dinsdag 15 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 9

Dagen in het Streuvelshuis - Dag 9.
(dinsdag 17 november 2020)


 

 

 

Waar ik de Ontroering bewaar.

Met Wapenstilstand, verleden week, schreef ik hoe ik in de Streuvelstuin een foto nam van wat ik nog aan herfstvruchten kon buitmaken. Het was ineens een aanleiding om nog over de middag wat 'holderdebolder' en in een spontane ingeving een warme groet te brengen aan Jo Gisekin, dichter én kleindochter van Stijn Streuvels. Jo Gisekin – Leentje Vandemeulebroecke hoorde ik op 3 september 2020 in dat fantastische oord dat de Bib van Harelbeke is én blijft, nog een toespraak houden over onze wederzijds geliefde schilder Karel Dierickx. Het was een genoegen om met haar toestemming de tekst van haar toespraak een paar dagen later integraal op ‘De Schaal van Digther’, literair e-zine waar ik de webredactie voor voer, te mogen plaatsen. 

Mijn mailbericht van 11 november 2020 ging als volgt:

Dag Jo,

Ik permitteer het mij even om jou vanmiddag op deze Wapenstilstandsdag in Coronatijd een beetje holderdebolder een warme groet te brengen vanuit … Het Lijsternest. Sinds maandag ben ik hier immers gestrand als ‘schrijfresident’. En wat een voorrecht is het om hier twee-weken-lang te mogen resideren! Voor het Iconische Raam te mogen zitten! Mét een laptop en héél veel inspiratie voor nieuwe gedichten en een onafgewerkt boek dat het midden moet houden tussen Mezelf en de Wereld.

Wandelaars, stappers, roadrunners, al dan niet geoefende fietsers en landlopers allerhande bevolken momenteel het voorplan van mijn uitzicht op het Tiegemse landschap. Beweging in deze drieste Coronatijd, het kan enkel goed zijn voor mensen in lockdown-modus. Daarnet een wandeling om en rond het huis gemaakt. De herfst is al vergevorderd, merk ik. Nog één appel (1!) en twaalf noten nam ik mee naar binnen. De appel heb ik al aangesneden. Hij smaakt wat zuur maar is wél bijzonder sappig. De noten zijn, zoals het hoort, voor later en voor als het ooit nog winteren wil. O ja, toch nog even een vraagje: zijn er dingen en boeken waarop ik, meer dan op andere, nu ik hier ben, met veel liefde mijn oog moet laten vallen in dit Huis dat jij zo goed moet kennen?


met vriendelijke groet,

Paul

En uiteraard voegde ik aan mijn mailbericht ook de okkernoten-en-1-appel-foto toe. 

In de loop van de avond kreeg ik al meteen een hartverwarmend mailtje terug. Waar ik biezonder blij mee was! Nog later, en vreemd genoeg toen ik al thuis was - dat Gmail-ding van mij is blijkbaar toch niet altijd te vertrouwen - ontdekte ik dat Jo mij in een tweede mailbericht nog veel meer had geschreven!

Vol door vleugjes nostalgie bijgekleurde liefde had ze het over haar grootouders en over hun tuin. Mijmerend over de paradijselijke tijd van haar jeugd waarin ze speelde en ravotte in de tuin schreef ze onder meer:

Een aards paradijs was die tuin inderdaad met vier soorten pruimen waaronder de bamespruim. Mijn grootvader schreef een prachtig stukje over de bamestijd, de herfsttijd, dat hier bij mij hangt in zijn handschrift. Er stond een mispelboom, vroege en late appelsoorten, alle varianten bessen (rode en zwarte, de zogenaamde aalbessen), zure en andere kersen, een moestuin met zurkel, waarover Bertus Aafjes schreef na zijn bezoek in het Lijsternest, en kruiden en bloemen, een prachtige Wisteria die een boog vormde over het middentuinpad.
Maar met dit alles ben je niet veel, het zijn voor mij alleen maar nostalgische herinneringen aan een tijd toen ik daar samen met zus en drie broers ravotte en tot de orde werd geroepen...

Onder de notenboom waarover je het hebt heeft koning Boudewijn prachtige foto’s gemaakt van mijn grootouders, toen hij er incognito op bezoek kwam. Bij die gelegenheid was hij zo erg onder de indruk van het uitzicht vanuit het brede raam dat hij het liet beschermen, er waren gevorderde plannen voor het oprichten van een of andere fabrieksinstallatie.
(© Jo Gisekin)

En inpikkend op mijn - geheel met mijn aard strokende - nieuwsgierige vraag waarop ik tijdens mijn verblijf zéker mijn gretig oog diende te laten rusten:

Nu heb ik nog niet geantwoord op je vraag.
De pianola was voor ons, kinderen, een vreemd instrument waar we de nodige uitleg moesten bij krijgen om er iets van te begrijpen. Streuvels was een groot muziekliefhebber, dat zul je misschien gelezen hebben in het boekje Stijn, waarin een brief van mij aan hem is verschenen. Die pianola is er gekomen door toedoen van Lodewijk De Vocht die een huisvriend was.

Nu Sinterklaas nadert moet je zeker eens letten op het gat in de zoldering in de dagelijkse eetkamer met de blauwgeschilderde kast (door toedoen van Albert Saverijs): vanuit dat gat gooide de mysterieuze Sint nicnacjes en snoepgoed ... Mijn moeder vertelde dat in die zoldering ook een schommel hing om de koude wintermaanden voor de kinderen op te vrolijken. In de hal moet je zeker eens kijken naar de barometer met de weerspreuken die Streuvels zelf opstelde.

Naast het grote raam links hangt er op uitdrukkelijk verzoek van mijn grootvader een foto van mij met daaronder een intussen verkleurd zakje dat ik hem cadeau deed met een briefje erin. Hij stak er een van mijn eerste gedichten in ...
(© Jo Gisekin)

Ik heb het mailbericht van Jo, sinds ik alweer thuis ben en Yvegem achter mij gelaten heb om het te ruilen voor een net zo onooglijk dorp, warmpjes ondergestopt in de lade waar ik sinds jaar en dag in mail- of briefvorm de Ontroering bewaar.

P.S. Jo Gisekin gaf mij toestemming om uit haar mail een paar fracties te publiceren. Waarvoor veel dank.
P.S.2 Bamestijd: komt van Bavomis (1 oktober)

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels #dageninhetstreuvelshuis






















maandag 14 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 8


 

 


 

 











Dagen in het Streuvelshuis - Dag 8.

(maandag 16 november 2020)



 

 

 

Bomen sterven staande.

Op dag 8 van mijn verblijf ben ik met Jurgen Casteleyn, de tweede, al even gastvrije medewerker van het Streuvelshuis, al heel vroeg getuige van zegmaar vrij indringende tuinwerkzaamheden. De firma die hier het dagdagelijkse onderhoud van pad en tuin voor haar rekening neemt, heeft een onvervaarde knappe jonge kerel onder de arm genomen om de niet ongevaarlijke klus te klaren een dode berk in de Streuvelstuin naar beneden te halen. Gilles heet hij en ik verneem later dat hij ook een niet eens zo onverdienstelijk amateur-wielrenner is. Hij klimt met zijn Stihl-zagen omhoog. De (dode) boom in. Jurgen en ik nemen foto’s. Voor en na. Jurgen beklemtoont dat, vermits ook de Streuvelstuin net als Het Huis beschermd is, de berk in het voorjaar door een jonge boom vervangen wordt. Wanneer de klus na een aantal uren geklaard is en men het dode hout in splinters hakt en maalt, geeft Gilles ruiterlijk toe dat hij ‘m daarboven toch wel een beetje geknepen heeft… Dat verbaast me wel voor iemand die in bomen klimt. Maar zo zie je maar weer dat eigenlijk niets in dit leven eenduidig en vanzelfsprekend is: elke vorm van heroïek gaat vroeg of laat gepaard met knikkende knieën!

Streuvels zou vandaag met bloedend hart naar het tafereel hebben staan kijken. Al meent Boomklimmer Gilles dat de dode berk nauwelijks ouder kan zijn dan vijfendertig jaar en dus nooit door de schrijver, die vaak zelf met een noeste eik vergeleken wordt, kan zijn aangeplant. Dat wordt mij later bevestigd door Tim V. een vriend-bibliothecaris die een bijzonder liefhebbend oog voor bomen heeft. "Het leven van een berk laat zich samenvatten tot ‘easy come, easy go’. Berken worden zelden ouder dan 50 jaar" laat hij mij weten als ik verslag uitbreng over het vellen van de Streuvelsboom.

Bomen betekenden heel veel voor Streuvels. Dat zal zijn kleindochter en dichter Jo Gisekin mij later nog schrijven in een warm en nostalgisch mailbericht dat mij blij maakt en waarop ik later nog terugkom. Streuvels diende het woord gedurende het grootste deel van zijn leven wel nog met twee o-s te schrijven: boomen. Zo geschreven zien boomen er plots toch helemaal anders uit.

In een brief aan Joos Florquin, van het legendarische ‘Ten huize van’ schreef Streuvels in 1958 (hij was toen 87):

Mijn lijfspreuk is geweest:
Doe lijk de bomen doen:
Groeien en laten groeien


Dat Stoïcijnse standpunt heb ik zelf alsnog niet, ook niet ergens diep in mezelf, ontdekt. Daarvoor erger ik mij nog dagdagelijks al te nadrukkelijk, of meer nog, ik maak me op een hopelijk gezonde manier druk en kwaad, mag dat in deze tijd nog even, over het gedrag van de Bully’s en de Kloothommels van de wereld. De Halskoppen, de Totebellen, de Angstverspreiders, de Complotpredikers en de Pasklaren… Zij die niet verenigen maar verspreiden. Al oefen ik hard om net als die bomen van Streuvels te worden. Het dient en mag gezegd: ik oefen hard! Ja, dat doe ik! Maar onverstoorbaar als de bomen van Streuvels? Ik in deze tijd? Nee!

#Blauwenotities #demanmetdeleesbril #erziteenStijntjeinmijnschoen #hetlandvanstreuvels













 

 

 

 

 

 

 

 


zondag 13 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 7



 

 

 





























Dagen in het Streuvelshuis - Dag 7.
(zondag 15 november 2020)



 

De veelheid van de velen.

Lezen. Lectuur. Literatuur… Alles wat los en vast zit, zonder veel nadenken, onbevangen zoals toen je jong was, dat is er vandaag allang niet meer bij. Als ik thuis voor de boekenkast sta weet ik dat mij enkel nog de tijd gegeven is om nog maar een minuscule fractie van wat we hebben staan, ooit ook nog effectief te kunnen lezen. Is dat erg? Is dat geen licht of zwaar deprimerende gedachte om mee om te gaan? Neen, dat is het wat mij betreft niet. Want eerlijk, voor mij is de “embarras du choix”, de veelheid van de velen, eerder een pluspunt dan dat die tot leesverlamming leidt. De daad die bij mij aan het eind (en aan het begin) van de lijn van tel is, is het liefkozend voor de kasten te staan en de hand te mogen volgen die zomaar voor het pure plezier een boek uit de rekken haalt. Niet jij bent het, het is de hand die kiest voor jou! Bij de proza-afdeling de passages of integraal de boeken. Bij de poëzie: de verblindende verzen. En dan: lezen! Te mogen lezen!

Eigenlijk ben ik wel benieuwd hoe dat bij de Heer Streuvels in zijn werk ging. Zijn bibliotheek is zegmaar ‘meer dan aanzienlijk’. En dat is uiteraard een understatement. Elke avond in het Huis ga ik de wanden langs. Stel, zo zegt een stem plots, stel dat je hier zomaar ’s iets mocht kiezen. Nee, niet iets scheef slaan, dat hoort niet… Maar iets kiezen, stel dat je iets mag meenemen… Iets kleins maar. Wel kijk. In dat geval kom ik uit bij een boekje dat hier in de afdeling van de Franse boeken staat en waarbij ik niet lang zou moeten twijfelen. Het is iets van of beter het is iets dat gericht is aan Jean Cocteau, een van mijn all time favorites- auteurs waarvan ik, zeker sinds ik in september van 2012 in Menton in zijn museum stond, niet alles maar toch veel zou willen hebben. Het zijn de brieven van Max Jacob die hij schreef aan Cocteau: “Lettres de Max Jacob à Jean Cocteau (1919 – 1944)”. “Alleraardigst boekje vind ik dat!” Als het nu ‘s mocht…

Maar niet alleen in het Het Streuvelshuis staan mooie dingen. In de Residentie hebben zij die mij hier zijn voorgegaan een aantal van hun boeken achtergelaten… Prachtige avond- en nachtlectuur! Het komt voorwaar goed uit dat de tv het hier niet doet. Zij die mij hier zijn voorgegaan? Anne Provoost, Kristien Hemmerechts, Annemarie Estor… Elisabeth Marain en de eerder al genoemde Marc Reugebrink. Koen Peeters, Gaea Schoeters, Monika van Paemel, Bart Van Loo, Peter Mangel Schots, Geert Jan Beeckman, Joris Iven… Mijn vrienden Patrick Cornillie en Koen D’haene… En ik vergeet nog veel andere schrijvers en dichters die hier hebben geresideerd. Hun boeken en bundels verleiden mij. Mooie bladzijden zijn hier geschreven die opgenomen zijn in de boeken die hier ter beschikking van de residenten staan. Vooreerst is er bijvoorbeeld die Art Paper Editie uit 2017 ‘Geen dag zonder lijn – Not a day without a line’ van Bart Janssen, Koen Peeters en Dirk Zoete. Het bekende Streuvelsdevies “Nulla dies sine linea” en de roman ‘Langs de wegen’ heeft hen méér dan wat geïnspireerd… 


Inspiratie… Nooit gedacht dat een oude en in de tijd verblekende auteur als Streuvels (sommigen wagen het om hem een oude krokodil te noemen, de halshoofden) voor zoveel inspiratie kon zorgen… Als je al die mooie opdrachten leest die hier in de boeken van de vroegere residenten staan, wordt dat pas hélemaal duidelijk. Zo schrijft Monika van Paemel in haar opdracht in 'De koningin van Sheba':"In het Lijsternest, voor het raam waar uitzicht literatuur is." (9/11/2015). Bart Van Loo bedankt in zijn Napoleon-boek voor de gastvrijheid: "Au plaisir de se revoir'(27/11/2017). Luuk Gruwez is de uitvoerigste: in 'De maand van Marie': "Het is nog niet de maand van Marie waarin ik dit schrijf, maar hoewel het pas maart is, lijkt het op sommige dagen al mei. Laat de begenadigde bakker zijn beschermende hand in elk geval boven alle residenten houden die hier nog zullen verblijven." (9/3/2015).

Ellen van Pelt die dit najaar met 'Deze wereld is geen ergernis waard' voor de langverwachte biografie van Roger Van de Velde zorgt, schrijft in haar opdracht in haar debuut 'Drift': "Voor Jurgen & Thomas.Toen tijdens mijn eerste nacht in de schuur het licht in het Streuvelshuis plots aanfloepte, sloeg de schrik me even om het hart. Een defecte lichtsensor of Stijn Streuvels die 's nachts komt spoken. Het is een heerlijke plek hier: de rust, de stilte, de glooiende velden..." (februari 2020). En op de eerste bladzijden van de poëtische verzamelbundel 'Een kier in het rumoer' lees je : "Zoals een vogel nooit voor een gesloten boom staat, zo ook de gastvrijheid van het Lijsternest." (25 oogst 2015). Streuvels zou het graag gelezen hebben. En er zijn er nog veel meer boeken. En opdrachten.

In zijn recente, in de Privé-Domein-reeks verschenen redelijk magistrale boek ‘Het land van de Handen’ schrijft dichter Luuk Gruwez over zijn verblijf hier in oktober van 2016. Mooie en intimistische indrukken die je hier – in dit Land van Deerlijk en omstreken - bijzonder goed herkent. Ook zijn opdracht in zijn boek is een van de mooiste die ik hier zal aantreffen.

"Voor allen die handen hebben waarmee ze hier komen schrijven in de hoop dat – vaak tegen beter weten in - geschiedenis eeuwigheid wordt." Het is een wens die kan tellen!

Overigens is het hier in de Residentenstudio goed slapen. Het donsdeken zit in een hoes waarop ‘Alida’ een recent gedicht van Luuk Gruwez prijkt. Een definitieve hulde aan de vrouw achter de schrijver.

(P.R.)


#maxjacob #jeancocteau #koenpeeters #bartjanssen  #dirkzoete  #luukgruwez  #demanmetdeleesbril #hetlandvanstreuvels
 


 






zaterdag 12 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 6


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 6.
(Zaterdag 14 november 2020)



 

 

 

Lijstje

Activity-tracker
Bladblazer
Cooling down
Donorwet
Esmeralda-fan
Feelgoodfactor
Geheugenbank
Halogeenlamp
Inspiratiewaarschuwing
Jolijtvreter
Klimaatdichter
Lockdown
Mitochondrium
Nukgems
Omturnen
Paraglider
QR-code
Realitycheck
Slodderwetenschap
Touchtelefoon
Urntjeswesp
Valleiorgasme
Wietzolder
XTC
Yuppie
Zonneakker


Zesentwintig (26) woorden of begrippen die Streuvels bij leven en welzijn wellicht nooit heeft gekend noch uitgesproken. En waar hij dus nooit op kan hebben geschaft. Al staan ze misschien (nog) niet allemaal in van Dale, ze staan vandaag wel in dit lijstje!

Externe link: van Dale is een goeie voor al jouw woorden!

#26dingendieStreuvelsnietheeftgekend














vrijdag 11 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 5


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 5.
(Vrijdag 13 november 2020)



 

 

 

Vrijdag een dertiende.

Vrijdag een dertiende! Als dat maar goed gaat. Al kan ik mij niet herinneren dat er mij op een vrijdag een dertiende al veel onheil overkomen is… Zou het kunnen dat een mens met ouder te worden nog wat bijgeloviger wordt dan hij al was. Een regelmatig in herhaling vallende wielerjournalist zou zeggen: “Dat zou zomaar ’s kunnen”. En zo kom ik met dat eeuwige Bitossihart van mij dan toch ook nog ‘s terecht bij de verhalen rond de koers die duidelijk ook Streuvels bezighielden. De schrijver onderhield immers goeie contacten met de legendarische wielerjournalisten Karel Van Wynendaele en Berten Lafosse die kind aan huis waren in Het Lijsternest. Het was door toedoen van laatstgenoemde dat de grote Gino Bartali in het gezegende jaar 1947 op bezoek kwam bij Streuvels. Een Italiaanse man van 33 op bezoek bij een Vlaamse schrijver van 76. Onder meer daarover schreef Patrick Cornillie met ‘De zeer schone uren van Stijn Streuvels, cyclotoerist’ een schattig boekje. Al gaf iemand het op Bol.com maar 1 ster en schreef er onderaan bij: "Uitstekend boek. Drukte verkeerde ster in". Toch af en toe grappig hé al die mensen die vlugvlug allerhande sterrensysteempjes bedienen. ('Smiley!')

Streuvels zelf registreerde in 1915 zijn wielemans-avonturen in ‘Mijn rijwiel’. Fietsen leerde hij pas toen hij zeventien-achttien jaar was en de fiets, nu een zo doordeweeks vehikel, populair begon te worden. Zijn eerste pogingen tot fietsen - Streuvels was er als het nieuwigheden betrof als de kippen bij - waren eind negentiende eeuw noch min noch  hilarisch, maar eenmaal het een beetje wilde lukken, werd hij, op wat latere leeftijd helemaal wild van zijn fiets. 

Zo lees je in een zegmaar wielerheroïsche gezwollen stijl: 

Het (fietsen) ontwikkelt de wilskracht, vormt de spieren en kweekt het zelfbewustzijn, koelbloedigheid; ’t is daarbij een uitstekend middel om land en volk te leeren kennen, zich te wennen aan weer en wind, hitte en koude en vooral verschaft het den wellust om een overdaad van krachten los te laten, om ’t genot en de dronkenheid te smaken, der snelheid die door eigen krachten bekomen wordt.” (Uit ‘Mijn Rijwiel’) 

Dat genot zal mij tijdens mijn verblijf in Het Lijsternest nog regelmatig te beurt vallen. Maar dan wel mét… de e-bike van het Huis. Snelheid die door eigen krachten bekomen wordt, is dus wat mij betreft anno 2020 een nogal relatief begrip geworden. Maar fietsen – elektrisch of niet, elektronisch schakelend of manueel - het is en blijft voor mij, en voor mij niet alleen, de aangenaamste manier om je van punt a naar b te verplaatsen. Fietsen is een verregaande vorm van genieten. Ook en tijdens de verkenning van ‘Het Land van Streuvels’ in Coronatijd. 

Uiteraard mag ik vanuit die optiek niet nalaten om in Otegem, het dorp dat hier slechts twee kilometer vandaan ligt, ene Jef Planckaert te gaan groeten. In een fel verblekend verleden mocht ik deze noeste flandrien ooit zelf interviewen. Vooraan de jaren negentig trok ik voor het sportblad 'Sportief Revue' van Johan Debeer dat allang niet meer bestaat, een van de eerste keren zelf naar Otegem. 'De Jef' heeft hier intussen in het (niet echt-gelijkend) standbeeld van Carlos Caluwier dat voor de kerk staat een flinke dosis eeuwigheid verkregen. Ik durf vermoeden dat er nauwelijks een andere Otegemnaar te vinden is voor wie evengoed een standbeeld werd opgericht. Het zegt alles over de populariteit die het wielrennen in deze streek altijd wel zal hebben. Zij die mij kennen weten dat ik al een flinke tijd aan een verzameling teksten werk die gestalte (!) moet geven aan mijn levenslange fascinatie voor het wielrennen. Gelardeerd met eenzelfde en net zo lange fascinatie voor de poëzie, de kunst en de literatuur. En de intrigerende raakpunten daartussen... In Otegem vind ik in de figuur van Jef Planckaert een van de allereerste sprankels terug.

De “Jef” die in Otegem ook op het plaatselijke kerkhof rust, tekent immers voor een van mijn oudste wielerherinneringen. In zijn wonderjaar 1962, toen ik net acht was, werd hij, nadat hij in het voorjaar al Parijs-Nice en Luik-Bastenaken-Luik gewonnen had, op de Citadel van Namen kampioen van België. Nog altijd hoor ik via de hoogstwonderlijke magie van de radio hoe hij naar boven klimt en door de reporter van dienst lyrisch omschreven wordt als ‘een halve adelaar, naar boven klimmend in een azuurblauwe trui’… Onsterfelijk beeld voor een jongen met poëtisch-gestemde gevoelens. 

Ik heb lang én gretig gedacht en willen geloven dat Jan Wauters de man was die in 1962 voor die plastische beschrijving op de Citadel van Namen verantwoordelijk tekende. Het was een ontgoocheling toen ik het hem later zelf kon vragen en te horen kreeg dat zijn radiocarrière pas in... 1964 begonnen was... 

Een mens, bijgelovig of niet, wil af en toe maar al te graag iets bijkleuren tot het onwrikbaar én hardnekkig in zijn geheugen staat. Om er niet meer weg te gaan.

 




 









donderdag 10 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 4
(Donderdag 12 november 2020)


 

 

 
Wat niet geschreven is.

Lang duurt het niet of in de dagen die volgen krijgt een merkwaardige routine mij al veel vlugger te pakken dan ik dat had verwacht. De tijd laat zich soepel en fluks verdelen tussen ‘Huis en Schuur’. De Ochtendmens in mij houdt ook hier graag de Efemeriden bij. Het genoegen is geheel en al het Mijne om voor het Raam in het Oosten de dag te zien opkomen. ‘Het mirakel van de dageraad’ noemde Streuvels het toen hij in een radiopraatje van 3 juli 1951 uitlegde hoe hij aan ‘Het Lijsternest’ als naam voor zijn verblijf op zijn aardnote gekomen is.

Daarna is het tijd voor koffie en ontbijt in de Residentie. In de voormiddag ben ik met ‘wat niet geschreven is’ in de weer. (Zie residentiefoto. Zeven mappen bracht ik mee... Smiley!). Ik werk tegenwoordig zowat half-simultaan aan een aantal gedichtencycli waar ik nu toch ’s een punt moet gaan achterzetten. ‘Het tomeloze totaal van de dag’, ‘Abri’ en ‘Liederen van de Steenweg’... Ook hier vorder ik maar langzaam. Maar ik vorder! ("Zegt en schrijft hij hoopvol"). Al weet je wel wat je bij een gedicht voor ogen staat. Er mag namelijk niets te veel in staan. En niets te weinig. Dat is wat het precies moet zijn! Al gebeurt dat wel niet, nee niet in een handomdraai.

Vaak denk ik in dit verband onwillekeurig aan de quote van good old Oscar Wilde: "De hele ochtend heb ik gewerkt aan de proefdruk van één van mijn gedichten, en er een komma uit gehaald. 's Middags heb ik hem weer teruggezet." Maar die man heb ik al meer geciteerd. Niettemin: veel over wat ‘nog niet geschreven is’ wil ik ook hier en nu niet kwijt. Dat je maar beter niets zegt over wat er (nog) niet is, is een mening die ik graag mag delen met onder meer Marc Reugebrink, ook ooit al resident hier. De namiddag hou ik, als het novemberweer dat maar enigszins toelaat, vrij voor, nu ik hier toch ben, het verkennen van ‘Het Land van Streuvels’. En dat nu telkens wél met de e-bike. De heuvels varen er wel bij.

Waarna ik weer Het Huis intrek tot de avond valt. ’s Avonds blijft de televisie in de Residentie uit maar ook de boeken die ik van thuis meenam blijven dicht. De biografie van Willem De Kooning en Elaine Fried, het portret van het huwelijk van de Amerikaanse abstracte schilder met de Rotterdamse roots moet wachten. Ook een pak aantal nieuwe dichtbundels blijven voorlopig doof. (Jens Meyen, Sis Matthé, Dominique De Groen, Iduna Paalman, J.V. Neylen... Wat schrijven die ‘new kids on the block’ boeiende poëzie!). 

Al tijdens mijn tweede dag heeft Thomas mij immers de vier delen van het ‘Volledig werk’ van Streuvels gebracht. Een missaalachtige dundruk-uitgave uit 1971 van uitgeverij Orion/Desclée de Brouwer die al twee jaar na het overlijden van Streuvels op de markt kwam. Heel veel behalve De Vlasschaard en Het leven en dood in de Ast, heb ik, moet ik toegeven, van Streuvels tot op vandaag niet gelezen maar het ‘Volledig werk’ heeft mij na wat bladeren meteen te pakken. In Ingooigem I en II vertelt Streuvels hoe zijn leven hier vanaf het jaar 1905 – het jaar dat hij het huis waarin ik zit, betrok – verliep. Je komt als lezer zoveel jaar na datum meer dan eens tot een aantal onvermoede vaststellingen. En eerlijk, dat had ik eigenlijk niet echt meer verwacht…














woensdag 9 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 3
(Woensdag 11 november 2020)


 

 

 
Wapenstilstand vandaag! Dat betekent dat ik hier de hele dag niemand te zien zal krijgen. Elf november mag dan wel een ‘nationale’ feestdag zijn, ook de Vlaamse Gemeenschap viert mee. Terwijl ik in de ochtend de tuin verken raap ik de laatste gevallen vruchten van november. Als opbrengst tel ik – we zijn ook al halfweg november - nog twaalf okkernoten en 1 appel. Ik koester ze. Want ze zijn van Streuvels! Enfin, toch van de tuin waaraan hij - landman - zoveel waarde hechtte. Van mijn buit - kiekjes en klikjes vergarend als tweede natuur - maak ik zowaar een foto!   

Vandaag is het een uitermate geschikt moment om ’s stil te staan bij het feit dat dit Huis, samen met zijn bewoners, twee wereldoorlogen heeft overleefd. Op verschillende plaatsen in het oeuvre van Streuvels hakt de oorlog er diep in. Er zijn boeken die kogels opvangen, er lopen Duitsers doorheen het huis... Olmen aan de kant van de weg worden gerooid door mensen die thuis geen middelen meer hebben om zichzelf te verwarmen. Het huis wordt vernield en geplunderd… De restauratie duurt telkens maanden. Ook in de buurt van het Lijsternest getuigen nog heel veel landmark-s van de beide tragedies waar niemand beter van geworden is. Op de weg die van Anzegem komt vind je een herdenkingsheuvel (foto). De plek is nu een Vredespark en herinnert aan de gevechten van november 1918 op de 'Winterhoek'. En in het centrum van Ingooigem ligt het ‘Ingoyghem Military Cemetery’, een driehoek waar een kleine groep Duitse en Engelse gesneuvelden broederlijk naast elkaar liggen. Veel verbeelding moet je niet hebben om je de oorlogstaferelen op en rond het Lijsternest voor ogen te halen. Het Huis mag dan wel een prachtig Uitzicht bieden, het ligt ook open en bloot voor wie het met alle soorten bedoelingen wil benaderen. Het Lijsternest is een even kwetsbare als zachte, inneembare vesting!

Over de rol en de situatie van Streuvels en de ellende die de oorlog bij hem later op het persoonlijke vlak heeft aangericht, zijn al veel uitgebreide én boeiende studies geschreven. Biografen namen aanstoot aan zijn houding, anderen verdedigden hem… De waarheid ligt wellicht zoals wel vaker helemaal in het midden. Genuanceerder! En er zijn veel, heel veel raakpunten met vandaag de dag. De zin voor nuance van de vele tinten grijs (sorry voor de omschrijving die bij sommigen mogelijk wat anders kan oproepen - smiley) tussen wit en zwart is - aangedikt door pakken onzin op de sociale media - bij velen tegenwoordig kompleet zoekgeraakt. Het gesprek tussen mensen, aanvankelijk vaak vrienden, ontaardt en loopt emotioneel te pletter op muren van opgeklopt onbegrip. De heersende pandemie, je kunt het daar - residerend in het Streuvelshuis in de volle tweede lockdown van dit rampzalige Covidjaar – onmogelijk niet over hebben, doet daar met zekerheid nog een fors schepje bovenop. De rücksichtlosen onder ons voelen zich steeds meer gesterkt om de wetenschappelijke waarheden zonder boe of ba naast zich neer te leggen… Pedalen en perspectief worden moeiteloos verloren. Soms met hoogst ridicule argumenten. Moeilijke bipolaire wereld geworden, dit… Vreemde verkrampte tijd…

Op Radio1 heeft men het op deze Einde-van-de-oorlog-dag trouwens uitgebreid over mensen van vandaag die midden in het leven staan en over de wijze waarop ze elk op hun eigen manier deze Rare Virale Tijden proberen te overleven. Ruth Joos en Xavier Taveirne laten in een speciale erg emotionele uitzending van De Ochtend mensen getuigen over hun vaak zeer indringende Corona-ervaringen. Pakkende radio voorwaar. Annick Moyaerts (46), een Limburgse verpleegster getuigt. Ze belandde met Covid in het ziekenhuis en lag vijf (5!) weken in coma. Pas zeven lange maanden en een erg pittige revalidatie later mocht ze terug naar huis. "Hoe ze mij in leven gehouden hebben, weet ik niet. Dat is nog altijd een mirakel. Maar ik ben dezelfde niet meer". Mensen uit de zorg laten hun stem horen. Moedige, niet-versagende mensen…  Diep respect!

Wat, en hoe diep uit de grond van mijn hart hoop ik dat iedereen en vooral zij die menen dat zij alles naast zich neer kunnen leggen en alle, toegegeven soms stringente, maatregelen met de voeten mogen treden, deze uitzending hebben gehoord... En net als ik met vochtig wordende ogen hebben geluisterd.  Er is ooit een tijd geweest dat 'burgerlijke ongehoorzaamheid' iets 'cools' had... Het kan verkeren! Nu is, wat mij betreft, en denkend aan mensen uit de zorgsector als Annick Moyaerts, iedereen 'cool' die de algemene richtlijnen met zorg en respect voor de ander tot de zijne heeft gemaakt.

Gabriel Rios maakt het met een klassieker van Facundo Cabral oorverdovend stil in mijn 11 november-Residentie: "No soy de aquí, ni soy de allá". 













dinsdag 8 december 2020

Het Land van Streuvels - Dag 2



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagen in het Streuvelshuis. Dag 2.
(Dinsdag 10 november 2020)


 

 

 

Fietsers, wandelaars, ruiters… Honden mét en zonder leiband. Witte, zwarte, soms ook rooie of fluo-oranje blekkerende stippen in het mistige landschap. (Mist mét karakter die vandaag niet wil optrekken.) Flarden kleur op mijn netvlies. In het blote blakkeveld. Links, schapen in de weide die schrikken van een net zo bleke Labrador als zij wol hebben. Wildebras van een hond die uitgelaten op- en rondspringt en uitgelaten om zich heen en zijn eigen as en zijn baasjes dartelt. Al die mensen die hier, aan de verre achterkant van Het Huis, van Waashoek naar de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood lopen. Of wandelen, hinkelen, strompelen, Echternachtachtig lanterfanten ... Of op weg zijn naar die andere kapel, die van de Hellestraat. De Hellekapel, ja. Dichtbij de Meuleberg... En dan, ja dan ben je al zo goed als in Tiegem! Waar Staf Stientjes woonde. Waar je in het Sint-Arnolduspark op een bank kunt zitten....

Al die mensen die profiteren van toch nog een beetje weer dat er mee door kan, die elk op hun eigen manier proberen te ontsnappen aan de geladen stilte van de tweede lockdown, deze ongewilde oorlog van de Virale Tijden. Zouden al die mensen, al die mannen, vrouwen en kinderen die nu vandaag, hier, opgesloten zitten, gevangen en gevat in mijn raam (Hét Raam) dat ze met Het Huis van alle kanten kunnen zien, en van heel ver al kunnen opmerken in de verte, zouden zij... ook mij kunnen zien? Ik die hier zit?

Zouden al die mensen net als ik een ‘activity-tracker’ dragen? Eéntje van Coolblue of zo’n Samsung fit-bit… ("Get tools for hearth health, stress management, skin temperature trends and more! Shop now!"). Al die mensen… Hoeveel stappen zouden ze vandaag laten noteren? Hoeveel zone-minuten zullen ze van hun dashboard lezen, hoe lang zal hun Rem-slaap duren vannacht? Hun diepe slaap, hun wakker liggen, hun hartslag in rust? En hoeveel beelden zullen ze bewaren van hun dag vandaag? Hoeveel van hun indrukken en impressies zullen vandaag, vanavond of vannacht nog worden gepost op Instagram?

Ha, Stijn wat denk jij ervan? vraag ik in de richting van de zeer verfomfaaide zetel met de losgesprongen veren waarin hij zit vandaag? En hij, Streuvels, hij glimlacht alleen wat afwezig en zegt dat hij als vroege fotograaf die zijn mogelijke romanpersonages maar wat graag vooraf vastlegde met een Leica, gekocht in het jaar 1932, dat hij, mocht hij nu nog leven, géén moment zou hebben geaarzeld. Ja dat hij zeker zelf ook zo’n Instagram-account voor zichzelf had aangemaakt. Twijfel daar maar niet aan, mijn jonge vriend. Zoveel is zeker! 

En ik, ik kan, zittend op Zijn stoel vandaag, een eind van hem vandaan, alleen vermoeden, bevroeden, gissen, er van ver naar slaan hoeveel volgers die Streuvels vandaag de dag wel niet zou hebben gehad… Minstens 1K! (Om te beginnen.)