en respect voor de ander tot de zijne heeft gemaakt.

Gabriel Rios maakt het met een klassieker van Facundo Cabral oorverdovend stil in mijn 11 november-Residentie: "No soy de aquí, ni soy de allá". 













dinsdag 8 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 2



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 2.
(Dinsdag 10 november 2020)


 

 

 

Fietsers, wandelaars, ruiters… Honden mét en zonder leiband. Witte, zwarte, soms ook rooie of fluo-oranje blekkerende stippen in het mistige landschap. (Mist mét karakter die vandaag niet wil optrekken.) Flarden kleur op mijn netvlies. In het blote blakkeveld. Links, schapen in de weide die schrikken van een net zo bleke Labrador als zij wol hebben. Wildebras van een hond die uitgelaten op- en rondspringt en uitgelaten om zich heen en zijn eigen as en zijn baasjes dartelt. Al die mensen die hier, aan de verre achterkant van Het Huis, van Waashoek naar de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood lopen. Of wandelen, hinkelen, strompelen, Echternachtachtig lanterfanten ... Of op weg zijn naar die andere kapel, die van de Hellestraat. De Hellekapel, ja. Dichtbij de Meuleberg... En dan, ja dan ben je al zo goed als in Tiegem! Waar Staf Stientjes woonde. Waar je in het Sint-Arnolduspark op een bank kunt zitten....

Al die mensen die profiteren van toch nog een beetje weer dat er mee door kan, die elk op hun eigen manier proberen te ontsnappen aan de geladen stilte van de tweede lockdown, deze ongewilde oorlog van de Virale Tijden. Zouden al die mensen, al die mannen, vrouwen en kinderen die nu vandaag, hier, opgesloten zitten, gevangen en gevat in mijn raam (Hét Raam) dat ze met Het Huis van alle kanten kunnen zien, en van heel ver al kunnen opmerken in de verte, zouden zij... ook mij kunnen zien? Ik die hier zit?

Zouden al die mensen net als ik een ‘activity-tracker’ dragen? Eéntje van Coolblue of zo’n Samsung fit-bit… ("Get tools for hearth health, stress management, skin temperature trends and more! Shop now!"). Al die mensen… Hoeveel stappen zouden ze vandaag laten noteren? Hoeveel zone-minuten zullen ze van hun dashboard lezen, hoe lang zal hun Rem-slaap duren vannacht? Hun diepe slaap, hun wakker liggen, hun hartslag in rust? En hoeveel beelden zullen ze bewaren van hun dag vandaag? Hoeveel van hun indrukken en impressies zullen vandaag, vanavond of vannacht nog worden gepost op Instagram?

Ha, Stijn wat denk jij ervan? vraag ik in de richting van de zeer verfomfaaide zetel met de losgesprongen veren waarin hij zit vandaag? En hij, Streuvels, hij glimlacht alleen wat afwezig en zegt dat hij als vroege fotograaf die zijn mogelijke romanpersonages maar wat graag vooraf vastlegde met een Leica, gekocht in het jaar 1932, dat hij, mocht hij nu nog leven, géén moment zou hebben geaarzeld. Ja dat hij zeker zelf ook zo’n Instagram-account voor zichzelf had aangemaakt. Twijfel daar maar niet aan, mijn jonge vriend. Zoveel is zeker! 

En ik, ik kan, zittend op Zijn stoel vandaag, een eind van hem vandaan, alleen vermoeden, bevroeden, gissen, er van ver naar slaan hoeveel volgers die Streuvels vandaag de dag wel niet zou hebben gehad… Minstens 1K! (Om te beginnen.)   





maandag 7 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 1.
(Ma 9 november 2020)

 

 

 

 

Nadat ik van Thomas Jacques, de bijzonder gastvrije coördinator hier, de sleutels gekregen heb, word ik – gemaskerd en wél - het Residentenverblijf en Het Huis rondgeleid. Onwillekeurig overvalt mij een dosis piëteit waartegen ik mij niet eens verzetten wil. Ik verheug mij zéér op het vooruitzicht om hier zo snel mogelijk mijn intrek te nemen en vooral, om voor Hét Raam te kunnen zitten.  

Maar, er al een tijdje in dit leven achter dat verlangen intenser wordt naarmate je het wat weet uit te stellen, wacht ik daarmee nog even. Profiterend van het milde novemberweer rij ik in de namiddag dwars doorheen ‘Het Land van Streuvels’ eerst nog ’s Tiegem-berg op. Dat valt met een ordinaire Venturelli-herenfiets zoals die van mij wat tegen. Het Vossenhol is een helling van twee keer niets maar ik overweeg sterk om een volgende keer mijn wielerijdelheid toch maar helemaal opzij te schuiven en naar die e-bike te grijpen die hier in ‘de Schuur’ (mijn Residentenverblijf) ter beschikking van de Streuvels-residenten staat. 

En dan is er al tegen de avond aan het langverbeide moment dat je gaat zitten voor Hét Raam. Langverbeid, het is een Streuveliaans aandoend woord dat in tegenstelling met veel van zijn woorden wél nog in van Dale staat. Wat een Voorrecht is het om hier te zitten! Met de fameuze wapenspreuk van Streuvels ‘Nulla dies sine linea’ letterlijk voor ogen, te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt.

Al vrij snel, én vroeg, valt hier de avond in. De lichten boven Tiegem floepen aan. Van werken komt die eerste avond niet veel in huis. Ik wandel doorheen het huis, bekijk en lees de ruggen en ruggetjes van de indrukwekkende bibliotheek, de foto’s, de barometer, de pianola, de vele kunstwerken die Streuvels hier bij leven bij elkaar heeft gebracht... Dit huis is een gesamtkunstwerk waarin je plaatsneemt. Plaats mag nemen! Sinds de dood van Streuvels is alles hier onveranderd bewaard gebleven. Het wekt een merkwaardig tijdloos gevoel op en toch is het alsof de man hier elk ogenblik - en wat creepy - zijn hand op jouw schouder kan leggen. Wanneer ik de gordijnen heb dichtgeschoven en de rolluiken heb neergelaten blijf ik nog even zitten voor het Raam waarvan je steeds meer de indruk krijgt dat het Huis er omheen is gebouwd.  

En zo gebeurt het dat de man die in dit raam zichzelf weerspiegeld ziet, voor zichzelf de vraag van Bruce Chatwin verwoordt: “Wat doe ik hier?” Naar een antwoord hoef ik in mijn geval al vanaf de eerste avond in het Huis evenwel niet meer te zoeken. De reden waarom ik hier zit is mij volkomen duidelijk. 


#SchrijvenbijStreuvels #HetLandvanStreuvels #demanmetdeleesbril #HetLijsternest



zondag 6 december 2020

Het Land van Streuvels (Een literair spoor)



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis


 

 

 

De mensen van het onvolprezen Literatuurhuis Passa Porta vroegen mij om een ‘literair spoor’ na te laten van en over mijn verblijf van laatst in het Streuvelshuis. Mooie opdracht die ik gisteren voltooide en met een tekst met als titel 'Het Land van Streuvels' naar dé Brusselse Drenkplaats van en voor de Literatuur par excellence doormailde. Een beetje voor de hand liggend, die titel maar alla…

Mijn algemeen verslag baseerde ik op mijn eerder ‘vluchtige’ (en wat hakketakkend aandoende) aantekeningen die ik in de periode van mijn verblijf bij de Oude Heer Streuvels maakte (Ma 9/11/2020 tot Ma 23/11/2020). Vermits ik mijn notities nu toch wat heb gebundeld en er, naar blijkt, een pak ‘restnotities’ én, wat had je gedacht, ook een flink aantal foto’s overblijven, geef ik de komende dagen op mijn Facebook-bladzijden en ook hier met enige graagte nog een aantal dingen en notities prijs. Ze zijn wat ze zijn. En het is wat het is! (Zoals probleemloos zal blijken).

#SchrijvenbijStreuvels #HetLandvanStreuvels #demanmetdeleesbril #HetLijsternest #blauwenotities #Letterenhuis




maandag 23 november 2020

Blijf het schrijven. Tot het bestaat!

En zo gebeurt het dat er vanmorgen een einde komt aan mijn schrijfverblijf in Het Lijsternest. Het befaamde Streuvelsdevies  'Nulla dies sine linea' dat, laten we wel wezen, niet alleen dat van Streuvels was, neem ik opnieuw met mij mee naar waar ik vandaan kom. Net als mijn verzameling Hoofdletters die hier weer, zegmaar, exponentieel is aangegroeid. Wat een weelde was het om je 's twee weken lang door 'Het land van Streuvels' te bewegen en je uit je gewone lood te laten slaan... 's Avonds geconfronteerd te worden met het eigen gezicht dat in Hét Raam weerspiegeld staat. En in de ochtend koffie te zetten in een Residentenschuur waar op dezelfde plaats Streuvels ooit brood bakte en zijn tuinmateriaal oppoetste.

De twee voorbije weken zijn in een mum van tijd voorbijgevlogen. Streuvels stond hier af en toe achter mijn rug toe te kijken. Al deed hij er, het dient gezegd, meestal beleefd het zwijgen toe. Maar niet alleen hij, die ouwe kleine Reus van Het Lijsternest, nee ook zijn oom, de Heer Guido G. uit Brugge bleef vaak wel heel lang in de buurt hangen. Hun aanwezigheid en vooral hun woorden begonnen, zonder dat ik er  erg in had, zowaar mijn eigen taal binnen te sluipen. Langzaam maar zeker kroop er een ‘Een stijntje in mijn schoen’ om het licht parafraserend met de woorden van een andere Bruggeling te zeggen. 

Alles in mijn eigen taal begon in korte tijd te blekkeren, te koteren en te vunzen… In een korte ramulte ging de klaarpot de lucht in. Strabantig, botsbollig, bridsig… De woorden, honderd jaar oud, begonnen uit te brutselen, te schrapen en te schrepen, te rakerooien en deden je even oekeren op plaatsen waarvan je dacht dat je’r nooit meer zou komen…

Enfin, dit alles om maar te zeggen dat mijn schrijfdagen er hier in dit mooie Streuvelshuis van Vertrouwen sinds vanmorgen opzitten. Ik laat binnenkort hier, of ergens elders, nog wel een wat breder literair spoor over dit verblijf na. Tot alle residenten die na mij komen, en ook tot zij die mij zijn voorgegaan, zeg ik graag: Blijf het schrijven... Tot het bestaat! En heel in het bijzonder wens ik Femke Vindevogel, die hier de komende dagen en weken als resident mijn opvolgster is, heel veel inspiratie en werklust.  

Ik bedank ook nog 's uitgebreid de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En vergeet zeker ook niet de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn te bedanken voor de bijzonder goeie zorgen. Ik zal onze gedempte - want meestal gemaskerde - gesprekken missen!

#Streuvelshuis #passaporta #letterenhuis #schrijversresidentie #erziteenStijntjeinmijnschoen 
















maandag 16 november 2020

Schrijfresidentie in het Streuvelshuis

Vandaag begin ik in ‘Het Ingooigem van al mijn plaatsen’ aan de tweede week van mijn schrijfresidentie in Het Lijsternest van Stijn Streuvels. Wat een Voorrecht is het om hier voor het bekende Raam te mogen zitten. Te mogen werken aan wat nog niet geschreven is en uit te kijken over ‘Het Land van Streuvels’ dat al eeuwen onveranderd lijkt. Een raam mét Icoonkracht. Een huis als een Getuigenheuvel… Vanaf de eerste dag duikt hier de neiging op om sereen en ingetogen méér hoofdletters te gebruiken dan er eigenlijk nodig zijn… (‘Hier volgt een smiley’).
 
Heel veel dank alvast aan de mensen van Passa Porta, Literatuur Vlaanderen en het Letterenhuis. En niet te vergeten de heren Thomas Jacques en Jurgen Casteleyn voor de goede en Corona-vrije zorgen hier ter plaatse. In bijlage enkele foto’s van de voorbije week waarvan er eentje overvloedig bewijst dat ook poseren in Het Lijsternest voor deze jongen niet alles is! ;)
 

donderdag 29 oktober 2020

Zwemlessen voor later

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




"Zwemlessen voor later". Het (eerste) boek van de Verzamelde Klimaatdichters is er! Ik ben zeer opgetogen dat ik met het gedicht Zorgvliet mijn kleine steentje heb kunnen en mogen bijdragen. 

Dichter, coördinator en grote voortrekker Moya De Feyter weze samen met Uitgeverij Vrijdag uitgebreid bedankt voor het vele geleverde en bijzonder mooie werk. De lancering van het boek kan - wat had je met mij gevreesd - vanwege de bekende Corona-perikelen, niet doorgaan zoals eerder gepland. Maar geen nood, de komende digitale voorstelling van het boek, nu op zaterdag 31/10/2020 om 20:00 u. zal een en ander goedmaken. 

Meer info via het FB-evenement https://www.facebook.com/events/885858101946109 . En voor nog meer info kun je terecht op de algemene facebookbladzijde van de Klimaatdichters en op de website. En uiteraard kun je het boek het jouwe noemen via de boekhandel en Uitgeverij Vrijdag. Warm en ten zeerste aanbevolen!

Klimaatdichters - Pagina op Facebook
Website Klimaatdichters
Zwemlessen voor later bij Uitgeverij Vrijdag
 

 

 

"Zwemlessen voor later". Het (eerste) boek van de Verzamelde Klimaatdichters is er! Ik ben zeer opgetogen dat ik met het...

Geplaatst door Paul Rigolle op Donderdag 29 oktober 2020

woensdag 28 oktober 2020

There are no wolves...

"You know that I am a wolf!" Met dank aan Jef Boven voor de link op Facebook.



Link naar Facebook-post

woensdag 21 oktober 2020

Leer volwassenen weer wat vrijheid is

"Leer volwassenen weer wat vrijheid is!" 

"De crux zit in het vinden van balans, zowel tussen positieve en negatieve vrijheid, als tussen antieke en moderne vrijheid." Mooi stuk van Kiza Magendane in NRC

Met dank aan Jeroen Dera voor de link op Twitter! En wat voor Nederland geldt, geldt al evenzeer voor ons (en de hele wereld!). 




"Leer volwassenen weer wat vrijheid is!" "De crux zit in het vinden van balans, zowel tussen positieve en negatieve...

Geplaatst door Paul Rigolle op Vrijdag 23 oktober 2020

zondag 11 oktober 2020

Kleine kletsende dingen

"Kleine kletsende dingen"

Die nobelprijzen! Ze slagen er altijd weer in om voor verregaande verrassingen te zorgen. Neem nu die voor literatuur die deze week werd toegekend aan de Amerikaanse dichteres Louise Glück. Ik moet ootmoedig toegeven dat ik al héél érg diep moest graven in mijn poëtisch verleden om een vage echo van haar werk te horen opklinken. Erik Menkveld vertaalde in het jaar 2004 voor Raster een aantal gedichten. Dat wist ik bij benadering nog. Bij nader inzien zijn het best wel 'simpele' maar zeker wél intrigerende gedichten. In het gedicht 'Afnemende wind' lees ik iets over "Kleine kletsende dingen". Mooi, is dat! En eigenlijk zijn ze dat zelf ook, de gedichten: "Kleine kletsende dingen"... Die in het algemeen en die van Louise Glück in het bijzonder...

Ik kijk naar de foto's die ik van Louise Glück op internet terugvind. Geen vrijblijvende 'walk in the park', maar een heuse wandeling in de tijd. Een leven lang, een leven later. Van toen ze nog jong was, tot nu. Ik kijk haar in de ogen, een mij zo goed als onbekende dichteres uit Long Island, New York, ooit gelauwerd door die aimabele Barack Obama (naar wie het heimwee groot is). Nu staat Louise Glück geboekstaafd, 'bijgezet', voor altijd 'érkend' als Nobelprijswinnaar... Een leven buiten mij om trekt aan mij voorbij, boeiend, trillend, gehavend... (Zoals tenslotte elk leven is...) Van toen ze nog jong was, tot nu, kijk ik haar aan... En ik lees van haar wat ik terug kan vinden. En ja, ze geeft mij wat ik van elke dichter verwacht én verlang, alles wat ik nodig heb: "bed van aarde, dek van blauwe lucht". Als in een "Afnemende wind"!

Afnemende wind

Toen ik jullie maakte, hield ik van jullie.
Nu heb ik medelijden met jullie.

Ik gaf jullie alles wat jullie nodig hadden:
bed van aarde, dek van blauwe lucht –

naarmate ik verder van jullie vandaan raak
zie ik jullie steeds duidelijker.
Jullie zielen hadden al lang immens moeten zijn,
niet wat ze bleven,
kleine kletsende dingen –

ik gaf jullie ieder geschenk,
blauw van de lenteochtend,
tijd waarvan jullie het gebruik niet begrepen –
jullie wilden meer, dat ene geschenk
bestemd voor een andere schepping.

Wat jullie ook hoopten,
jullie gaan jezelf niet vinden in de tuin,
tussen de groeiende planten.
Jullie levens zijn geen kringloop als die van hen:

jullie levens zijn een vogelvlucht
die begint en eindigt in stilte –
die begint en eindigt, een echo in vorm
van deze boog tussen de witte berk
en de appelboom.

© Louise Glück
© Vertaling: Erik Menkveld

Gedichten in Raster - 2004












zaterdag 10 oktober 2020

Twee meisjes op de baan

"Days of tennis!"

Roland Garros in Coronatijd! Ook en zelfs nu blijft tennis in deze gecrispeerde omstandigheden een mooi en 'bipolair' spelletje om naar te kijken. De langoureuze stapvoetse beweging tegenover het flukse huppelpasje... De mateloze drang naar voor, in fel contrast met het ingekeerde voetenwerk op de baseline. Glijden op gemalen baksteen, wissen wat de voeten hebben uitgetekend.

Tennis, als het niet bestond, ik vond het uit! In zijn betere momenten blijft deze sport (nee, vrienden, het is echt géén spel!) een puur gevecht waarbij intense emotie het maar zelden haalt van ingehouden branie. Sofia Sonya Kenin vs Iga ŚwiątekI... "Twee meisjes op de baan, een zaterdagnamiddag in Parijs". En af en toe worden wetten waar en legt het favoriete pittbullmeisje het wel ’s af tegen 'de underdog', in dit geval ‘the coolest new girl on the block’.

Sta mij toe dat ik lyrisch word: Iga is here to stay!!!

#daysoftennis #rolandgarros2020 #igaswiatek #sofiakenin

Iga maakt het sprookje helemaal waar!

vrijdag 9 oktober 2020

vrijdag 2 oktober 2020

Genomineerd voor de Melopee-Poëzieprijs van de Gemeente Laarne